MMO 3: Uit eten (lunchen op een terras) Flashcards Preview

Spaans - LOI - beginners > MMO 3: Uit eten (lunchen op een terras) > Flashcards

Flashcards in MMO 3: Uit eten (lunchen op een terras) Deck (140):
1

het ontbijt

el desayuno

2

de lunch

la comida, el almuerzo

3

het avondeten

la cena

4

het terras

la terraza

5

het spijt me

lo siento

6

vol

lleno/a

7

het terras zit vol

la terraza está llena

8

maar, daarentegen

pero, en cambio

9

binnen

dentro

10

het is warm

hace calor

11

het is koud

hace frío

12

het is fris

hace fresco

13

het is frisser

hace más fresco

14

binnen is het frisser

dentro hace más fresco

15

binnen is het veel frisser

dentro hace mucho más fresco

16

aanbevelen, aanraden

recomendar

17

reserveren

reservar

18

is gereserveerd

está reservado/a

19

die tafel daar is gereserveerd

esa mesa está reservada

20

die tafel daar is vrij

esa mesa está libre

21

uw tafel is vrij

su mesa está libre

22

ongeveer

más o menos, aproximadamente

23

een kwartiertje

un cuarto de hora

24

hun

su

25

hun plaats

su lugar

26

hun plaatsen

sus lugares

27

zoeken, halen

buscar, traer

28

een drankje

una bebida

29

hebben

tener

30

u hebt

(usted) tiene

31

u zult hebben

(usted) tendrá

32

alle tijd

todo el tiempo

33

u zult alle tijd hebben om

(usted) tendrá todo el tiempro para

34

de dagschotel

el plato del día, el menú del día

35

een voorgerecht

un entrante (primer plato)

36

alleen, slechts

sólo, solamente

37

alleen het hoofdgerecht

solamente el segundo plato

38

bestellen

pedir

39

gaan zitten

sentarse

40

u kunt er gaan zitten

pueden sentarse allí

41

afruimen

limpiar

42

een parasol

una sombrilla

43

in de volle zon

a pleno sol

44

achter/aan de achterkant

detrás, en la parte trasera

45

achter het restaurant

detrás del restaurante

46

de ober

el camarero

47

het spijt me

lo siento

48

wachten

esperar

49

er zijn zó veel mensen

hay tanta gente

50

vandaag

hoy

51

morgen

mañana

52

niemand

nadie

53

niemand wil wachten

nadie quiere esperar

54

tegelijkertijd, op hetzelfde moment

al mismo tiempo

55

zich bezighouden met, zich bekommeren om

ocuparse de, arreglar

56

onmiddellijk

ensequida

57

het hoofd

la cabeza

58

vanwege

por, a cause de

59

de zon

el sol

60

vanwege de zon

por el sol

61

oppassen

tener cuidado

62

hij past op

(él) tiene cuidado

63

ik pas niet op

(yo) no tengo cuidado

64

als zij niet oppast ...

si (ella) no tiene cuidado

65

oplopen, krijgen

sufrir

66

een zonnesteek

una insolación

67

een zonnesteek oplopen

sufrir/tener una insolación

68

brengen

traer

69

ik breng

(yo) traigo

70

ik breng u

(yo) les traigo

71

een appelsap

un zumo de manzana

72

een sinaasappelsap

un zumo de naranja

73

ijsblokje

un cubito de hielo

74

het water

el aqua

75

kan, karaf water

jarra, jarra de aqua

76

een grotere karaf

una jarra más grande

77

de grootste karaf

la jarra más grande

78

ijskoud

helado/a

79

ijskoud water

agua helada

80

de rekening (in restaurant)

la cuenta (en el restaurante)

81

de rekening klopt

la cuenta está bien

82

de rekening klopt niet

la cuenta no está bien

83

zich vergissen

equivocarse

84

ik heb me vergist

(yo) me he equivocado

85

een keer

una vez

86

nog een keer, nogmaals

otra vez

87

elke dag, alle dagen

cada día, todos los días

88

een dag

un día

89

een week

una semana

90

5 dagen per week

cinco veces a la semana

91

maandag

lunes

92

dinsdag

martes

93

woensdag

miércoles

94

donderdag

jueves

95

vrijdag

viernes

96

zaterdag

sábado

97

zondag

domingo

98

op maandag; 's maandags

el lunes, los lunes

99

op woensdag, 's woensdags

el miércoles, los miércoles

100

open

abierto/a

101

gesloten

cerrado/a

102

het restaurant is open/gesloten

el restaurante está abierto/cerrado

103

de meeste, de meerderheid van

la mayoría de, casi todos

104

de hele dag

todo el día

105

de ochtend

la mañana

106

(om) 8 uur 's ochtends

(a las) 8 de la mañana

107

van ... tot (aan)

desde ... hasta ....

108

van 8 uur tot elf uur

desde las 8 hasta las once

109

tot middernacht

hasta la medianoche

110

's ochtends

la mañana

111

's middags

el mediodía / la tarde

112

's avonds

la noche

113

beroemd

famoso/a, popular

114

alvorens te ...

antes de ....

115

zin hebben om/in

tener ganas de ...

116

bereiden, klaarmaken

preparar

117

ze bereiden het zelf

lo preparan ellos mismos

118

de mensen

la gente

119

vanaf .... tot ....

de ..... a ......

120

intussen, ondertussen

entretanto, entre estas horas

121

reserveren

reservar

122

u moet

debe, hay que

123

u hoeft niet, het is niet nodig te

no necesita, no hay que

124

u hebt geluk gehad

ha tenido suerte

125

zonder

sin

126

zonder reservering

sin reserva

127

rustig

tranquilo/a

128

een rustige dag

un día tranquilo

129

natuurlijk

claro, por supuesto

130

noteren

tomar nota, anotar

131

ik zal noteren

tomaré nota

132

ik zal er zijn

(yo) estaré (aquí)

133

ik zal er niet zijn

(yo) no estaré (aquí)

134

de collega

el compañero, la compañera

135

ontvangen

recibir

136

zij zullen ontvangen

(ellos) recibirán

137

enthousiast, warm, hartelijk

con mucho gusto

138

morgen

mañana

139

morgenochtend

mañana por la mañana

140

tot morgen

hasta mañana