HC09 - Problems + Homework Flashcards

1
Q

Wat zijn de drie primaire gebruiksmogelijkheden voor cellulaire energie?

A
  • Celbewegingen en het verrichten van mechanische arbeid
  • Actief transport
  • Biosynthetische reacties.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q
A

A = 6
B = 8
C = 9
D = 1
E = 7
F = 2
G = 3
H = 5
I =10
J = 4

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waarom is het logisch dat er slechts een type nucleotide, ATP, voor cellulaire energie is?

A

Doordat slechts één nucleotide als energievaluta van de cel fungeert, kan de cel zijn energiestatus bewaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waarom is het logisch dat er slechts een type nucleotide, ATP, voor cellulaire energie is?

A

Doordat slechts één nucleotide als energievaluta van de cel fungeert, kan de cel zijn energiestatus bewaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

De standaard vrije energie van de hydrolyse van ATP is -30,5 kJ/mol. Welke condities kun je aanpassen om deze vrije energie aan te passen?

A

Verhoging van de concentratie ATP of verlaging van de concentratie cellulair ADP of Pi (bijvoorbeeld door snelle verwijdering door andere reacties) zou de reactie exergonischer maken. Zo kan ook een verandering van de Mg2+-concentratie de ΔG van de reactie verhogen of verlagen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q
A

A en C verlopen naar links, B en D verlopen naar rechts

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Metabolische routes bevatten vaak reacties met positieve standaard vrije-energiewaarden, en toch vinden de reacties plaats. Hoe is dat mogelijk?

A

De vrije-energieveranderingen van de afzonderlijke stappen in een traject worden bij elkaar opgeteld om de totale vrije-energieverandering van het gehele traject te bepalen. Bijgevolg kan een reactie met een positieve vrije-energiewaarde onder druk plaatsvinden indien zij gekoppeld is aan een voldoende exergonische reactie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het gemeenschappelijke structuurkenmerk van ATP, FAD, NAD+ en CoA?

A

Een ADP unit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Outsourcing, een gebruikelijke bedrijfspraktijk, is het contracteren van een ander bedrijf om een bepaalde functie uit te voeren. Hogere organismen waren de oorspronkelijke uitbesteders, vaak afhankelijk van lagere organismen voor het uitvoeren van belangrijke biochemische functies. Geef een voorbeeld uit dit hoofdstuk van biochemische uitbesteding.

A

Hogere organismen kunnen geen vitaminen aanmaken en zijn dus afhankelijk van het verkrijgen ervan van andere organismen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de geactiveerde elektronendragers voor katabolisme? Voor anabolisme?

A

De elektronendragers voor het katabolisme zijn NADH en FADH2.
De elektronendrager voor het anabolisme is NADPH

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Thioesters, die veel voorkomen in de biochemie, zijn instabieler (energierijker) dan zuurstofesters. Leg uit.

A

De elektronen van de C=O binding kunnen met de C-S binding geen even stabiele resonantiestructuren vormen als met de C-O binding. De thioester wordt dus niet in dezelfde mate door resonantie gestabiliseerd als een zuurstofester.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de drie belangrijkste middelen om metabole reacties te controleren?

A
  • Controle van de hoeveelheid enzymen
  • Controle van de enzymactiviteit
  • Controle van de beschikbaarheid van substraten.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q
A

A = Ethanol
B = Lactaat
C = Succinaat
D = Isocitraat
E = Malaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

De reactie van NADH met zuurstof tot NAD+ en H2O is zeer exergonisch, maar de reactie van NADH en zuurstof verloopt zeer langzaam. Waarom verloopt een thermodynamisch gunstige reactie niet snel?

A

Hoewel de reactie thermodynamisch gunstig is, zijn de reactanten kinetisch stabiel vanwege de grote activeringsenergie. Enzymen verlagen de activeringsenergie, zodat de reactie plaatsvindt op de tijdschaal die de cel nodig heeft.

18
Q
A
19
Q

Fibrinogeen, een voorloper van het bloedstollingseiwit fibrine, bevat tyrosine-O-sulfaat. Stel een geactiveerde vorm van sulfaat voor die in vivo zou kunnen reageren met de aromatische hydroxylgroep van een tyrosineresidu in een eiwit om tyrosine-O-sulfaat te vormen.

A

De geactiveerde vorm van sulfaat in de meeste organismen is 3’-fosfoadenosine-5’-fosfosulfaat.

20
Q
A
21
Q
A

Argininefosfaat in ongewervelde spieren dient, net als creatinefosfaat in gewervelde spieren, als reservoir van hoogpotentiële fosforylgroepen. Argininefosfaat handhaaft een hoog niveau van ATP bij spierinspanning.

22
Q
A
23
Q
A
24
Q
A
25
Q
A
26
Q
A
27
Q
A
28
Q
A
29
Q
A
30
Q
A
31
Q
A
32
Q
A
33
Q
A
34
Q
A
35
Q
A
36
Q
A
37
Q
A
38
Q
A
39
Q
A
40
Q
A
41
Q
A
42
Q
A
43
Q
A