MMO 8: Naar de dokter en de tandarts Flashcards Preview

Spaans - LOI - beginners > MMO 8: Naar de dokter en de tandarts > Flashcards

Flashcards in MMO 8: Naar de dokter en de tandarts Deck (86):
1

wat scheelt eraan?

qué pasa?

2

Aan de diarree zijn

tener diarrea

3

dat kan vanzelf overgaan

eso desaparece sin más

4

herstellen van, beter worden

mejorar

5

ernstig

grave

6

onderzoeken

reconocer, hacer un reconocimiento

7

een pilletje

una píldora

8

een tablet

un comprimido

9

neem er niet te veel van

no tome demasiadas

10

maximaal 4 dagen achtereen

como máximo 4 días seguidos

11

vallen

caer

12

de arm

el brazo

13

de hand

la mano

14

de elleboog

el codo

15

de wond

una herida

16

een diepe wond

una herida profunda

17

een lichte wond

una herida superficial

18

de schaafwond

un rozadura

19

opzwellen, opzetten

hincharse

20

opgezwollen, opgezet

hinchado

21

een blauw oog

un ojo morado

22

een val

una caída

23

een nare val maken, naar ten val komen

tener una caída desafortunada

24

de enkel

el tobillo

25

een opgezwollen enkel

un tobillo hinchado

26

steunen, drukken op

apoyar sobre

27

uittrekken

quitar

28

de schoen

el zapato

29

intapen/zwachtelen

vendar

30

de enkel intapen

vendar el tobillo

31

de volgende keer

la próxima vez

32

de keelpijn

el dolor de garganta

33

keelpijn hebben

tener dolor de garganta

34

een grappenmaker

un bromista

35

uiterlijk, het eruit zien

el aspecto

36

er goed uitzien

tener buena cara

37

er slecht uitzien

tener mala cara

38

kleinzielig

quejica

39

het been

la pierna

40

de knie, de knieën

la rodilla, las rodillas

41

de buik

el vientre, la barriga

42

de koorts

la fiebre

43

het eczeem

el eczema

44

de zalf

la pomada, el bálsamo

45

de pleister

el esparadrapo

46

een middel tegen ....

un remedio contra

47

het recept (medisch)

una receta

48

een recept uitschrijven

recetar

49

aandringen

insistir

50

vasthoudend, volhardend

perseverante

51

de apotheek

la farmacia

52

de verzekering

el seguro

53

de verzekeringsmaatschappij

la compañía de seguros

54

een prangende vraag

una cuestión urgente

55

de tandartspraktijk

la consulta del dentista

56

de tandarts

el dentista

57

een tandartsassistente

una ayudante de dentista

58

een afspraak

una cita

59

kiespijn

dolor de muelas

60

de mond

la boca

61

de mond wijd open doen

abrir mucho la boca

62

een gaatje

una carie

63

een flink gat

una gran carie

64

de tand

el diente

65

verbazingwekkend, gek

sorprendente

66

het lood

el empaste

67

vullen (gaatje in tand/kies)

empastar

68

een verdoving

una anestesia

69

een spuit

una inyección

70

een grapje

una broma

71

voorzichtig

prudente (bv nmw)
prudentemente (bijw)

72

zorgvuldig, secuur

cuidadoso

73

nerveus zijn

estar nervioso

74

bang zijn (voor)

tener miedo (de)

75

voelen, ruiken

sentir, oler

76

een reden om ...

una razón para ,,,,

77

zich zorgen maken, ongerust zijn

inquietarse, ponerse nervioso

78

geen enkele

ningún, ninguna

79

geen enkele reden

ninguna razón

80

zich ontspannen

relajarse

81

ontspan u

relájese

82

ergens zin in hebben

tener ganas de

83

nodig hebben

necesitar

84

zich zorgen maken

preocuparse

85

de behandeling

el tratamiento

86

betalen

pagar