Methoden en Technieken Flashcards Preview

Anthropology > Methoden en Technieken > Flashcards

Flashcards in Methoden en Technieken Deck (110)
Loading flashcards...
1

Deductief

De redeneerwijze, waarbij van algemene uitspraken wordt gekomen tot voorspellingen over observaties
- Falsificatie logica
- Van Theorie naar Empirie

2

Inductief

De redeneerwijze, waarbij vanuit een beperkt aantal observaties een universele uitspraak wordt gedaan over alle gevallen.
- Verificatie logica
- Van Empirie naar theorie

3

Positivisme

Het positivisme is de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren.
- Comte → nieuwe wetenschap: Social Physics
o Nieuwe wetenschap moet leunen op rationalisme, moderne waarden etc.
- Logisch positivisme → inductivismeme

4

Objectivisme/realisme

' De sociale werkelijkheid bestaat buiten ons om '

5

Constructionisme

"sociale werkelijkheden worden door actoren geconstrueerd"

6

Pragmatisme / Critical(subtle) realism

"een sociale werkelijkheid bestaat, maar actoren hebben een rol hierin"

7

Meetvaliditeit

Meet je wat je denkt te meten?
Vragen die meetvaliditeit aangaan:
Hoe kan je een groot concept vast stellen? Hoe zijn deze concepten nou te meten?

8

Interne validiteit

Is er wel echt te spreken van een causaal verband tussen de afhankelijke en onafhankelijke variabele?

9

Externe validiteit

Kunnen de resultaten worden gegeneraliseerd?

10

Longitudinal onderzoek
Wat is het, 3 vormen en mogelijke problemen

- Dezelfde onderzoeksgroep op meerdere tijdstippen onderzoeken waarmee je de sociale verandering door de tijd heen kan zien. Je kan hierbij de mogelijk causale effecten analyseren.
Drie vormen: Panel studie, cohort studie en herhalingsstudie
Mogelijke problemen: Moraliteit, panel conditionering en betekenisverschuiving

11

3 kenmerken van een survey

Gestructureerd, gestandaardiseerd en gesloten
- Gestructureerde vragenlijst met gestructureerde volgorde van vragen
- Gestandaardiseerde formulering van vragen
- Gesloten vragen: multiple choice

12

Case study

-Gedetailleerde en intensieve analyse van een casus (bijv. een persoon, gebeurtenis, organisatie, gemeenschap)
- De casus is het middelpunt van aandacht, locatie/omgeving/andere cases bieden slechts achtergrondinformatie
- Meestal kwalitatief onderzoek

13

Sampling frame

Steekproefkader : de populatie waaruit je de steekproef trekt

14

Operationaliseren

Meetbaar maken van concepten

15

Betrouwbaarheid (3 vormen/elementen)

- Stabiliteit over verschillende meetmomenten : Samenhang in tijd
- Interne betrouwbaarheid : Samenhang tussen twee helften /samenhang tussen alle onderdelen
- Intercodeur betrouwbaarheid: Overeenstemming tussen verschillende codeurs

16

Triangulatie

Triangulatie is het combineren van verschillende theorieën, methoden of databronnen om zo tot betere antwoorden te komen op je onderzoeksvragen
Goodpractise in Kwalitatief onderzoek met als doel; verificatie/falsificatie, reflectie, intersubjectiviteit, verdieping en verbreding.

17

Etnografie

Ethnos (volk) Graphein (schrijven)
Idee: Onderzoeker maakt deel uit van sociale setting voor een langdurige periode
Methode: Participerende observatie, vaak met interviews en een scala aan andere methoden
Doel: Begrijpen van de cultuur, normen en waarden, leefwereld van de groep
Inhoud: Zowel methode als geschreven product van onderzoek

18

Waarom participerende observatie?

Zorgt voor verschillende soorten data, naturally accuring, reduceert reactiviteit, helpt bij het formuleren van interviewvragen, helpt bij interpretatie van resultaten.

19

Gestalt-perceptie

Het geheel (van handelingen) is meer dan de som der delen (handelingen)

20

Epistemologie

Hoe kennen wij? / Kunnen we de realiteit kennen? / Wat wordt beschouwd (of zou beschouwd moeten worden) als geldige kennis? / Wat is wetenschappelijke kennis?

21

Ontologie

Zijnsleer: Bestaat er zoiets als een realiteit/werkelijkheid

22

Abductie

De redeneerwijze waarbij vanuit de regel en het effect de oorzaak wordt voorspeld.
Het is legitiem en creatief maar het is een gissing.

23

Kwantitatief onderzoek

-Objectivistische sociale ontologie
- Positivistische epistemologie
- Verklaren
- Deductief
- Objectieve kennis
- Gebruikelijke methode: experimenten en surveys
- Data zijn cijfers

24

Kwalitatief onderzoek

-Constructivistische sociale ontologie
-Interpretatieve epistemologie
-Verstehen
-Inductief
- Subjectieve kennis
- Gebruikelijke methoden: interviews, etnografie
- Data zijn woordelijke uitingen

25

Sneeuwbal-methode

Onderzoeker maakt eerst contact met enkele individuen, via deze mensen worden nieuwe mensen gezocht.
: Zeer onbetrouwbaar als gemakssteeksproef, zeer nuttig als doelgerichte steekproef : Bruikbaar voor kwalitatief onderzoek naar moeilijk bereikbare groepen.

26

Ethical absolutism

Bij onderzoek moet er strikt aan de ethische principes gehouden worden

27

Ethical situationism

Ethiek hangt af van de situatie / context

28

Ethical relativism

Er zijn geen absolute universele morale standaarden

29

Machiavellianism

Machiavellianism: positie in ethisch debat dat ervan uit gaat dat het onderzoek prioriteit krijgt voor het naleven van ethische principes omdat deze soms geschonden moeten worden om tot onderzoekgegevens te komen.

30

Nacirema

Stuk van Miner over de Amerikanen, hij maakt hierbij de mensen bewust van het feit dat 'het er maar aan ligt hoe je de dingen bekijkt'. Vanuit een imaginaire ‘wij’ laat hij zien dat ook de ‘bekende’ en ‘geciviliseerde’ Westerse wereld als vreemd, ritualistisch en barbaars gezien kan worden
• In de beschrijving van een ‘andere’ cultuur worden vooral de normen van de schrijver zichtbaar
‘De ander’ wordt altijd beschreven in relatie tot ‘wij’/ ‘ik’
 Reflexiviteit dwingt de schrijver naar zichzelf te kijken door de ogen van ‘de ander’