Leerdoelen - splanchnologie - urinaire stelsel Flashcards Preview

Algemene anatomie > Leerdoelen - splanchnologie - urinaire stelsel > Flashcards

Flashcards in Leerdoelen - splanchnologie - urinaire stelsel Deck (55):
1

Het urinaire stelsel

organa urinaria - nieren, urethers, urineblaas en urethra

2

Micro-anatomische structuur - urinaire stelsel

wand van de afvoerwegen is opgebouwd uit een slijmvlies, een spierlaag en een tunica adventitia/serosa

3

Embryonaal - urinaire stelsel

urinale stelsel ontstaat in enge relatie met het genitale stelsel

4

De nier

ren

5

Craniale nierpool

extremitas cranialis - van de rechternier zorgt voor een impressio renalis in de lobus caudatus van de lever

6

Caudale nierpool

extremitas caudalis - duidelijk afgerond en ligt vrij

7

Bovenzijde nier

facies dorsalis - ligt retroperitoneaal en raakt aan de diafragmapijlers - de nieren bewegen iets mee met het ademhalingritme

8

Onderzijde nier

facies ventralis - welft uit naar de buikholte toe en is bedekt door peritoneum

9

Laterale rand nier

margo lateralis - mooi afgerond

10

Mediale rand nier

margo medialis - vertoont een indeuking - ter hoogte van de nierhilus stulpt een diepe uitholling uit tot diep in de nier

11

Hilus renalis

indeuking van de mediale rand

12

Sinus renalis

diepe uitholling tot diep in de nier ter hoogte van de mediale rand

13

Nierbekken

pelvis renalis - intrarenale verzamelruimte van de urine waar de urether op aansluit

14

Kleur van de nieren

roodbruine kleur en vaste consistentie

15

Nierkapsels

nieren zijn omgeven door 2 kapsels - vetkapsel en nierkapsel

16

Capsula adiposa

vetkapsel - uitwendige vetlaag

17

Capsula fibrosa

nierkapsel - dunne maar stevige bindweefsellaag die bedekt is door het vetkapsel en die het nierweefsel volledig omgeeft

18

Lobi renalis

nier is uit deze nierlobjes opgebouwd

19

Schorszone

cortex renis - urine vormende nierlichaampjes

20

Mergzone

medulla renis - centraal waarin de afvoerwegen liggen

21

Piramis renalis

mergzone van iedere nierlob heeft de vorm van deze piramide - basis tegen de schors zone en top puilt tepelvormig uit

22

Papilla renalis

de top van de pramis renalis die tepelvormig uitstulpt

23

Ductus papillaris

uitmondingen van de talrijke afvoerwegen op de nierpapil - urine verlaat hier het nierweefsel

24

Nierbekken

pelvis renalis - centrale verzamelruimte waarin de nierpapillen uitpuilen

25

Nierkelken

calices renales - nierpapillen die in de nierbekken uitpuilen worden hierdoor omgeven - kelk- of bekervormige uitstulpingen van de verzamelruimte

26

Nierpapillen

tepelvormige uitpuilingen van de nierpiramiden

27

Crista renalis

de versmolten nierpapillen vormen deze enkelvoudige

28

Capsula adiposa

vetkapsel dat variabel, maar meestal sterk ontwikkeld is

29

Capsula fibrosa

dunner maar stevig bindweefselkapsel

30

Cortex renis

nierschors - bruinrood van kleur en heeft een gekorreld uitzicht dat wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van de duizenden speldenkop-grote nierlichaampjes

31

Medulla renis

niermerg - vertoont een fijne radiale streping die veroorzaakt wordt door de evenwijdige gerangschikte afvoerbuisjes van de urine

32

Aa. en vv. interlobares

geven de grenzen aan tussen de al dan niet gefusioneerde nierpiramiden

33

Aa. en vv. arcuatae

interlobulaire bloedvaten afgegeven in de grenszone tussen de nierschors en het niermerg door de aa. en vv. interlobares - kleinere bloedvaten stralen hiervan in de schors en het merg uit

34

De urineleider

ureters

35

Pars abdominalis

retroperitoneaal in het dak van de buikholte - omgeven door vet en relatief dichtbij de mediaanlijn

36

Pars pelvina

treed bij het bereiken van de bekkenholte in het ligamentum vesicae laterale en buigt naar caudoventraal af - om dichtbij de mediaanlijn de blaashals te bereiken - bij mannelijke dieren wordt de ureter dwars gekruisd door de zaadleider

37

De urineblaas

vesica urinaria - peervormig hol orgaan dat caudoventraal in de buiholte ligt

38

Apex vesicae

vertex vesicae - afgeronde voorrand van de urineblaas

39

Corpus vesicae

middendeel van de urineblaas - afhankelijk van de blaasvulling matig tot zeer volumineus

40

Blaashals

cervix vesicae - naar caudaal versmalt het corpus geleidelijk - loopt zonder duidelijke grens over in de buisvormige urethra

41

Columnae uretericae

inwendig uitpuilen van de blaaswand door de passage van de ureters

42

Plicae uretericae

kleine slijmvliesplooien waarin de ureters uitmonden

43

Trigonum vesicae

slijmvliesplooien die naar caudaal toe convergeren - lijnen een driehoekige zone af

44

Crista urethralis

de plicae uretericae lopen vaudaal uit op een mediane slijmvliesplooi - is nog een eind in de urethra te volgen

45

M. detrusor vesicae

spierwand van de urineblaas

46

M. urethralis

dwarsgestreept spierweefsel dat de urethra omgeeft - willekeurige blaassfincter

47

Ophanging van de urineblaas

beiderzijds aan linker en rechter ligamentum vesicae laterale - ventraal aan het onpare mediane ligamentum vesicae medianum - de voorrand van ieder ligamentum vesicae laterale is versterkt door een fijne streng igamentum teres vesicae

48

De urinebuis

urethra

49

Urethra feminina

vormt bij vrouwelijke huisdieren de korte verbindingsbuis tussen de urineblaas ene het vestibulum vaginae

50

Ostium urethrae externum

hier mondt de urethra uit in de ventrale wand van het vestibulum vaginae

51

M. urethralis

omgeeft de volledige urethra feminina

52

Urethra masculina

bestaat bij mannelijke dieren uit een gedeelte dat zich in de bekken bevindt en een gedeelte dat in de penis omsloten wordt

53

Pars pelvina

deel van de urethra masculina dat zich in de bekken bevindt

54

Pars penina

deel van de urethra masculine dat in de penis omsloten wordt

55

Isthmus urethrae

vernauwing ter hoogte van de ventrale bocht op de arcus ischiadicus in het lumen van de urethra masculina