MMO 2: Uit eten (dineren in een restaurant) Flashcards Preview

Spaans - LOI - beginners > MMO 2: Uit eten (dineren in een restaurant) > Flashcards

Flashcards in MMO 2: Uit eten (dineren in een restaurant) Deck (146):
1

goedenavond

buenas noches

2

welkom

bienvenido/a

3

hebben

tener

4

u hebt

(ustedes) tienen

5

geluk

suerte

6

u hebt geluk

(ustedes) tienen suerte

7

de tafel

la mesa

8

vrij

libre

9

de laatste

el último, la última

10

de laatste vrije tafel

la última mesa libre

11

altijd

siempre

12

op zaterdagavond

el sábado por la noche

13

eten

comer

14

drinken

beber

15

iets

algo

16

wilt u iets drinken?

quieren beber algo?

17

een biertje

una cerveza

18

een glas wijn

una copa de vino

19

een fles wijn

una botella de vino

20

rood

tinto

21

wit

blanco

22

droog

seco/a

23

een koffie (zonder suiker)

un café solo (sin azúcar)

24

een koffie met melk

un café con leche

25

een thee

un té

26

een citroenthee

un té con limón

27

een flesje cola

una (botella de) coca-cola

28

de menukaart

la carta

29

de vissoep

la sopa de pescado

30

een slak

un caracol

31

slakken

caracoles

32

een runderlapje, kalfslapje

un filete de ternera

33

een salade

una ensalada

34

een salade niçoise (bereid zoals in Nice)

una ensalada nizarda

35

een omelet

una tortilla

36

een groeteomelet

una tortilla de verduras

37

rundvlees

carne de ternera

38

de keus

la elección

39

aanbevelen

recomendar

40

de specialiteit

la especialidad

41

het huis

la casa

42

de huisspecialiteit

la especialidad de la casa

43

het gerecht

el plato

44

het menu van de dag, dagschotel

el menú del día, el plato del día

45

het hoofdgerecht

el plato principal (el segundo plato)

46

de hoofdgerechten

los platos principales (los segundos platos)

47

ander

otro

48

een ander gerecht

otro plato

49

heerlijk

delicioso /a

50

helaas

desgraciadamente

51

het spijt me

lo siento

52

het spijt me heel erg

lo siento muchísimo

53

die gerechten heb ik niet

no tengo esos platos

54

die gerechten heb ik niet meer

ya no me quedan esos platos

55

het is erg druk (veel mensen)

está a tope (mucha gente)

56

beschikbaar, verkrijgbaar

disponible

57

nemen

tomar

58

u neemt

(usted) toma

59

u zult nemen

(usted) tomará

60

wat jammer! nou ja, pech gehad!

qué pena! qué mala suerte!

61

vaak

a menudo

62

de week

la semana

63

de maand

el mes

64

zelfs

hasta, incluso

65

twee keer per week

dos veces por semana

66

zes keer per week

seis veces por semana

67

de eerste

el primer, la primera

68

de eerste keer

la primera vez

69

vooral

sobre todo

70

bestellen

pedir

71

het beste

el mejor, la mejor

72

het beste restaurant

el mejor restaurante

73

een erg goede kok

un cocinero muy bueno

74

weten

saber

75

u weet

(usted) sabe

76

het restaurant hiernaast

el restaurante de (aquí) al lado

77

het restaurant aan de overkant

el restaurante de enfrente

78

prefereren, verkiezen

preferir

79

uw lievelingsgerecht

su plato favorito

80

mijn echtgenoot

mi marido, mi esposo

81

mijn echtgenote

mi mujer, mi esposa

82

het toetje

el postre

83

een ijsje

un helado

84

het fruit, de vrucht

la fruta

85

fruit, vruchten

fruta

86

vanille

la vainilla

87

de slagroom

la nata

88

lekkerbek, smulpaap, vreetzak

goloso/a

89

koken

cocinar

90

houden, van, leuk vinden, graag doen, dol zijn op

gustar, encantar, volverse loco

91

van koken houden

gustar cocinar

92

ook niet

tampoco

93

mijn vriend ook niet

(a) mi amigo tampoco

94

eet smakelijk

que aproveche!

95

zeker weten

estar seguro

96

ik weet het zeker

estoy seguro/a

97

weet u het zeker?

está (usted) seguro?

98

checken, nagaan

mirar de nuevo, comprobar

99

er zijn zó veel mensen

hay tanta gente

100

al die mensen

toda esta gente

101

waarom

por qué

102

gelijk hebben

tener razón

103

je hebt gelijk

(tú) tienes razón

104

u hebt gelijk

(usted) tiene razón

105

zich vergissen

equivocarse

106

ik vergis me

me equivoco

107

ik heb me vergist

me he equivocado

108

hij heeft zich vergist

se ha equivocado

109

de kok heeft zich vergist

el cocinero se ha equivocado

110

terugkomen

volver

111

ik kom zo terug

vuelvo ahora mismo

112

hopen

esperar

113

ik hoop dat ...

espero que ...

114

iemand iets kwalijk nemen

tomarse algo mal

115

.... dat u het ons niet kwalijk neemt

... que no nos lo tomen a mal

116

helemaal niet!

en absoluto!

117

geen probleem

no hay problema

118

't is niet ernstig, het geeft niet

no pasa nada

119

wat is er aan de hand?

qué ocurre?

120

geschrokken

asustado/a/os/as

121

een kakkerlak

una cucaracha

122

een insect

un insecto

123

een vlieg

una mosca

124

een mier

una hormiga

125

een wesp

una avispa

126

vol

lleno/a

127

de keuken

la cocina

128

de keuken zit er vol mee

la cocina está llena

129

wennen aan

acostumbrarse a

130

wij zijn eraan gewend

estamos acostumbrados

131

toch, desalniettemin

no obstante, sin embargo

132

ongemerkt binnensluipen, binnenkruipen

caerse inadvertidamente

133

er is, er zijn

hay

134

er is er eentje in geslopen

se ha caído uno

135

er is er toch eentje in geslopen

sin embargo se ha caído uno

136

wegnemen, weghalen, verwijderen

quitar

137

ik neem weg

lo quito

138

ik haal hem weg

me lo llevo

139

weer gaan zitten

sentarse de nuevo

140

neemt u alstublieft weer plaats

siéntense de nuevo por favor

141

doorgaan met

seguir

142

doorgaan met eten

seguir comiendo

143

boos

enfadado/a

144

heel boos

muy enfadado/a

145

er zorg voor dragen dat ....

cuidar de que ...

146

ik zorg ervoor dat ...

me encargo de ....