Leerdoelen - vissen Flashcards Preview

Algemene anatomie > Leerdoelen - vissen > Flashcards

Flashcards in Leerdoelen - vissen Deck (85):
1

Fusiform

spoelvormig - karper, forel, baars

2

Lateraal afgeplat

tong

3

Dorsoventraal afgeplat

discus, rog

4

Lichaamsvorm

- Fusiform - spoelvormig - karper, forel, baars
- Lateraal afgeplat - tong
- Dorsoventraal afgeplat - discus, rog
- Paling vorm - paling
- Zeepaardje

5

Lichaamsregios

- Kop - tot aan caudale deel kiewdeksel
- Lichaam - tot anus/anaalvin
- Staart - rest

6

Kop

tot aan caudale deel kiewdeksel

7

Lichaam

tot anus/anaalvin

8

Staart

rest

9

Lengte

- Standaardlengte - voorste punt kop naar aanhechtingspunt staartvin
- Totale lengte - voorste punt kop tot aan samengenijpte staartvin
- Vorklengte - voorste punt kop tot aan vork/inkeping van de staart

10

Standaardlengte

voorste punt kop naar aanhechtingspunt staartvin

11

Totale lengte

voorste punt kop tot aan samengenijpte staartvin

12

Vorklengte

voorste punt kop tot aan vork/inkeping van de staart

13

Mucuslaag

slijmlaag - geproduceerd door slijmbekercellen
- Functie - minder wrijving - verdedigingsmechanisme - bescherming tegen ziektes

14

Vinnen

- Rugvin - 1, 2 of 3 - 2e caudale vin, vetvin zonder vinstralen, vissen merken
- Staartvin - enkelvoudig of ontdubbeld
- Borstvin - gepaard
- Buikvin - gepaard
- Anaalvin - afwezig - ongepaard - soortspecifiek

15

Schubben

- Inclusies in de lederhuid/dermis
- Beschermende functie
- Dakpansgewijs gerangschikt
- Paling - naar elkaar - mozaiek patroon
- Naakte vis - geen schubben
- Deels schubloos
- Schubtypes
- Meestal elasmoide schubben - dun - flexibel - transparant - geen dentine
- Groeien mee - concentrische groeiringen - cirvuli - jaarringen - vissen in het wild
- Cycloide schubben - ovaal - gladde randen - fijn en dun of grof en dik - forel en karper
- Ctenoide schubben - cteni - prikkelig - baars en brasem
- Placoide schubben - tandschubben - dentine - enameloid, glazuurachtige substantie - haaien en roggen

16

Cycloide schubben

ovaal - gladde randen - fijn en dun of grof en dik - forel en karper

17

Ctenoide schubben

cteni - prikkelig - baars en brasem

18

Placoide schubben

tandschubben - dentine - enameloid, glazuurachtige substantie - haaien en roggen

19

Pigmentcellen

- Chromatofore cellen
- Melanoforen - zwart
- Erytoforen - rood
- Xantoforen - geel
- Leucoforen - wit
- Iridoforen - lichtweerkaasing

20

Melanoforen

zwart

21

Erytoforen

rood

22

Xantoforen

geel

23

Leucoforen

wit

24

Iridoforen

lichtweerkaasing

25

Kleurverandering

- Traag - aantal, grootte cellen of hoeveelheid pigment - paartijd - ziek
- Snel - camouflage - imponeren - camouflage
- Pigment gaat zich concentreren

26

Baarddraden

barbelen - sensorische functie - aftasten naar voedsel

27

Zijlijn

lateralis-systeem - omgeving aftasten
- Serie van neuromasten - sensorische orgaantjes - haarcellen met cilien - kanaaltjes met vocht die op een rij liggen en zo zijn verbonden tot 1 lang kanaal - op de bodem van dit kanaal liggen de neuromasten - signaal wordt doorgegeven naar zenuw - drukveranderingen - gaatjes in de schubben op deze lijn
- Waarnemen van drukveranderingen - predatoren vermijden - zwemmen in scholen - prooien lokaliseren

28

Ampullae van Lorenzini

waarnemen van veranderingen in elektrisch veld - electroreceptoren - haai - tong opsporen

29

Operculum

kieuwdeksel - driehoekige beenderige plaat die de kieuwen bedekt - bij sommige vissen niet volledige kiew bedekt

30

Kieuwbogen

verschillende bogen van kieuwen

31

Kieuwstraal

te zien bij opheffen van operculum - ondersteunen de kieuwbogen

32

Premaxilla

meest rostrale deel van de bovenkaak - gewrichtje met maxilla - deze kan naar voren gebracht worden - om mond uit te strekken en prooien naar binnen te zuigen

33

Olieten

oorsteentjes
- Mechanisch waarnemen van geluid - versnelling - zwaartekracht
- Informatie over leeftijd, groeiringen - groeisnelheid - levensgeschiedenis - taxonomie
- Sagita - grootste

34

Precaudale wervels

die de buikholte omkameren - waar steeds 2 ribben aanzitten

35

Caudale wervels

geen ribben - lichaamsspieren op aanhechten - wel hemaaluitsteeksel, waar de bloedvaten zitten en bloed genome wordt, en spinaaluitsteeksel

36

Graten

intermusculaire beenderen

37

Pterygiophorum

ondersteunen de vinstralen - verbinding vinstralen en spinaaluitsteeksels

38

Pectorale gordel

borstgordel - ondersteund de borstvinnen

39

Pelvische gordel

bekkengordel - ondersteund buikvinnen

40

Lepidotrichia

zachte vinstralen - buigzaam - gesplitst - gesegmenteerd - dichtknijpen van vinnen is mogelijk

41

Ceratotrichia

zacht - niet-gesegmenteerd - vlezig - keratine/bindweefselbundels - geen samenplooiing - niet uitspreiden en dichtknijpen

42

Homocercale staartvin

symmetrisch opgebouwd - wervelkolom stopt hier

43

Heterocercale staartvin

asymmetrisch opgebouwd - wervelkolom loopt door tot in de staart

44

Hematopoese

- Geen beenmerg
- Hematopoese - in de milt en nier

45

Myomeren

spierbundels - met elkaar verbonden door bindweefsel

46

Myosepta

bindweefselstrengen die myomeren met elkaar verbinden
- Dorsaal myoseptum
- Horizontaal myoseptum

47

Skeletspieren

doorbloeding
- Witte - weinig doorbloed - kabeljauw
- Rode - sterk doorbloed - tonijn
- Roze - tussenvorm - zalm

48

Epaxiale musculatuur

dorsaal van horizontaal myoseptum

49

Hypaxiale musculatuur

vertraal van horizontaal myoseptum

50

Keeltanden

te vinden ter hoogte van de farynx - kunnen het voedsel malen en fungeren als een grote maalsteen

51

Maalsteen

keeltanden die fungeren als grote maalsteen

52

Thecodonte tanden

beenvissen - ingeplant in tandkassen

53

Acrodonte tanden

haaiachtigen - vast met bindweefselstrengen - snelle vervanging

54

Polyfyodonte tanden

verschillende keren vervangen

55

Appendices pyloricae

pylorische ceca - in plaats van villi - uitstulpingen van voorste deel darm die blind eindigen die ervoor zorgen dat er veel contactoppervlak wordt gecreerd voor vertering

56

Zwemblaas

vesica natatoria - luchtkamer met lucht of gas gevuld - regeling soortelijk gewicht - behoud evenwicht - regeling positie in waterkolom - evenwicht - registratie en productie van geluid

57

Ductus pneumaticus -

verbinding van de zwemblaas met de slokdarm

58

Physostomata

karper- en zalmachtigen - verbinding met slokdarm blijft - ductus pneumaticus - zwemblaas vullen door luchthappen

59

Physoclistae - kabeljauw

kabeljauw - verbinding met slokdarm verdwenen - gasklier op de zwemblaaswand

60

Gasklier

op de cranioventrale wand van de zwemblaas - voor vulling van de zwemblaas

61

Operculum

kieuwdeksel - driehoekige beenderige plaat die de kieuwen bedekt - bij sommige vissen niet volledige kiew bedekt

62

Kieuwbogen

verschillende bogen van kieuwen

63

Kieuwstraal

te zien bij opheffen van operculum - ondersteunen de kieuwbogen

64

Kieuwspleten

haaien - spiraculum, gaat caudaal van de ogen, komt ook water binnen

65

Filamenten

caudolateraal gericht - twee rijen - ondersteunen het kraakbeen

66

Hemibranch

1 rij filamenten

67

Holobranch

2 rijen hemibranch filamenten samen

68

Kieuwlamellen

plaatvormige structuren loodrecht op filamenten - veder vormige structuur met groot contactoppervlak

69

Kieuwuitsteeksels

gill rakes - uitsteekseltjes ter bescherming van kieuwen

70

Functionele bloedsomloop

voorzien van zuurstof - arterien - arterio-arteriele weg

71

Nutritionele bloedsomloop

kieuwweefsel zelf van zuurstof voorzien - venen - arterio-veneuze weg

72

Voortplanting

sperma inbrengen in vrouwtjes
- Claspers - haaien - sperma inbrengen in vrouwtjes
- Gonopodium - aquariumvisjes - guppy - anaalvin omgevormd - sperma inbrengen in vrouwtjes

73

Claspers

haaien - sperma inbrengen in vrouwtjes

74

Gonopodium

aquariumvisjes - guppy - anaalvin omgevormd - sperma inbrengen in vrouwtjes

75

Cavum peritonei

buikholte

76

Cavum pericardii

borstholte - hart

77

Enkelvoudige bloedomloop

eenvoudig - zuurstofarmbloed van lichaam - hart - ventrale aorta - door 4 kiewenbogen via kiewboogarterien - zuurstofrijk bloed - dorsale oarta - afsplitsingen naar rest van het lichaam
- Ventrale oarta - zuurstofarm bloed
- Afferente kieuwboogarterie
- Efferente kiewboogarterie
- Dorsale aorta - zuurstofrijkbloed
- Caudale arterie - in hemaalboog - caudaal van buiholte
- Caudale vene - in hemaalboog

78

Bloed nemen

hemaalboog - tussen schubben - ventraal of lateraal - caudaal van anaalvin

79

Rode bloedcellen

gekernt

80

Rosette

talrijke lamellen van het olfactorische epitheel

81

Rostrale en caudale neusopening

niet in verbinding met mondholte - kunnen ruiken - sterk ontwikkelde reukzin - rostraal van ogen - olfactorisch weefsel - reukepitheel in lamellen - water stroomt binnen via rostrale en verlaat het via achterste

82

N. olfactoris

verbindt de bulbus olfactorius met het olfactoir orgaan

83

Bulbus olfactorius

rostraal gelegen - zwaar en verbonden via de tractus olfactorius met de hersenen

84

Productie van geluid

tandenknadsen - vibraties tegen zwemblaas

85

Zintuigen

- Meestal geen oogleden - haai heeft vaak knipvlies ter bescherming
- Nagegoeg geen smaakpapillen op de tong
- Kunnen wel horen