Familie en Vrienden Flashcards Preview

Spaans - Intertaal Woordenschatwijzer > Familie en Vrienden > Flashcards

Flashcards in Familie en Vrienden Deck (45):
1

de familie

la familia

2

familielid

el/la pariente

3

de moeder

la madre

4

de vader

el padre

5

de mama

la mamá

6

de papa

el papá

7

de ouders

los padres

8

de broer / de zus

el/la hermano /-a

9

broers en/of zussen

los hermanos

10

de zoon/dochter

el/la hijo /-a

11

de kinderen

los hijos

12

de opa/oma

el/la abuelo /-a

13

de grootouders

los abuelos

14

het kleinkind

el/la nieto /-a

15

de kleinkinderen

los nietos

16

de neef/nicht (kind van oom/tante)

el/la primo /-a

17

de neef/nicht (kind van broer/zus)

el/la sobrino /-a

18

de oom/tante

el/la tío /-a

19

de verjaardag

el cumpleaños

20

Fijne verjaardag! Gefeliciteerd met jouw/uw verjaardag

Feliz cumpleaños!

21

de naamdag

el santo

22

vrienden maken

hacer amigos

23

bevriend raken

hacerse amigos

24

(on)bekend

(des)conocido /-a

25

de bekende, de kennis

el/la conocido /-a

26

de groep

el grupo

27

de mensen

la gente

28

het paar; de partner

la pareja

29

mijn partner

mi pareja

30

een leuk stel zijn

hacer buena pareja

31

de vriend/vriendin ; de geliefde

el/la novio /-a

32

de liefde

el amor

33

de liefde bedrijven

hacer el amor

34

liefhebben

amar

35

houden van

querer

36

ik hou van je

Te quiero - Te amo

37

de bruiloft

la boda

38

trouwen

casarse

39

het huwelijk

el matrimonio

40

de man, echtgenoot

el esposo, el marido

41

de vrouw, de echtgenote

la mujer, la esposa

42

de schoonvader/-moeder

el/la suegro /-a

43

scheiden

separarse - divorciarse

44

ruziemaken

pelear(se)

45

(zich) verzoenen

reconciliar(se)