L2 werkboek 1: Grondslagen van het strafprocesrecht Flashcards Preview

Formeel Strafrecht > L2 werkboek 1: Grondslagen van het strafprocesrecht > Flashcards

Flashcards in L2 werkboek 1: Grondslagen van het strafprocesrecht Deck (43):
1

Wat zijn rechtsbeginselen?

Wat zijn rechtsnormen?

Rechtsbeginselen:

opvattingen hoe een behoorlijk strafprocesrecht er uit behoort te zien of (terminologie HR) : bovenwettelijke , aan de algemene rechtsovertuiging te ontlenen fundamentele normen van een behoorlijke procesorde.

Dit kan geschreven zijn (wetgever) en door de rechter ongeschreven waarhet geschreven recht tekort schiet uit ongeschreven regels

Rechtsnormen: de equivalent maar dan in het materiele strafrecht

2

Schema normen? (p32 werkboek 1)

3

oe lost de rechter een probleem op als de wet er niet over spreekt?

De rechter neemt de uitgangspunten van de wet en trekt die door

4

Noem twee voorbeelden van ongeschreven recht dat op veel plekken in de wet voorkomt maar toch in geschreven vorm niet altijd afdoende is?

- audi et alteram partem = gelijkheidsbeginsel 

- hoor en wederhoor

5

Waar staan de geschreven beginselen?

Zijn die overkopelend of concreet?

-Grondwet

- EVRM & IVBPR

zowel algemeen, als concreet, bv recht op een tolk, kosteloos, als je de taal niet spreekt

6

Wat zijn de groepen beginselen?

1) Klassieke beginselen (GW en WvSv)

-- legaliteit

-- openbaarheid van het proces

 

2) Overige beginselen neergelegd in de mensenrechtenverdragen

3) algemene beginselen van een behoorlijke procesorde(ontwikkeld in de jurisprudentie)

Deze groepen kunnen wel worden onderscheiden maar niet gescheiden 

Beginselen kunnen elkaar overlappen

7

Hoe moet je het legaliteitsbeginsel van art 1 Sv opvatten?

Eng:(ook HR)

Van inbreuk is slechts sprake als er (behoorlijke) inbreuk wordt gemaakt op de grond- of vrijheidsrechten of de privacy van een burger. Een licht inbreuk ihkv opsporing is toegestaan

8

Wat is het verschil met de opvatting van inbreuken op grondrechten tussen EVRM & Gw?

Gw: grondslag in formele wet

EVRM: grondslag in het recht

9

Noem klassieke grondrechten die in de wet zijn opgenomen?

- Geen strafproces zonder wet

- Openbaarheid

- Decisiebeginsel

- Audio et alteram partem; recht op rechtsbijstand

- Zwijgrecht van de verdachte

- Verbod om pressie uit te oefenen

10

Noem 2 vormen van openbaarheid?

Externe en interne openbaarheid

11

Doel externe opnebaarheid?

handhaven van vertrouwen in de rechtspraak

- geven van bescherming aan de verdachte

- speelt in op de emoties van het publiek: alle in het amteriele strafrecht neergelegde regels worden gehandhaafd en zichtbaar gemaakt waarom (motivering)

art 121 Gw:(ook art 5 lid 1 RO en art 362 Sv)

uitspraken geschieden altijd in het openbaar; zo niet: nietigheid van de uitspraak

12

Wat is de situatie mbt openbaarheid van een proces?

In principe openbaar, anders opsporingsonderzoek en uitspraak nietig. 

Tenzij gewichtige redenen; dat betekent dat het tussenvonnis om de deuren te sluiten met redenen moet zijn omkleed

13

Wat zijn de uitzonderingen op de openbaarheid en waar wordt dit door begrensd?

Art 269 Sv:

- goede zeden

- openbare orde

- veiligheid van de staat

- belangen van minderjarigen

- bescherming privé leven van partijen of betrokkenen bij het proces

- belang van de rechtspraak

Begrensd door art 6 EVRM en art 14 IVBPR

Rechter kan bijzondere toegang verlenen bij niet openbare terechtzittingen aan:

- familieleden

- opsporingsambtenaren

- studenten

14

Welke zijn de door de wet toegelaten maatregelen die op het eerste gezicht en naar hun uitwerking een inbreuk zijn op de openbaarheid?

- ordeverstoorders kunnen van de zitting worden verwijderd (zie bevelsbevoegdheid van art 272 Sv)

- idem voor de ordeverstorende verdachte

- beveogdheid rechter getuigen te horen buiten aanwezigheid van de verdachte (art 297 & 300 Sv)

- verschillende getuigen kunnen telkens afzonderlijk, buiten aanwezigheid van de overige getuigen worden gehoord (art 289 lid, art 290 & art 297 Sv)

15

Noem de twee aspecten die een rol spelen bij de openbaarheid?

 

- verantwoordingsbeginsel

- motiveringsbeginsel

16

Wat is interne openbaarheid?

Hoe uit die zich?

Verdachte moet al in een zo vroeg mogelijk stadium kennis nemen van al wat tegen hem wordt ingebracht. 

- tegen een ieder wie vervolging is ingesteld heeft het recht onverwijld in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden op de hoogte te worden gesteld van de aard en de redenvan de tegen hem ingebrachte beschuldiging (art 6 EVRM & art 14 IVBPR) 

--> meestal in een dagvaarding

--> soms eerder na arrestatie

- verdachte heeft het recht kennis te nemen van alle processtukken (tijdens GVO, zie art 30 - 33 Sv; of na kennis geving verdere vervolging of dagvaarding art 33 & 34 Sv)

- verdachte heeft in beginsel het recht om de terechtzitting bij te wonen

- processtukken moeten ter terechtzitting worden voorgelezen --> rechtstreeks en niet met verwijzing; sanctie op niet voorgelezen stuken mag geen acht worden geslagen tenzij ten gunste van de verdachte

17

Wat is het decisiebeginsel?

En hoe komt die tot uiting?

het beginsel dat moet worden gestreefd naar een zo speodig mogelijke, definitieve uitspraak (soms ook wel aangeduid als het beginsel van de ononderbroeken voortzetting

Uiting:

- regels die het OM cq de griffier voorschrijven bepaalde beslissingen zo spoedig mogelijk te nemen en te verrichten (art 167 Sv & art 409 Sv)

--> Unude delaydoctrine (art 6 lid 1 EVRM & art 14 lid 3 onder C IVBPR)

- regeling van de schorsing (art 281 Sv) en onderbreking (art 277 Sv) van het onderzoek ter terechtzitting

18

Wat is het verschil tussen onderbreking & schorsing?

- onderbreking = kort, bv voor raadkameren, koffie of lunch pauze, gedurende de nacht

--> informeel karakter

- schorsing = voor langere duur

--> formeel karakter

-- Voor bepaalde tijd, indien niet duidelijk is wanneer het onderzoek kan worden voortgezet

-- voor onbepaalde tijd

-- hierna moet OM de zaak opnieuw ter appointering brengen

-- indien de shorsing voor onbepaalde tijd te lang duurt kan de rechtbank op verzoek van de verdachte verklaren dat de zaak is geeindigd (art 36 Sv) (Vb verdachte heeft in voorlopige hechtenis gezeten, vervolgens op vrije voeten is gesteld en daarna geen dagvaarding wordt uitgebracht

Of 

ex art 12 SV beklag bij het Gerechtshof ( verdachte is immers belanghebbende)

19

Is hoor en wederhoor reciproque?

Ja

OM - verdachte

verdachte - OM

20

Noem enige waarborgen van de positie van de verdachte?

- Hij moet op de hoogte kunnen zijn dat en wanneer hij zich kan laten horen

- voldoende tijd om zijn verdediging op orde te brengen (bv wettelijke termijnen voor dagvaarding en oproeping)

- schorsing bij wijziging tll (tenzij de verdachte toestemming geeft om door te gaan)

- recht op rechtsbijstand (mogelijk eigen keuze, zelfs bij kosteloos)

21

Wat zijn de rechten van de raadsman?

- Recht op vrije toegang tot de verdachte die van zijn vrijheid is beroofd, recht met hem alleen te spreken; recht met hem te correspnderen zonder controle (art 50 Sv)

- recht om verhoren bij te wonen (art 63 Sv & 186a Sv)

- recht op inzage in stukken, waaronder een afschrift van de dagvaarding (art 51 Sv)

- art 331 Sv: elke bevoegdheid aan de verdachte toekomend bij de ehandeling ter terchtzitting komt ook toe aan de raadsman

22

Hoe regelt de wet dat de verdachte weet dat er vorderingen tegen hem zijn of worden ingesteld?

- art 258 Sv: de dagvaarding

- art 585 e.v. Sv : hoe dit moet gebeuren:

-- principe per post

- soms betekenen= moet worden uitgereikt

- soms in persoon betekenen

23

Is de verdachte verplicht te verschijnen op de terechtzitting?

Nee

Tenzij:

- bij bevel tot persoonlijke verschijning ter terechtzitting

- - eventueel af te dwingen door een bevel tot medebrenging (art 278 Sv)

24

Wat als de verdachte en diens raadsman niet verschijnen?

Dan kan verstek worden verleend; art 279 Sv

25

Wat als de verdachte niet verschenen is maar de raadsman wel?

- Alleen raadsman die verklaart uitdrukkelijk te zijn gemachtigd mag de verdediging voeren

- dit heet behandeling op tegenspraak

26

Wat is de hoofdregel bij een vonnis als er sprake is van een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman?

Het vonnis wordt, indien geen hoger beroep wordt ingesteld, 14 dagen na de einduitspraak onherroepelijk

27

Wanneer komt procesvertegenwoordiging voor in een strafproces?

- in Kantonzaken, tenzij de kantonrechter beveelt dat de verdachte in persoon zal verschijnen. Hij kan zich laten vertegenwoordigen door een advocaat of eimand die een bijzondere schriftelijke volmacht kan ocerleggen (art 398 Sv)

- bij de economische politierechter (art 48 WED jo art 398 sub 2 Sv)

28

Is de verdachte tot antwoorden verplicht?

Nee

- voor het verhoor moet dit uitdrukkelijk worden medegedeeld (art 29 lid 2 Sv)

- in alle stadia van het proces

29

Wanneer is er sprake van een verhoor?

Elke vraag welek een opsoringsambtenaar stelt aan een door hem als verdachte van een strafbaar feit aangemerkte persoon omtrent diens betrokkenheid bij een strafbaar feit

Dat kan op iedere plek zijn, dus niet specifiek op het bureau

30

Wie heeft zwijgrecht en hoe ver gaat dat?

Alleen de verdachte

de reikwijdte van het zwijrecht is niet beperkt tot zaken waarin pressie is ingezet om de wil van de beschuldigde te breken

Ook bv in informele situaties met een burgerinformant in de cel die wordt aangestuurd door de politie 

--> HR 2004 : Jailplant

31

Hoe verhoudt een mededelingsplicht zich ov zwijgrecht?

zwojgrecht = alleen verdschte; niet verdachte = geen zwijgrecht

Inlichtingen die gegeven moeten worden mogen nimmer tegen de verdachte worden gebruikt in een strafproces. Oook niet als de verdachte op het moent van geven van de inlichtingen nog geen verdachte isHeldere grondslag in art 14 lid 3 onder g IVBPR

--> Funke arrest 1993

32

Wat is het pressieverbod?

art 29, 173 en 271 Sv

Als iemand als verdachte wordt gehoord moet de verhorende rechte rof ambtenaar zich onthouden van alles wat de strekking heeft een verklaring te krijgen waarvan niet kan worden gezegd dat hij in vrijheid is afgelegd

33

Welke handelingen worden door het pressieverbod verboden?

Wat zijn de consequenties bij overschrijden?

- rechtstreeks pressie: mishandeling, intimidatie, te lang verhoren

- ook beloften als: als je bekent mag je naar huis (HR)

- geen suggestieve vragen

- geen strikvragen en listen

In Nederland issue geweest omtrent de "Zaanse Verhoormethode"

Consequenties:

- verklaring in strijd met pressieverbod tot stand gekomen mag niet als bewijs worden gebruikt

- Bij zeer ernstige schendingen: niet ontvankelijkheid OM

34

Geeft het EHRM globale richtsnoeren voor beantwoording van de vraag of bewijsuitsluiting het gevolg van met het EVRM strijdig overheidshandelen dient te zijn?

Nee, in het Allan-arrest overweegt het EHRM daaromtrent in r.o 9 dat het ' does not lay down any rules on the admissibility of evidence as such, which is primarely a matter of regulation under national law' 

"It's not the role of the Court to determine, as a matter of principle, wheter particular types of evidence - eg unlawfully obtained evidence- may be admissible...

35

Wat is het gevolg van de constatering door de rechter dat de dagvaarding niet correct is betekend?

Ingevolge art 590, lid 1, kan de rechter de dagvaarding nietig verklaren. Art 278 Sv schrijft voor dat de dagvaarding dan nietig MOET worden verklaard. Voor zover beide bepalingen van elkaar verschillen heeft de HR uitegmaakt dat zij zodanig moeten worden gelezen dat ingeval van een onjuiste betekenis en afwezigheid van de verdachte in de regel nietigverklaring van de dagvaarding volgt 

36

Moet men zich laten vertegenwoordige door een advocaat of procoreur in een strafproces?

Nee, iedere verdachte heeft het recht in persoon te verschijnen

Rechtspersonen kunnen dit niet, voor hen geldt een bijzondere regeling, art 528 Sv

37

Is men in strafprocessen ook verplicht zich door een advocaat te laten bijstaan - bijvoorbeeld na toevoeging?

Nee: uitzondering is een strafproces tegen minderjarigen

Daarin wordt in een 'rechtbankzaak' betreft altijd ambtshalve een raadsman toegevoegd die in veel opzichten als zijn vertegenwoordiger optreedt

38

A heeft als getuige , dus zonder cautie, in een strafzaak tegen B een verklaring afgelegd bij de RC. Later wordt die verklaring tegen hem gebruikt in een tegen hemzelf gevoerde strafzaak. Hij beroept zich op art 6 lid 1 EVRM 7 art 14 lid 1 onder g IVBPR. Wat kan hem worden tegengeworpen?

Wanneer zijn verklaring hemzelf zou blootstellen aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling, kon hij zich beroepen op, verschoningsrecht (art 219 Sv). deed hij dit niet, dan kan - zo valt hem tegen te werpen- niet worden gezegd dat hij VERPLICHT was een verklaring af te leggen

39

A heeft inlichtingen verschaft krachtens een hem bij bijzondere wet opgelegde verplichting. later wordt die verklaring tegen hem gebruikt in een strafproces. Kan ook dan iets worden ingebracht tegen zijn beroep op de onder a genoemde bepalingen?

Naar ons oordeel alleen , wanneer in die bijzondere wet hem een met art 219 Sv vergelijkbaar verschoningsrecht toekende. Misschien kan worden gesteld dat hem, ook bij ontbreken daarvan, beroep toekwam op een strafuitsluitingsgronfd waneer hij weigerde de gevergde inlichtingen te geven (en zo zichzelf te belasten) maar daardoor wordt zijn verklaring nog geen vrijwillig afgelegde; de strafuitsluitingsgrond neemt immers de verplichting om inlichtingen te verschaffen niet weg, doch slechts de sanctie op niet nakomen van die verplichting.

40

Omschrijf Allan arrest?(HR november 2002)

Art. 8 EVRM vereist bindende en toegankelijke regeling voor gebruik verborgen beeldopname en afluisterapparatuur. Het gebruik van door middel van misleiding verkregen bekentenissen of andere belastende verklaringen, in weerwil door het uitgeoefend zwijgrecht van de verdachte, kan tot schending art. 6 EVRM leiden.
Allan werd verdacht van een roofoverval en ingesloten in een cel bij een politie informant met een crimineel verleden, deze moest informatie bij Allan los krijgen. De verklaring van deze H werd als bewijs gebruikt. Allan heeft niet spontaan aan H zijn informatie verteld, maar werd door H gepusht
terwijl Allang tegenover de politie zich beriep op zijn zwijgrecht. Dit kwam neer op een verhoor zonder cautie en mogelijkheid overlegging met een raadsman. Art. 6 EVRM geschonden!

41

Omschrijf Zaanse verhoormethode? (HR mei 1997)

Rechtsvraag is, wanneer is er van een onrechtmatige verhoorsituatie sprake en op welke wijze dient de vastgestelde onrechtmatigheid te worden gesanctioneerd. Is er sprake van een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM en de daarbij gewaarborgde onschuldpresumptie en het pressieverbod.
De verdachte werd verhoord met een fotocollage met foto’s van familieleden rondom de foto van het slachtoffer. De verdachte werd in het weekend langdurig verhoord door de politie die druk op hem uitoefende.
Het Hof achtte deze Zaanse verhoormethode strijdig met eisen die aan een eerlijk proces moeten worden gesteld. Dit diende echter alleen niet tot de niet- ontvankelijkheid van het OM tot gevolg te hebben. De intensiteit van de verhoren was volgens het Hof niet onmenselijk, gelet op de ernst van het feit.

42

Omschrijf Jailplant arrest (maart 2004)

Een politiefunctionaris, A-1052, liet zich op grond van artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie, insluiten in een penitentiaire inrichting waarin de verdachte in voorlopige hechtenis zat. De politiefunctionaris doet zich onder een andere identiteit voor als een medegedetineerde, het is dus niet kenbaar voor verdachte dat hij te maken heeft met een opsporingsambtenaar. De opsporingsambtenaar komt in contact met verdachte en deze legt een voor hemzelf belastende verklaring af. Deze verklaring wordt afgelegd zonder dat verdachte wordt gewezen op zijn zwijgrecht. Ter terechtzitting van 17 mei 2002 en 20 september 2002 wordt door het Hof belet of zonder toereikende motivering geweigerd dat de verdediging vragen kan stellen en bepaalde stukken over de getuigenis van de opsporingsambtenaar kan toevoegen.
Is deze opsporingsmethode van art. 126j Sv in strijd met art. 29 Sv en art. 5 (recht op vrijheid en veiligheid), 6 (recht op een eerlijk proces) en 8 (recht op eerbiediging van privé- familie- en gezinsleven) EVRM?
Beslissing feitenrechter:
Het gerechtshof beslist dat door het stelselmatig inwinnen van informatie geen ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte plaats vindt. Ongeacht of het hier gaat om het huis van bewaring of een opsporingsambtenaar. Inzet van een informant laat immers steeds de keuzevrijheid van verdachte om al dan niet te verklaren intact.
Antwoord HR op rechtsvraag:
Volgens de wetsgeschiedenis biedt art. 126j Sv een wettelijke grondslag om met een verdachte in gesprek te komen en zo informatie in te winnen, zonder dat de verdachte in een verhoorsituatie terecht komt. Art. 126j biedt een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM, waardoor een opsporingsambtenaar zonder zijn identiteit als opsporingsambtenaar kenbaar te maken met de verdachte in contact kan komen en zo informatie in te winnen. Toepassing van art. 126j Sv bij een voorlopig gehechte verdachte brengt echter mee dat de verdachte in een feitelijke verhoor situatie terecht kan komen waarbij de waarborgen van een formeel verhoor ontbreken. Deze situatie zou in strijd komen met art. 5 EVRM en art. 29 Sv, de verklaringsvrijheid van de verdachte. Er zal daarom gekeken moeten worden of toepassing van art. 126j voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Hier moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij komt betekenis toe aan de proceshouding van verdachte en de aard en intensiteit van de door informant ondernomen activiteiten jegens de verdachte.
Algehele strekking arrest
De Hoge Raad volgt het EHMR (Allan) met deze uitspraak. Het plaatsen van een informant in de cel van een verdachte is niet zonder meer in strijd met artikel 6 EVRM en artikel 29 Sv. De Hoge Raad is van oordeel dat artikel 126j een voldoende wettelijke grondslag biedt. Deze methode mag echter alleen worden toegepast als de bijzondere ernst van het misdrijf dit rechtvaardigt en andere wijzen van opsporing niet voorhanden zijn (eisen van subsidiariteit en proportionaliteit). Of artikel 6 EVRM en artikel 29 Sv geschonden worden hangt af van de omstandigheden van het geval.

43

Omschrijf Raadsman bij verstek II ( HR oktober 2001)

Art. 279 Sv: De verdachte die niet is verschenen, kan zich ter terechtzitting laten verdedigen door een advocaat die verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. De raadsman was in eerste aanleg niet uitdrukkelijk door zijn cliënt gemachtigd, maar wilde niettemin het woord voeren, en heeft dit gedaan (onterecht dus, maar verdachte is hierdoor niet benadeeld natuurlijk ).
In dit arrest werd bepaald dat wanneer een raadsman niet gemachtigd is door zijn cliënt, die niet verschenen is op het onderzoek ter terechtzitting, alleen kenbaar mag maken waarom zijn cliënt niet aanwezig is en verzoeken om de zaak aan te houden om zijn cliënt de mogelijkheid te geven om hem te machtigen of om zijn aanwezigheidsrecht uit te oefenen. Verder geeft een raadsman een zogenaamd stelbriefje aan de griffier waarin staat dat de raadsman gemachtigd is de verdediging van de verdachte te voeren. Machtiging houdt dus in, schriftelijke machtiging. Dit zou in strijd kunnen zijn met art. 6 EVRM omdat dit een beperking in het verdedigingsrecht kan inhouden Art. 279 Sv was niet in strijd geoordeeld met art. 6 EVRM. Doordat de raadsman de mogelijkheid wordt geboden de zaak aan te houden totdat hij de machtiging heeft verkregen is dit niet in strijd met art. 6 EVRM.