AE4-02 Flashcards Preview

Frans WL cursus + boek > AE4-02 > Flashcards

Flashcards in AE4-02 Deck (103):
1

een fijne neus hebben

avoir du nez

2

op je nagels bijten

s'en mordre les doigts

3

oostindisch doof zijn

faire la sourde oreille

4

op het achterste van je tong hebben

avoir sur le bout de la langue

5

overal zout opleggen

couper les cheveux en quatre

6

op zijn nagels bijten

se ronger les ongles

7

zich in de handen wrijven

se frotter les mains

8

kiezen op elkaar houden

serrer les dents

9

voorhoofd fronsen

plisser le front

10

zich verbijten

se mordre les lèvres

11

zijn mond houden

tirer sa langue

12

eed

serment m

13

teleurstellend

décevant

14

sorteren

trier

15

zuigfles

biberon m

16

aantrekkingskracht

attirance v

17

verleiding

tentation v

18

proeven

goûter

19

lekkere smaak

saveur v

20

pols(slag)

pouls m

21

(nog) toevoegen

rajouter

22

pastille, tablet

comprimé m

23

tussenschot

cloison v

24

bom, spuitbus

bombe v

25

huig

luette v

26

betegeling

carrelage m

27

stollen

figer

28

haakje

parenthèse v

29

ontwijken

éluder

30

voorkomend, attent

prévenant

31

verlaten, in de steek laten

délaisser

32

lofwaardig

louable

33

ontroerend

émouvant

34

dieptreurig

navrant

35

schandelijk

honteux

36

onbegrijpelijk

inconcevable

37

dol zijn op

raffoler

38

planten, onbeweeglijk blijven staan

se planter

39

impasse

impasse v

40

nagel

ongle

41

ondergaan, lijden

subir

42

ontketenen, in gang zetten

déclencher

43

voorliefde

prédilection v

44

koesteren van gevoelens

ressentir

45

gewenning

accoutumance v

46

zuiveren

épurer

47

betrekken

mêler

48

kruidenthee

tisane v

49

dosering

posologie v

50

nier

rein m

51

long

poumon m

52

huishouden, tehuis

foyer m

53

goedkeuring

approbation v

54

zin, wil, manier, wijze

guise v

55

afbeelden, voorstellen

figurer

56

buiten adem raken

essouffler

57

maag

estomac m

58

wittebroodsweken

lune de miel

59

hersenen

cerveau m

60

lever

foie m

61

blos, rode vlekken

rougeur v

62

keelontsteking

angine v

63

kalmerend

calmant

64

spit

lumbago m

65

remedie, geneesmiddel

remède m

66

werkzaam, effectief

agissant

67

percentage, graad

taux m

68

vlooi

puce v

69

energie, fut

tonus m

70

(op)zwellen

enfler

71

zwellen

gonfler

72

genezen

guérir

73

beterschap

convalescence v

74

verbijsteren

atterrer

75

boze bui

rogne v

76

bevallen

accoucher

77

zwangerschap

grossesse v

78

duim

pouce m

79

wijsvinger

index m

80

vermengd met

mâtiné

81

gloeiende ogen

des yeux de braise

82

uitbroeden, lang voorbereiden

concocter

83

komst

avènement m

84

ontharen

épiler

85

verwekken, genereren

engendrer

86

ogenzwart (mascara)

khôl m

87

aanprijzen, loven

prôner

88

klaarmaken

apprêter

89

bekrachtiging

entérinement m

90

smaak

convenance v

91

polikliniek

dispensair m

92

milt

rate v

93

heup

hanche v

94

navel

nombril m

95

uitzetten

dilater

96

van positie wisselen

démancher

97

tekeergaan

se démener

98

uit evenwicht brengen

désaxer

99

spiraalvormig

en vrille

100

hevig

éperdu

101

verdwaald

egaré

102

geducht

redoutable

103

nauwgezet

assidu