Perspectives 11 Flashcards Preview

Frans WL cursus + boek > Perspectives 11 > Flashcards

Flashcards in Perspectives 11 Deck (74):
1

lief, zoet

mignon(ne)

2

wat

quoi

3

weggaan

s'en aller

4

de buurt

le voisinage

5

het geroosterd vlees

la grillade

6

het schaap

le mouton

7

iets binnendringen

envahir

8

oneindig (bijwoord)

infiniment

9

dankbaar

reconnaissant(e)

10

huurder mv

locataire mv

11

het gebruik

l'usage m

12

zo vriendelijke zijn om

avoir l'obligeance de

13

het speelgoed

le jouet

14

ontoelaatbaar

inadmissible

15

de binnenplaats

le cour

16

bovendien (2)

de plus, en outre

17

ophouden, stoppen

cesser

18

de poging

l'effort m

19

op iets letten

faire l'attention à

20

blaffen

aboyer

21

de rook

la fumée

22

er bestaan, er zijn (2)

il existe, il y a

23

verzoeken iets te doen

prier de faire

24

de kinderwagen

la poussette

25

de hal

le hall

26

voorzien (ww)

prévoir

27

bij voorbaat

d'avance

28

de ontevredenheid

le mécontentement

29

het verzoek

la demande

30

de klacht, het bezwaar

la réclamation

31

aanvullend

supplémentaire

32

deelnemen aan iets

participer à

33

bezitten

posséder

34

iemand gezelschap houden

tenir compagnie á quelqu'un

35

tegenspreken

contredire

36

aan de lijn houden

tenir en laisse

37

de schoonheid

la propreté

38

walgelijk

dégoûtant

39

onderbreken

interrompre

40

waarschijnlijk, wellicht

sans doute

41

iets vies maken

salir

42

de vuilheid, viezigheid

la saleté

43

een vogel

un oiseau

44

het knaagdier

le rongeur

45

gehoorzamen aan

obéir à

46

de stedeling

citadien(e)

47

zijn behoefte doen

faire ses besoins

48

omvatten, omsluiten

renfermer

49

het hert

le cerf

50

de hinde

la biche

51

het wilde zwijn

le sanglier

52

tegenkomen

croiser

53

geëmotioneerd

ému(e)

54

bevolken, bewonen

peupler

55

een soort (dier, plant)

une espèce

56

een eekhoorn

un écureuil

57

de fazant

le faisan

58

de vos

le renard

59

de marter

la martre

60

zich verstoppen

se cacher

61

beschermen

protéger

62

het damhert

le daim

63

zijn ogen niet geloven

ne pas en croire ses yeux

64

opvouwen

plier

65

de goot

le caniveau

66

evenals

ainsi que

67

beschikbaar stellen

mettre à disposition

68

bijten

mordre

69

afstand doen van

renoncer

70

opsluiten

enfermer

71

toevlucht

le recours

72

lastig vallen

harceler

73

uitoefenen, beoefenen

exercer

74

bij, naast

auprès de