Week 2 Flashcards

(32 cards)

1
Q

histoire événementielle/ histoire historisante

A

Volgens een Franse groep historici reduceerde de Rankeaanse revolutie geschiedonderzoek tot het chronologisch opsommen van feitjes en weetjes, en tot het materieel inventariseren van de sporen uit het verleden. Histoire problème was de oplossing.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Histoire-problème

A

een probleemgerichte vorm van geschiedonderzoek, die niet enkel moest weergeven wat er gebeurd was, maar vooral waarom dat was gebeurd. Daarnaast laat deze benadering zich kenmerken door een bredere benadering van samenlevingen in het verleden. Deze manier van denken behoorde tot de ‘school’ van de Annales

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Lucien Febvre

A

een van de stichters van het tijdschrift en de ‘school’ de Annales. Heeft misschien nog wel het meest bijgedragen aan de benadering van de histoire-problème.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Marc Bloch

A

medeoprichter van het tijdschrift Annales, en voorstander van probleemgericht historisch onderzoek (histoire-problème). Hij problematiseerde de mediëvistiek door meer aandacht te geven voor agrarische en culturele geschiedenis, in plaats van de traditionele aandacht voor politiek en dynastie. Hij was ook geïnteresseerd in de invloed van natuur op menselijk gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Stelregels van historische vraagstellingen

A
  1. Historici bestuderen het verleden. Het hoort daarom niet om af te vragen welke invloed het verleden uitoefent voor het heden, dat is weggelegd voor de sociale wetenschappen.
  2. Historici bestuderen alleen afgebakende periodes (bijvoorbeeld 1900-1910, niet 2000- tot nu). What if-vragen zijn ook niet acceptabel, omdat die contrafactueel zijn, en historici kunnen die niet volgens hun traditionele methoden onderzoeken
    Een vraagstelling vertrekt vanuit een vraag, niet vanuit een thema of onderwerp. Dus niet ‘de Tweede Wereldoorlog’, maar ‘waarom werd de Tweede Wereldoorlog een conflict op wereldschaal?’
  3. Historici zoeken naar relevante problemen, gebeurtenissen uit het verleden die om uitleg vragen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de belangrijkste methodologische voorwaarde voor historisch onderzoek?

A

Dat een historische vraagstelling op thematische, chronologische en geografische wijze wordt afgebakend. Afbakening in thema, tijd en ruimte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Contingentie

A

historische gebeurtenissen en ontwikkelingen zijn vaak het resultaat van een toevallige samenloop van omstandigheden. Iets gebeurde op een bepaalde plek, op een bepaald moment, op een bepaalde manier, maar had ook heel anders kunnen verlopen. Daarom bakenen historici hun onderzoeksvraag af om tot een contingente historische context te komen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Anachronisme

A

een fout tegen de historische context.Dit kan een inbreuk op de chronologische volgorde zijn, een verkeerde beoordeling van een historische situatie of een historische onmogelijkheid. De eerste en voornaamste opdracht van historici is bijgevolg gebeurtenissen in historische context te plaatsen, zonder daarbij de eigen normen en waarden op het verleden te projecteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Multicausaal

A

verklaarbaar door meerdere oorzaken. Historici bekijken in de totaliteit naar de context van een historische gebeurtenis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Het criterium van falsifieerbaarheid

A

wetenschappelijke kennis moet falsifieerbaar zijn, zo geformuleerd dat ze controleerbaar en eventueel te verwerpen waren. Wetenschappelijke kennis kan nooit finaal zijn, maar zou in de toekomst weerlegd kunnen worden. Theorie van Karl Popper

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Historicisme

A

het zoeken naar ritmes, patronen, wetten en tendensen om daarmee de toekomst te voorspellen. De Nazis en communisten hadden volgens Karl Popper het verleden verabsoluteerd om hun positie te rechtvaardigen, en daarvoor moesten alle andere visies over dat verleden wijken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Presentisme

A

een manier van historische analyse waarbij hedendaagse ideeën en perspectieven anachronistisch worden geïntroduceerd in voorstellingen of interpretaties van het verleden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hodiecentrisme

A

het verleden wordt enkel in functie voor het heden benaderd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Régime d’historicité

A

een opsplitsing tussen verleden, heden en toekomst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Collectieve geheugen

A

een verzamelnaam voor een reeks gemeenschappelijke standaardverhalen over het verleden in de maatschappij. Het collectieve geheugen vertelt, verbeeldt, en recycleert verhalen over het verleden niet alleen op selectieve en onvolledige manier, maar op moreel gekleurde wijze.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welke functies vervult het collectieve geheugen in de maatschappij?

A

Een bestaande toestand legitimeren en identiteit verschaffen: Invented traditions, tradities die worden voorgesteld als oude tradities, zijn hier deel van

Nostalgie voeden: het idee dat het vroeger beter was, verandering wordt dan achteruitgang.

Het verleden als referentiepunt om te mijden nemen: dit is een omkering van de nostalgie, stilstaan is achteruitgaan en verandering is vooruitgang. Hierin wordt vaak in binaire tegenstellingen gedacht; middeleeuws/modern, barbaars/intellectueel.

17
Q

Erfgoed

A

al datgene dat waard werd geacht om te bewaren voor latere generaties

18
Q

Onroerend erfgoed

A

het archeologisch, landschappelijk en architectuur-historisch erfgoed.

19
Q

Roerend erfgoed

A

artefacten en objecten, die als ‘erfstukken’ betekenis kregen voor toekomstige generaties

20
Q

Immaterieel erfgoed

A

erfgoed dat ‘leeft’ in de hoofden, harten en lijven van doodgewone mensen. Dit kunnen bijvoorbeeld verhalen tradities, feesten, theater, technieken, praktijken en dialecten zijn.

21
Q

Cultureel erfgoed

A

roerend en immaterieel erfgoed

22
Q

Memory boom

A

het fenomeen waar plotselinge herinnering en herdenking centraal staat. Dit gaat op een uiterst selectieve en onwetenschappelijke manier. Het verleden wordt hier niet met rust gelaten, maar voortdurend opnieuw beoordeeld in termen van het heden.

23
Q

Memory industry

A

: een industrie die uit geldgewin speelt op de herinnering in het heden, maar niet op het verleden zelf, laat staan de wetenschappelijke studie van dat verleden

24
Q

Heilgeschiedenis:

A

het verleden als onderdeel van het plan dat god met de mensheid voorhad in de joods-christelijke geschiedfilosofie

25
‘Historia magistra vitae’ of ‘de geschiedenis als leermeester’ bij de Romeinen en Grieken
De geschiedenis diende bij de Grieken en Romeinen voor het uitbouwen van hun staten, en het verheerlijken en vergroten van het verleden, door bijvoorbeeld nooit uit het perspectief van hun slachtoffers te vertellen
26
‘Historia magistra vitae’ of ‘de geschiedenis als leermeester’ in de verlichting
God werd ingewisseld voor het principe van een stijgende moraliteit. Morele waarden werden de guiding principles van het verleden.
27
‘Historia magistra vitae’ of ‘de geschiedenis als leermeester’ in het Marxisme
Het verleden is duidelijk: van feodaliteit, naar kapitalisme en dan naar het communisme; de sociaal-economische verhoudingen waren de motor van deze beweging.
28
De drie problemen van ‘historia magistra vitae
Het verleden neemt een rol op die het niet kan klaarmaken, het verklaren van het heden. De studie van het verleden kan misschien een deel verklaren, maar niet meer. Het voorspellen van de toekomst is ook niet mogelijk. Historici zijn geen helderzienden. Het presentisme, de eigen zorgen projecteren op samenlevingen uit het verleden. Bijvoorbeeld het idee bij een overdreven traditionalisme, dat alles in het verleden goed was. Historia magistra vitae is gevoelig voor manipulatie door politieke overheden of andere ideologieën. Historici werden in het verleden gebruikt om totalitaire regimes te legitimeren. Historici brengen nooit de moraal van het verhaal
29
Wat zijn de drie problemen van de 'herinneringseducatie'?
De reductie van een complex verleden Het dient vaak tot een moreel oordeel: geschiedenis dient evenmin om eigen helden te verheerlijken, of ‘slechten’ af te straffen Het cultiveren van herinneringen leidt niet meteen tot tolerantie of vredelievendheid of minder antisemitisme: herinnering kan in vele gevallen tot wraak of vergelding aanzetten
30
Historische sensatie
de kick die de historici ervaart wanneer hij of zij historische artefacten of sporen uit het verleden aanraakt
31
Geschiedenis als de ‘wetenschap van de verandering'
Historisch onderzoek toont aan dat niets zich ooit in dezelfde vorm herhaalt. Historici worden op onbedoelde wijze maatschappijkritiek, door zaken op te rakelen die het collectieve geheugen vergat of verzweeg of door te schudden aan gangbare voorstellingen.
32
Het verleden als 'vreemd land'
Volgens David Lowenthal is het verleden een vreemd land waar zaken anders worden gedaan. Het verleden moet bewust anders laten zijn en moet als een antropoloog bestudeerd worden. Het verleden mag geen aangenaam, gekend en geborgen huis worden, het is de voorgoed verloren wereld die zich daarbuiten bevindt.