Kleding en Accessoires Flashcards Preview

Spaans - Intertaal Woordenschatwijzer > Kleding en Accessoires > Flashcards

Flashcards in Kleding en Accessoires Deck (40):
1

Dragen, aanhebben

llevar

2

het overhemd, de bloes

la camisa

3

het T-shirt

la camiseta

4

de (dames) bloes

la blusa

5

de pantalon, de broek

el pantalón

6

de spijkerbroek, de jeans

los (pantalones) vaqueros

7

de rok

la falda

8

de jurk

el vestido

9

de trui

el jersey

10

het pak, het kostuum

el traje

11

de jas, het jasje

la chaqueta

12

de (over)jas, het jack

el abrigo

13

de schoen

el zapato

14

de laars

la bota

15

de sok

el calcetín

16

het paar

el par

17

kort / lang

corto / largo

18

(on)comfortabel

(in)cómodo

19

elegant

elegante

20

de bril

las gafas

21

de bril opzetten / afdoen

ponerse / quitarse las gafas

22

de zonnebril

las gafas de sol

23

het horloge

el reloj

24

de hoed

el sombrero

25

de stropdas

la corbata

26

de riem, het ceintuur

el cinturón

27

de handschoen

el guante

28

de tas

el bolso

29

de stof, het doek

la tela

30

de wol

la lana

31

het katoen

el algodón

32

het leer, de huid

la piel

33

de kleur

el color

34

het ontwerp, het design

el diseño

35

de maat

la talla

36

de sieraden

las joyas

37

de armband

la pulsera

38

de ring

el anillo

39

de oorbel

el pendiente

40

de ketting, het collier

el collar