Theoretische perspectieven Flashcards Preview

Anthropology > Theoretische perspectieven > Flashcards

Flashcards in Theoretische perspectieven Deck (20)
Loading flashcards...
1

Waarom theorieën?

Het is een systeem van aannames, principes en procedures om verschijnselen te analyseren, te interpreteren en te begrijpen, dan wel te verklaren of te voorspellen. Het is een bril om door te kijken, en de theorieën zijn complementair.

2

Culturele Antropologie

Een systeem van gedeelde opvattingen en betekenisgeving

3

Sociale antropologie

Het geheel van kennis, opvattingen en vormen van gedrag die een mens aanleert als lid van een samenleving.

4

Evolutionisme

Grondleggers: Lewis Henri Morgan & Edward B. Tylor
Theorie: Elke samenleving evolutioneert unilineair, van eenvoudig naar complex of van laag naar hoog etc.
De motor achter ontwikkeling is het denk-en leervermogen, kennis en cognitie.

5

Historisch particularisme

Grondlegger: Franz Boas
Theorie: Elke cultuur is het product van zijn eigen specifieke geschiedenis en kan alleen begrepen worden binnen de eigen historische context.
Cultuur is geen dynamisch wiel maar een wandtapijt, alle elementen van het wiel worden tegelijkertijd gebruikt.
Wetenschap begint met vragen en niet met veroordelen/veronderstellingen.
Veldwerk staat centraal omdat deze het mogelijk maakt om een cultuur te begrijpen van binnenuit. Er ligt een grote nadruk op het systematisch verzamelen van empirisch materiaal en zorgvuldige beschrijving en is anti-etnocentrisch.

6

Going Native

Frank Hamilton Cushing word hier bij aangehaald. Het is een antropologisch taboe waar de onderzoeker zich te veel identificeert met de samenleving die hij/zij onderzoekt waardoor het niet meer mogelijk is om genoeg afstand te houden.

7

Nationaal en volkskarakter

Komt uit het stuk van van Ginkel over het onderzoek van Ruth Benedikt. Het gebruik van deze termen loop je het gevaar van homogenisering, reïficatie en determinisme.

8

Functionalisme

Elke uiting van cultuur heeft een praktisch nut, daarom bestaat het. Sociale en culturele verschijnselen moeten dan ook verklaard worden vanuit hun huidige functie.

9

Biologisch-psychologisch functionalisme

Grondlegger: Bronislav Malinowski
Theorie: Individuen hebben psychologische en biologische behoeftes, en iedere cultuur vervult op zijn eigen wijze deze behoeftes.
Grondlegger van de participatieve observatie, sterk emic perspectief en veel nadruk op de agency van de mens.

10

Structureel functionalisme

Grondleggers: Radcliffe-Brown en Evans-Pritchard
Theorie: Een samenleving bestaat uit sociale instituties die het in stand houden van de sociale structuur als functie hebben.
De samenleving als lichaam, cellen zijn de mensen en de cellen sterven af en worden vervangen voor nieuwe, maar de functie blijft bestaan.

11

Transactionalisme

Grondleggers: Frederik Barth, Frederick Bailey en Jeremy Boissevain
Theorie: Ieder mens heeft agency en die word aangewend om doelen te bereiken. Individuen onderhandelen over alles (macht, voedsel, identiteit, betekenissen) en gaan daar op strategische wijze transacties over aan met andere individuen.
De samenleving is de som van transacties en onderhandelingen.
De handelingsvrijheid wordt beperkt door 'frameworks' als klasse, kaste en afstamming, maar niet door vastliggende structuren.

12

Structuralisme

Grondlegger: Claude Levi-Strauss
Theorie: Het denken vormt de wereld. Menselijkehersenen werken overal op dezelfde wijze. Cultuur wordt gezien als de kennis die individuen delen, deze kennis wordt georganiseerd in mentale structuren, via taal. Er zijn universele onderliggende denkpatronen(structuren) waarmee mensen de wereld (onbewust) ordenen en classificeren.
Gebaseerd op linguïstiek, gestructureerde ordening door binaire opposities, universalistisch.

13

Interpretatieve (symbolische) antropologie

Grondlegger: Clifford Geertz
Theorie: Culturen zijn coherente systemen van betekenisgeving. Door analyse van symbolen en symbolisch handelen kan inzicht verkregen worden in wat mensen denken, doen en zeggen. Je kan de hele cultuur lezen als een tekst, pars pro toto.
Webs of meaning, gevaar van reificatie, problem of translation.

14

Twee stappen van interpretatieve antropologie

Thick description: De betekenis van acties beschrijven en het achterhalen van de interpretatie van de betrokkenen, een emic perspectief.
Analyse: De antropologische interpretatie van het emic model. Het is dan wel etic maar Geertz probeert het emic heel centraal te stellen.

15

Cultureel materialisme

Grondlegger: Marvin Harris
Theorie: Samenlevingen en culturen met hun bijbehorende gedrag en voorstellingen zijn het logische resultaat van en aanpassingen aan de materiële omstandigheden (ecologie en technologie)
Adaptatie, Marx, False conciousness.

16

Marxisme

Grondleggers: Karl Marx & Frederich Engels
Theorie: Materialistische opvatting van de geschiedenis. Hoe mensen doen en hoe ze in hun levensonderhoud voorzien zijn bepalend geweest voor de loop van de geschiedenis.
Infrastructuur bepaalt de superstructuur.
Evolutionistisch schema gericht op productie en ongelijkheid.
Uitbuiting is de motor achter ontwikkeling en zorgt voor transitie naar een nieuwe stadium voor socialisme.

17

False conciousness

Volgens Marx had de uitgebuite samenleving zelf niet in de gaten dat hij werd uitgebuit.

18

Antonio Gramci

False consciousness komt niet alleen door onderdrukking maar ook door internalisatie van de ideologie. Het is dus niet alleen een materialistisch proces maar ook een ideologisch proces.
Hij heeft het ook over hegemonie

19

Hegemonie

Gramsci heeft het over Hegemonie. Dit is een dominante denkstructuur war de dominante groep in staat is om de eigen ideologische visie op de wereld zo danig op te leggen aan de niet dominante groep zodat die groep het als totaal vanzelfsprekend ervaart en dus niet als ongelijkeheid ziet. De onderdrukten werken dus actief mee aan hun eigen onderdrukking.

20

Maurice Godelier

Onderbouw-bovenbouw is geen onderscheid in niveau of instituties maar in functies. Het denken is niet enkel legitimerend maar ook organiserend en leidt tot verandering.