Nationalisme Flashcards Preview

Anthropology > Nationalisme > Flashcards

Flashcards in Nationalisme Deck (10)
Loading flashcards...
1

Nationalisme volgens Gellner

De ideologie die streeft naar het samenvallen van de culturele eenheid (de natie) en de politieke eenheid(de staat, wat een begrensd territorium impliceert)

2

Natie:

Etnische groep met (een claim op) een eigen staat

3

Etnische groep:

Een groep die zich zelf definieert als groep en door andere gedefinieerd worden als een groep en worden gecategoriseerd. Dus: zelfdefinitie en sociale categorisering.

4

Twee typen nationalisme (empirisch gezien)

➢ Etnisch nationalisme: de 'natie' staat centraal. (op basis van etniciteit)
➢ Civic (burgerlijk) nationalisme: de 'staat' centraal. (loyaal aan de staat: Frankrijk, VS)
De twee kunnen door elkaar lopen, het een sluit de ander niet uit.

5

Uiting van nationalisme

- Staten waarbij nationalisme inhoud dat een groep vind dat andere culturen binnen het land (minderheden) moeten assimileren of het lang moeten verlaten.
- Etnisch zuiveren
- Eigen staat creëren

6

De staat en 4 kenmerken

Een politiek systeem gekenmerkt door: een vastomlijnd territorium, een geweldsmonopolie, een bestuurselite/ambtenaren en een vorm van belastingheffing.

7

Tegenpolen natie en staat

De natie: belonging/emotie, informeel, cumulatief
De staat: Bugerschap/paspoort, formeel/regels, je bent het wel of niet.

8

Primordialisme (Smith)

Nationalisme is natuurlijk
- De natie is gebaseerd op een natuurlijke en organische etnische gemeenschap die veel ouder is dan de staat.
- Hij legt erg de nadruk op sterke emotionele bindingen
- en het natuurlijke recht op zelfbeschikking.
- Het authentiek nationalisme is etnisch nationalisme en een claim op zelfbeschikking op basis van gezamelijke afstamming die tot uitdrukking komt in onder andere taal en religie.
- Theorie: Evolutionisme, psychologisch functionalisme
- Sterke kant: Het sluit aan op een emic verklaring.
- Problematisch: waarom assimileren sommige etnische groepen terwijl andere juist politiseren. Daar kan je nu geen antwoord op geven.

9

Situationalisme/instrumentalisme (Gellner)

Nationalisme is een ('moderne') rationele strategie
- Nationalisme is niet het resultaat van diepgewortelde natuurlijke emotionele bindingen maar een rationele strategie
- Nationalisme is niet primordiaal maar modern -> 18e/19e eeuw
In deze tijd was er een overgang van een agrarische naar een industriële samenleving, dit zorgde voor geografische en sociale mobiliteit en verwantschap en religie kunnen mensen niet langer efficiënt organiseren.
- Industrialisering vereist standaardisering van tijd, maten, gewichten, geld maar ook van taal en vaardigheden en attitudes -> culturele homogenisering.
- bewust door mensen bedacht
- Nationalisme is niet gebaseerd op diepgewortelde etnische identiteiten maar een project van de nieuwe leite die een loyale cultureel homogene bevolking willen creeeren, o.a. door middel van: Onderwijs, standaardisering van taal, dienstplicht, symbolen en rituelen.
- Theorieen: transactionalisme, cultureel materialisme
- Verklaring op basis van een empirische historische etic analyse
- Problematisch: Waarom zo emotioneel geladen

10

Constructivisme (anderson)

Nationalisme is een ideologische constructie/denkstructuur
- Nationalisme is niet gebaseerd op diepgewortelde identiteiten noch een strategie maar een politiek geconstrueerde mythe. Een voorstelling/denkstructuur die orde brengt in een chaotische wereld
- Net als een religie: 'model van' en 'model voor'
- essentieel: Printkapitalisme -> VERbeelde gemeenschap
- Theorieen: Interpretatieve antropologie (ook elementen van transactionalisme)
- Biedt inzicht in verschillende vormen van nationalisme en in de rationele en emotionele dimensies
- Probleem: Niet eenduidig