ZO week 13 Flashcards

1
Q

Welk UV-licht dringt dieper in de huid?

A

UV-A want hoe lang golviger het licht, he dieper het UV licht de huid binnendringt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Op welke twee belangrijke manieren kan warmteafgifte via de huid gerealiseerd worden?

A

1 Vasodilatatie van de bloedvaten in de dermale papillen.
2 Toename zweetproductie via de eccriene zweetklier.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Noem drie potentieel nadelige effecten van te vaak en te veel zonnen.

A

1 Immuunsuppressie, waardoor meer infectie en huidkanker
2 Meer cumulatieve DNA-schade, waardoor meer huidkanker
3 Snelle huidveroudering

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Noem drie fysiologisch gunstige effecten van UV-straling voor een menselijk lichaam.

A

1 Bruining, waardoor betere bescherming tegen UV-schade
2 Stimulatie vitamine D produktie
3 Stimulatie endorfine produktie (‘anti-depressief effect’)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat zijn de klassieke kenmerken van roodvonk-exantheem binnen 24 uur?

A
  • Fijnvlekkig (gepuncteerd) licht verheven erytheem,
  • Aanvoelend als schuurpapier
  • Begint in huidplooigebieden (nek, oksels, liezen)
  • Binnen 24 uur uitbreidend naar gehele lijf
  • Periorale bleekheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zijn de klassieke kenmerken van roodvonk-exantheem binnen 1-4 dagen?

A
  • Aardbeientong (aanvankelijk wit later rood)
  • Verbleken van erytheem na 3-4 dagen
  • Fijne schilfering van handen en voeten volgt.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke drie hypothesen worden genoemd als pathogenetische verklaring voor acuut reuma?

A
  1. Directe ontsteking door de bacteriën
  2. Schade door exotoxines
  3. Moleculaire mimicrie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke twee fenomenen ondersteunen de hypothese van antigene mimicry als verklaring voor acuut rheuma?

A
  • Chemische overeenkomsten tussen polysachariden van hartspier en bacterie.
  • Aantonen van autoantistoffen in bloed van personen met acuut reuma.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

uit welke lagen bestaat de epidermis van buiten naar binnen?

A
  • stratum corneum
  • stratum granulosum
  • stratum spinosum
  • stratun basale
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is een exantheem?

A
  • Vlekjesziekte, rash
  • Huiduitslag als uiting van een algemene aandoening
  • Bestaat uit macula (vlekjes) en papels (bultjes)
  • Maculopapuleus exantheem
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

welke 4 groepen van exanthemen zijn er?

A
  • maculae (vlekken)
  • papels (toename hoornlaag)
  • vesikels (blaasje < 1 cm)
  • pupura
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

welke grote van maculae (vlekjes) bestaan er?

A

fijnvlekkig (scarlantiniform), middelgroot (rubelliform) en grofvlekkig (morbilliform)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is enantheem?

A

Enantheem: uitslag op de slijmvliezen (bijv. bij mazelen en rode hond)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is erytheem, vesikel, bulla, pustel en pupura?

A

erytheem = wegdrukbare roodheid
vesikel = blaasje met helder blaarvocht, diameter <1 CM
bulla = blaar diameter > 1cm
pustel = blaasje met pus
pupura = niet wegdrukbare roodheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat is de voorkeurslocatie van exantheem?

A

sacraal, gelaat, achter de oren, vingertoppen, voetzolen en handpalmen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat produceren, remt en doen Th1-cellen?

A

produceren: IL-2 en IFN-gamma
wordt geremd door: IL-10
wordt gestimuleerd door: IL-2
functie: cellulaire immuunrespons

17
Q

wat produceert, remt en doet de Th2-cel?

A

produceert: IL-4 en IL-5
wordt geremd door: IFN-gamma
wordt gestimuleerd door: IL-4
functie: humorale immuunrespons

18
Q

wat speelt een belangrijke rol bij een atopische eczeem?

A

eosinofiele granulocyt. deze wordt geactiveerd door IL-4 en IL-5 dus Th2. dit is een type IV-reactie

19
Q

waardoor kan S. Aureus atopisch eczeem verergeren?

A
  • via superantigenen stimulatie van T-cellen
  • via herkenning door S. Aureus specifiek IgE
20
Q

wat is de voorkeurslocatie van atopisch eczeem?

A

hoofd, hals, elleboogsplooien en de knieholten