Leerdoelen - neurologie - definities Flashcards Preview

Algemene anatomie > Leerdoelen - neurologie - definities > Flashcards

Flashcards in Leerdoelen - neurologie - definities Deck (16):
1

Zenuw

witte strengen die meestal in de nabijheid van bloedvaten liggen en samen met hen neurovasculaire bundels vormen - een zenuw bestaat uit een bundeling van verschillende zenuwvezels, axonen, die omgeven zijn door neurogliacellen en een reticuline-netwerk

2

Ganglion

zenuwknoop - groepering van zenuwcellichamen die, samen met steuncellen en bindweefsel, gelegen zijn buiten het centrale zenuwstelsel

3

Somatische zenuwstelsel

regelt de prikkels van en naar de lichaamswand
- De aangevoerde, afferente, gevoelprikkels komen vanuit de buitenwereld, exteroceptieve stimulu, of uit de lichaamswand zelf, proprioceptieve stimuli
- De naar perifeer verlopende, efferente, prikkels bereiken de lichaamswand en innerveren de skeletspieren, somatomotoische prikkels

4

Autonome zenuwstelsel

vegetatieve zenuwstelsel - regelt de impulsen van en naar de klieren en gladde spieren van de ingewanden en van de lichaamswand
- De afferente prikkels komen praktisch uitsluitend uit de viscera, visceroceptieve stimuli, en leiden in algemene regen niet tot een bewuste gewaarwording
- De efferente prikkels, visceromotorisch, zijn niet beinvloedbaar door de wil

5

Motoneuron

zenuwcel gelokaliseerd in het CZS dat de spiercontractie of de uitscheiding van stoffen door klieren controleerd
- Upper - gelegen in de cortex
- Lower - gelegen in het ruggenmerg

6

Esthesioneuron

pseudo-unipolaire gevoelsneuronen - viscerosensibel neuron - in craniaal of spinaal ganglion

7

Halsaanzwelling

intumescentia cervicalis - ligt bij de overgang van hals naar rug - hieruit ontstaan de zenuwen bestemd voor het voorste lidmaat

8

Lendenaanzwelling

intumescentia lumbalis - ligt bij de laatste lendenwervels - hieruit ontstaan de zenuwvezels voor het achterste lidmaat

9

Conus medullaris

korte kegelvormige uitloper gevormd door het caudale deel van het ruggenmerg

10

Cauda equina

bundel naast elkaar lopende zenuwen omdat het ruggenmerg niet doorloopt tot de laatste staartwervel

11

Ascenderende zenuwbanen

gevoelsbanen die de prikkels vanuit het ruggenmerg naar de hersenen voeren

12

Descenderende zenuwbanen

motorische banen die vertrekken vanuit motorische centra in de hersenen en die regulerend inwerken op de lager gelegenmotoneuronen die in het ruggenmerg gelegen zijn

13

Gemenge zenuwbanen

bestaan uit ascenderende en descenderende zenuwvezels

14

Epidurale ruimte

scheidt de dura mater van het periost in het wervelkanaal - los vetweefsel en venen

15

Subarachnoidale ruimte

wijde ruimte tussen de effen arachnoidea en de pia mater - cerebrospinaal vocht

16

Cisterna magna

verwijding van de subarachnoidale ruimte - gelegen op de overgang tussen het achterhoofd en de atlas