VO 2.4 Absorptie van vitamines en sporenelementen Flashcards

1
Q

Wat zijn de kenmerken van vitamine B12?

A

Vitamine B12 is wateroplosbaar. Zit in dierlijke producten. Synthese van vitamine B12 door bacteriën. Opname van vitamine B12 vindt plaats in de dunne darm. Wij hebben de microflora in de dikke darm zitten dus wij krijgen Vitamine B12 niet op die manier binnen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het gevolg van vitamine B12 deficiëntie?

A

Gebrek aan vitamine B12 leidt tot macrocytaire anemie: te weinig bloedcellen, en de cellen die wel gevormd worden zijn abnormaal groot.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe ontstaat microcytaire anemie?

A

Microcytaire anemie wordt veroorzaakt door gebrek aan ijzer.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoe wordt vitamine B12 opgenomen door het lichaam?

A
  1. Vitamine B12 is eigenlijk altijd eiwitgebonden. De eiwitten waaraan het vast zit moeten worden afgebroken, dit gebeurt door pepsine in de maag.
  2. Dan komt Vitamine B12 vrij en bindt het aan een lichaamseigen eiwit (R-proteïn).
  3. Vervolgens komt het complex in de darm en wordt het lichaamseigen eiwit afgebroken (niet door pepsine want daartegen is het eiwit resistent), de pancreas produceert (vet-, suiker- en eiwitsplitsende enzymen), dan komt het B12 weer vrij.
  4. Dan bindt het aan intrinsic factor (een ander eiwit). IF is een product van een pariëtale cel.
  5. Het IF-B12 complex bindt aan de cubuline receptor op het darmepitheel. Dan wordt het hele complex opgenomen in de cel (endocytose). In de cel wordt het eiwit afgebroken in een lysosoom.
  6. Dan komt het B12 weer vrij en gaat het naar de bloedbaan. Dan komt het in de poortader en dan gaat het naar de lever.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe en waar wordt vitamine B12 opgeslagen?

A

De lever kan vitamine B12 opslaan (3 tot 5 jaar voorruit zonder deficiëntie). De opslag is mobiel: het komt in de lever, wordt uitgescheiden via het gal, bindt weer aan IF en wordt dan weer opgenomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het gevolg van het verlies van pariëtale cellen?

A

Verlies van pariëtale cellen, verlies van productie IF, verminderde opname Vitamine B12.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarvoor is vitamine B12 een co-factor?

A

Vitamine B12 is een Co-factor: noodzakelijk voor de functie van 2 enzymen in het lichaam: Methionine synthase en MMCoA mutase.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de symptomen die ontstaan bij een vitamine B12 deficiëntie?

A

De demethylering van het foliumzuurderivaat (hiervoor is vitamine B12 nodig) is nodig voor de aanmaak van thymidine (nucleotide) en dat is nodig DNA-synthese. Als er sprake is van vitamine B12 deficiëntie kan er minder celdeling plaatsvinden, waardoor je anemie krijgt. Je merkt dit ook in andere snel celdelende weefsel (slijmvlies maagdarmkanaal). Je kunt ook neurale effecten krijgen, het effect zit in de cellen van schwann, die worden aangetast bij een vitamine B12 deficiëntie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe kun je de vitamine B12 deficiëntie terugzien in het bloed?

A

Stijging plasma concentratie van:
- Homocysteine (kan niet meer worden omgezet (demythelering vindt niet meer plaats))
- Methylmalonaat (methylmalonyl kan niet meer worden omgezet dus het wordt afgebroken)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de oorzaken van een vitamine B12 deficiëntie?

A
  • Lage inname
  • Verstoorde eiwitafbraak, lage maagzuursecretie
  • Verlies receptor: ontsteking/resectie ileum
  • Verlaagde IF productie bij verlies pariëtale cellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is er kenmerkend aan maligne aandoeningen?

A
  • B-symptomen: nachtzweten, koorts, afvallen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat laat een bezinking (BSE) zien?

A

Bezinking (BSE) laat zien of er een ontsteking is: hoge bezinking betekend dat er veel ontstekingscellen aanwezig zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is een abces?

A

Een abces = een met pus gevulde holte en kan overal in het lichaam voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Zijn galstenen zichtbaar op een buikoverzichtsfoto?

A

Nee, want ze absorberen de straling niet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat kun je zeggen als de calprotectine verhoogd is in de ontlasting?

A

Calprotectine verhoogd in de ontlasting, dan zit er een ontsteking in de darm.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waar duidt een abces in het terminale ileum op?

A

Abces in terminale ileum dan duidt het op de ziekte van Crohn. De ziekte van Crohn kan van mond tot kont voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Waar duidt een verhoogde MCV op?

A

Een verhoogde MCV duidt op een macrocytaire anemie. Dit past dus bij de B12 deficiëntie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Waar past een lage MCV bij?

A

Als het MCV laag is duidt het op een microcytaire anemie en dan kun je een ijzertekort hebben. Microcytaire anemie kan duiden op bloedverlies vanuit de darm.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is de behandeling van de ziekte van Crohn?

A

Behandeling Crohn: chirurgie (verwijderen van het zieke deel) en ontstekingsremmers (steroïden of anti TNF middelen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Hoe wordt Vitamine D gemaakt of opgenomen door het lichaam? En wat is hiervan het nadeel?

A

Vitamine D aanmaak door zonlicht in de huid. In onze regio krijg je via de route niet voldoende vitamine D in de winter. Vitamine D zit beperkt in vlees, ei en zuivel en veel in vette vis. Als je huid donkerder is de vitamine D aanmaak minder efficiënt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Waarvoor is Vitamine D van belang?

A

Vitamine D is nodig voor: aanmaak van botten. Is van belang voor de calcium en fosfor (fosfaat) huishouding. Weinig calcificatie van de botten dan krijg je rachitis (je botten kunnen je lichaam niet meer dragen).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Hoe gebeurt de afbraak van vetten?

A

Afbraak van triglyceride gebeurt door lipase (minder belangrijke in de maag, belangrijke in de pancreas). Deze eiwitten (enzymen) werken alleen in water. Door het oppervlak van vet zo groot mogelijk te maken gaat het afbreken sneller. Emulgatie = van grote vet bubbel naar kleine vetbubbels, dit gebeurt mechanisch, als je verder niets doet dan vloeien ze weer terug. Galzouten zorgen er voor dat de kleine druppels stabiliseren. De galzouten zijn aan de ene kant hydrofiel en aan de andere kant hydrofoob. Ze zorgen ervoor dat de kleine druppels stabiel worden in het water.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Door wat worden gemengde micellen gevormd?

A

Galzouten, producten lipolyse, cholesterol, fosfolipiden, vetoplosbare vitamines vormen gemengde micellen

24
Q

Hoe vindt de opname van lipiden over het darmepitheel plaats?

A
  • Mucus laag op epitheel: vrijwel ondoordringbaar voor vetten
  • Gemengde micellen zijn wateroplosbaar en diffunderen wel door mucus laag
  • Lage pH aan oppervlakte
  • Dissociatie gemengde micellen
  • Transport lipiden over celmembraan via diffusie
  • Dit geldt voor alle ADEK vitamines.
25
Q

Wat is de actieve vorm van vitamine D? En door wat wordt de synthese gereguleerd?

A

1,25-dihydroxyvitamine D is de actieve vorm van vitamine D, een hormoon. Het wordt gevormd via 2 enzymreacties in de lever en in de nieren. De synthese wordt gereguleerd door calciumconcentratie in het bloed.

26
Q

Wat wordt er gestimuleerd en geremd door de actieve vorm van Vitamine D?

A

Het stimuleert opname calcium (en fosfaat) door de darm. Het verlaagt de uitscheiding van calcium via de urine.

27
Q

Wat is het verband tussen PTH en vitamine D?

A

PTH stimuleert het actief worden van vitamine D. Een lage calciumconcentratie zorgt ervoor dat PTH wordt gemaakt door de schildklier.

28
Q

Hoe en waar vindt in de darm de calciumabsorptie plaats?

A

In het eerste deel van de dunne darm (duodenum, proximaal jejunum) vindt calciumabsorptie plaats. Apicaal zit er een kanaal voor de opname. Calcium kan vrij naar binnen stromen want in de cel is de calciumconcentratie heel laag. De darmcel heeft daarnaast ook een negatieve potentiaal. Calcium wordt in de cel gebonden aan calbindine. De vrije calcium concentratie blijft hierdoor laag. Basolateraal heb je een pomp waar ATPase voor nodig is.

29
Q

Hoe stimuleert vitamine D de calcium absorptie vanuit de darm?

A

Steroid hormonen werken via nucleaire receptoren en reguleren de genexpressie, ze werken als een transcriptiefactor. 1,25-(OH)2-D3 (‘geactiveerde vitamine D) stimuleert de transcriptie van ECaC, calbindine en Ca2+- ATPase (zorgen voor de transport van Ca naar het bloed toe).

30
Q

Welke vitamines zijn vetoplosbaar? Wat is het voordeel aan vetoplosbare vitamines?

A

ADEK. Vetoplosbare stoffen kunnen worden getransporteerd met behulp van diffusie. Voor wateroplosbare middelen heb je een transporter nodig.

31
Q

Waardoor ontstaat geelzucht?

A

Geelzucht komt door een hogere concentratie bilirubine in het bloed. Bij geelzucht is het oogwit vaak geel.

32
Q

Wat is bilirubine?

A

Bilirubine is het pigment in de gal wat ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen.

33
Q

Wat gebeurt er met de ontlasting als de concentratie bilirubine in het bloed hoog blijft?

A

Doordat bilirubine in het lichaam blijft en niet aanwezig is in de ontlasting, is de ontlasting bleek.

34
Q

Waardoor kan er sprake zijn van hyperbilirubinemie?

A

Het aanbod van bilirubine kan heel hoog zijn of de omzetting in de lever kan niet goed gaan of er is te weinig uitscheiding via de galwegen. De galwegen kunnen geobstrueerd zijn door een tumor (HCC, galblaaskanker, galwegenkanker of alvleesklierkanker).

35
Q

Wat is icterus?

A

Geelzucht

36
Q

Welke leverwaarden kun je meten?

A

Leverwaarden: bilirubine, gamma-GT en alkalische fosfatase.

37
Q

Wat betekend ongeconjugeerd bilirubine?

A

Ongeconjugeerd bilirubine: nog niet verwerkt door de lever. Als dit verhoogt is verwacht je dat het een leverprobleem is.

38
Q

Wat zie je bij een echo als er sprake is van leverziekten?

A

Een hobbelige lever, bij levercirrose zie je knobbeltjes.

39
Q

Wat kan een gevolg zijn van leverziekten?

A

Leverziekten kunnen leiden tot ascites (buikvocht) door de hoge portale druk.

40
Q

Hoe ontstaat jeuk bij deze patiënt?

A

Jeuk is door het galzout.

41
Q

Wat geeft de bruine kleur aan de ontlasting?

A

Gal

42
Q

Waar duidt een verhoogde serum gamma-GT waarde op?

A

Verhoogde serum gamma-GT waarde duidt op: stofje die voorkomt in de galwegen, als er druk op de galwegen zit, komt dit stofje vrij.

43
Q

Hoe kan een galprobleem leiden tot vitamine D insufficiëntie? En wat zijn daar dan weer de gevolgen van? En voor welke vitamine speelt dit ook een rol?

A

Je hebt door het galprobleem te weinig vetafbraak, hierdoor kan je Vitamine D niet goed opnemen en daardoor krijg je een verstoring in de calciumhuishouding –> osteoporose. Ook belangrijk voor de opname van vitamine K –> stollingstoornissen.

44
Q

Wat zijn de kenmerken van ijzer?

A

Te veel ijzer is toxisch. Is belangrijk voor de oxidatieve fosforylering en zuurstoftransport. Opname wordt vanuit het lumen afgestemd op de behoefte van het lichaam. Via het terugkoppelingsmechanisme

45
Q

Wat is erfelijke hemochromatose?

A

VERHOOGDE ijzeropname
- Geen/minder sturing door Fe3+ in het bloed.
- Depositie van ijzer in weefsels/organen (stapeling in de lever, huid, pancreas, hartspier, gewrichten)
- Het wordt bronze diabetes genoemd: omdat het kan leiden tot diabetes omdat het de pancreas aantast en de huid kleurt brons.
- Het is autosomaal recessief, meestal door een mutatie in het HFE gen
- Orgaanschade: langzaam progressief, zeer variabel verloop
- Carrier frequentie: 10-15%

46
Q

Waarom is de het dragerschap zo hoog van erfelijke hemochromatose?

A

De gevolgen zijn pas zichtbaar na de voortplanting, dit komt omdat de ziekte langzaam progressief is, en ijzerstapeling heeft ook voordelen.

47
Q

Hoe vindt de Fe2+-opname plaats?

A
  • Fe2+ duodenum, proximaal jejunum.
  • Import via DMT1
  • Ferritine: bindt Fe2+ irreversibel
  • Export via ferroportine, zorgt voor lage concentratie Fe2+ in de cel
  • De activiteit van ferroportine wordt hormonaal gereguleerd
48
Q

Wat is transferrine?

A

Transferrine: eiwit in het bloed dat Fe3+ bindt en transporteert.

49
Q

Wat is de concentratie van vrij ijzer in het bloed? En hoeveel procent van de transferrine is gebonden aan ijzer?

A

Vrije ijzer (van Fe3+) concentratie in het bloed = 0. In gezonde condities is 40% van de bindingsplaatsen van transferrine bezet.

50
Q

Hoe wordt de afgifte van hepcidine gestimuleerd en wat doet hepcidine?

A

De hepcidine afgifte door de lever wordt gestimuleerd door Fe3+-transferrine. Fe3+-transferrine stimuleert de transcriptie van hepcidine. Het HFE eiwit is essentieel voor deze stimulatie door Fe3+-transferrine. Hepcidine bindt aan ferroportine: de transporter wordt hierdoor opgenomen in de cel. Dan kan Fe2+ de cel niet meer uit en blokkeert het dus de opname van ijzer.

51
Q

Wat gebeurt er als je een mutatie hebt in het HFE eiwit (zoals voorkomt bij hemochromatose)?

A

Er wordt minder hepcidine geproduceerd, ondanks een goede Fe3+-transferrine concentratie. Dit heeft als gevolg: minder remming van de Fe2+ opname waardoor je een verhoogde ijzeropname krijgt, hemochromatose.

52
Q

Hoe kenmerken leverproblemen zich?

A

Leverproblemen kenmerken zich door: krabeffecten, bolle buik, geelzucht, caput medusae.

53
Q

Hoe kan ascites ontstaan?

A

Ascites kan ontstaan: door leverziekte (portale hypertensie), hartfalen, kanker, infectie met tuberculose.

54
Q

Hoe kun je erachter komen wat de oorzaak van de ascites is?

A

Je kunt SAAG prikken ((serum-ascites-albumine gradiënt) verhouding eiwit en vocht in de buik) en dit zegt of het portale hypertensie is of dat het door infectie of maligniteit komt.

55
Q

Wat is de behandeling van hemochromatose?

A

Aderlating

56
Q

Waarom treft hemochromatose mannen vaker dan vrouwen?

A

Omdat de menstruatie beschermend werkt.