Week 2 college 3 Flashcards Preview

Fusies & Overnames > Week 2 college 3 > Flashcards

Flashcards in Week 2 college 3 Deck (20):
1

Waardoor wordt de waarde van een onderneming bepaald?

1. Cash flow/earn (verdienen): wat ik als onderneming aan het eind van elk jaar in mijn portemonnee overhoud. Het gaat hierbij niet om een winstbegrip, omdat deze beïnvloedbaar is door accountantstandaarden. Er wordt gekeken naar de daadwerkelijke uitgaven en inkomsten (dit is iets anders dan winst en verlies).

2. Groeipotentie/future (toekomst): wat verwachten we, dit doet iets met de waarde. (start ups: bedrijven met een bepaalde groeipotentie).

3. Risico/believe (denken te kunnen): het is onzeker, afhankelijk van de sector, politieke omstandigheden, omvang etc.

2

Wat is de basis voor bedrijfswaardering?

De financiële verslaggeving, deze bestaat uit:

- Balans
- Winst- en verliesrekening
- Kasstroom

3

Welke waarderingsmethoden zijn er?

1. De boekhoudkundige (accounting), bestaande uit intrinsieke waarde en liquidatiewaarde.

2. Relatieve waardering, bestaande uit multiples

3. Discounted Cash Flow waardering, kijkt naar de toekomst en baseert de waardering op de verwachtingen in de toekomst.

4

Wat houdt de boekhoudkundige waardering in?

Intrinsieke waarde: Hierbij wordt gekeken naar de marktwaarde van de afzonderlijke bezittingen. Alle activa van het bedrijf en alle schulden. Het gaat puur om de eigenvermogenspositie. Je ziet hierbij alleen de boekwaardes.

Ook heb je de liquidatiewaarde. Dit is het echte minimum. Het gaat hierbij om de liquidatiewaarde van alle bezittingen afzonderlijk. Verschil met de intrinsieke waarde (zoals hierboven omschreven) is dat daarbij nog de meerwaarde wordt meegnomen. Bij de intrinsieke waarde zit er zelfs nog een discount op de waarde van de activa. Bij liquidatie moet de onderneming snel van de activa af, waardoor er niet veel tijd is.

5

Wat is het nadeel van de intrinsieke waarde in de boekhoudkundige waardering?

Er is geen waardering voor de meerwaardering van de marktwaarde, het is puur bezittingen en schulden. Prettiger is als je vb kijkt naar wat je kunt met de bezittingen en schulden, wat je ermee kunt verdienen.

De boekhoudkundige methode is erg gefocust op nu, niet toekomstgericht, houdt geen rekening met een bepaalde groei. Het risicoprofiel wordt niet meegenomen, wat deze methode voor veel bedrijven niet geschikt maakt.

Wel kan het als startpunt worden gebruikt, het is een minimumwaardering.

6

Wat houdt de relatieve waarderingsmethode in?

Dit is een relatief snelle methode (Quick en dirty). Je gebruikt hiervoor ervaringscijfers, cijfers van vergelijkbare bedrijven (sector, land, omvang). Je maakt gebruik van een multiple en vergelijk de bedrijven met elkaar. Daarop wordt de waardering gebaseerd.

7

Wat is het voordeel van de relatieve waarderingsmethode?

Gekeken wordt naar de actuele marktsituatie en hier wordt vervolgens rekening mee gehouden. Bepaalde sectoren zitten vb. in een lift/bubble zoals social media bedrijven op dit moment.

Er wordt volledig vertrouwt op de markt. Waardering op basis van de verschillende markten kunnen fouten zijn voor individuele bedrijven, maar gemiddeld gezien is de waardering altijd juist.

8

Wat is het nadeel van de relatieve waarderingsmethode?

- Je hebt snel kans op een verkeerde vergelijking, want er wordt geen rekening gehouden met het verschil in kasstroom en met groeiverschillen, er wordt alleen gekeken naar hoe het er nu voor staat. Ook wordt geen rekening gehouden met het risicoprofiel. Vaak is dit afhankelijk van de omvang van het bedrijf, ook binnen dezelfde sector.

- Het is lastig om goede vergelijkbare bedrijven te vinden.

- Het kan als check worden gedaan, maar je kan er snel de fout mee in gaan.

9

Wat zijn de verschillende stappen bij een multiple waardering (relatieve waardering)?

1. Op zoek gaan naar vergelijkbare bedrijven, zo smal mogelijk maken. Vb. sector food is breed, dus kijk naar de omvang, welk voedsel etc. Op belangrijke eigenschappen moet het gevoel gecreëerd worden dat zij vergelijkbaar zijn.

2. Standaardiseren van prijzen: tegen welke prijzen zijn die verkocht, die vergelijkbaar zijn, en wat heeft het bedrijf voor winst gemaakt: EBITDA: brutowinst. (vb. hoe dit kan worden toegepast is, bedrijf heeft 5x de brutowinst verkocht).

3. Interpretatie van de verschillen. Dit kan op het gebied van:
- winst
- boekwaarde activa
- omzet
- sectorprofiel

10

Wat maakt het lastiger om prijzen te standaardiseren bij midden-kleinbedrijven?

De cijfers voor midden-kleinbedrijven worden niet gedeeld en publicatie van de jaarrekening is summier.

11

Welke twee kasstroom-begrippen (cash flow) zijn er?

1. Vrije kasstromen voor aandeelhouders: kasstromen die volledig voor de aandeelhouders zijn. Mensen die het eigen vermogen in de onderneming hebben geïnvesteerd.

2. Vrije kasstromen voor de onderneming: deze kasstromen zijn voor zowel vreemd vermogen als eigen vermogen, dat tezamen, die financiering zorgt ervoor dat het bedrijf wordt gefinancierd en verder kan gaan. Je kijkt hierbij naar een grotere kasstroom, vollediger.

12

Hoe bereken je de aandelenwaarde?

Ondernemingswaarde + liquide middelen (direct beschikbare geldmiddelen/cash in kas) - rentedragende schulden = aandelenwaarde

13

Wat is rentabiliteit?

Rentabiliteit is de verhouding tussen de winst en het vermogen waarmee deze winst is behaald. Rentabiliteit wordt ook wel rendabiliteit genoemd. De rentabiliteit geeft dus aan hoeveel winst er is behaald met het geïnvesteerde vermogen. Het geeft een beeld van de winstgevendheid van een bepaald bedrijf.

14

Wat is de verbeterde rentabiliteitswaarde?

Dit is de contante waarde van genormaliseerde winst.

Genormaliseerd is of er bepaalde niet structurele opbrengsten of kosten zijn vb. het geven van een feest voor personeel voor een jubileum.

Contante waarde is de winst in de toekomst oneindig te blijven ontvangen.

15

Wat heb je aan de verbeterde rentabiliteitswaarde?

- Bepaald direct aandelenwaarde.

- Kijkt ook naar de balans en houdt rekening met de eigenvermogensstructuur.

- Is (alleen) geschikt voor volwassen bedrijven. Op de kasstroom gericht, toekomstige verdien capaciteit, maar relatief eenvoudig.

16

Wat is de Discount Cash Flow waardering (DCF)?

Hierbij wordt de ondernemingswaarde gewaardeerd op basis van de toekomstige opbrengsten van de onderneming, de toekomstige vrije kasstromen.

Deze waarderingsmethode is het meest gedetailleerd en theoretisch. Zowel het eigen vermogen als het vreemd vermogen wordt hierbij betrokken en er wordt gekeken naar de verschillende kasstromen. De waarde wordt verdisconteerd tegen de gewogen rendementseis.

De methode houdt rekening met de kastromen i.p.v. de winst, met de toekomstverwachtingen en de tijdswaarde van geld, risico en vermogensverhoudingen.

17

Wanneer is het lastig om de DCF methode toe te passen bij de waardering van een onderneming?

Het is lastig bij ondernemingen die wat fluctuaties in hun kasstroom hebben of die een bepaalde groei in de toekomst doormaken. Het risico profiel is dan namelijk lastig in te schatten.

18

Waarom is de Discount Cash Flow methode de meest zuivere methode?

De methode houdt rekening met de kasstromen i.p.v. de winst, met de toekomstverwachtingen en de tijdswaarde van geld, risico en vermogensverhoudingen.

19

Waar staat EBITDA voor?

Earnings before interest, taxes, depreciation and amortization.

(Brutowinst: winst voordat ik rente en belasting betaal en voordat ik afschrijvingen boek)

20

Hoe bereken je de intrinsieke waarde?

Het verschil tussen activa en passiva -> eigen vermogen.