accepter / prendre
Aan / nemen
marche de travail
de arbeidsmarkt
l’emploie
de baan = de job
l’entreprise
het bedrijf = de onderneming = de firma
utile
nuttig
l’avantage \ l’inconvénient
het pluspunt \ het minpunt
postuler pour
solliciteren ( naar )
entretient d’embauche
het sollicitatiegesprek
le post libre
de vacature
l’employeur / l’employer
de werkgeven / de werknemer
chercher du travail
werk zoeken
être au chômage
werkloos zijn