AE 3 - 4-3 F-NL 02 Flashcards Preview

Frans WL cursus + boek > AE 3 - 4-3 F-NL 02 > Flashcards

Flashcards in AE 3 - 4-3 F-NL 02 Deck (95):
1

oser

durven, wagen

2

flûte à traversière

dwarsfluit

3

cependant

echter

4

toutefois

echter / evenwel

5

loyauté v

eerlijkheid, loyaliteit, trouw

6

exigence v, revendication v,

eis (2)

7

exiger

eisen

8

bouser

hard werken

9

patrimoine v

erfgoed, erfdeel

10

apprivoiser avec

aan wennen

11

déplaire

ergeren, niet bevallen

12

escalade v

escalatie

13

primordial

essentieel

14

bouffer, manger

eten (2)

15

pimpant

fleurig

16

compotier m

fruitschaal

17

dentition v

gebit

18

manque v

gebrek

19

nom d'utilisateur

gebruikersnaam

20

exaspéré

geërgerd

21

mièvre

gekunsteld

22

croyance v

geloof

23

avec aisance

gemakkelijk

24

mitigé

gemengd

25

sentiments mitigé

gemengde gevoelens

26

miaulement m

gemiauw

27

délice m

genot

28

être axé autour

gericht zijn op

29

poids m

gewicht, druk

30

sain

gezond

31

vénéneux

giftig

32

pelouse v

grasveld

33

caprice m

gril, bevlieging

34

propice

gunstig

35

lézard

hagedis

36

astuce v

truc

37

mélomane mv

muziekliefhebber

38

avoine v

haver

39

lucidité v

helderheid

40

recyclage m

hergebruik

41

redresser

herstellen

42

le dernier cri

het allerlaatste snufje

43

l'injonction v

bevel

44

ça y est

het is klaar

45

c'est trop cher

het is te duur

46

lecture v

het lezen

47

démission v

het opgegeven

48

réussite v

het slagen, goede afloop

49

recul m

het teruggaan

50

tri m

het uitzoeken, sorteren

51

lien m

samenhang

52

sautiller

huppelen, hippen

53

se méfier de

wantrouwen

54

saisir

in beslag nemen

55

détenir

in bezit hebben

56

être à la mode

in de mode zijn

57

contresens

in de verkeerde richting

58

découcher

in de wacht slepen

59

fondu

in elkaar overlopend

60

avantage par rapport à

in voordeel van

61

accorder

in overeenstemming brengen

62

perpétuer

in stand houden

63

à l'opposé de, au contraire de, contrairement à, par contre, par opposition à

in tegenstelling tot (5)

64

en rapport avec

in verband met

65

par rapport à

in verhouding tot

66

apport m

inbreng, bijdrage

67

crouler

ineenstorten, bezwijken

68

décontracté

informeel (kleding)

69

renseigner

informeren, toelichten

70

rattraper

inhalen

71

enchères sur internet v

internetveiling

72

intersidéral

interstellair

73

irruption v

inval

74

roder

inwerken

75

quête v

inzameling, het speuren

76

enjeu m

inzet

77

tapage m

kabaal

78

dentelle v

kant

79

papeterie v

kantoorboekhandel

80

caractère m

karakter

81

falaise v

klif

82

cliquer sur

klikken op

83

vacher m

koeherder

84

frigorifier

koelen

85

cage v

kooi

86

marché m

koop, markt

87

corail m

koraal

88

rabais m, réduction v, ristourne v

korting (3)

89

crique m

kreek

90

crèche

krib

91

rétrécir

krimpen

92

savamment

kundig

93

méduse v

kwal

94

couche v

laag

95

escale v

landingsplaats