ZO week 2 Flashcards
(49 cards)
wat zijn de kenmerken van een membraan?
- opgebouwd uit een dubbele laag fosfolipiden. de polaire kop zit aan de buitenkant en de vetzuurstaarten wijzen naar binnen
- ionen (sterk oplosbaar in water) kunnen niet passeren
wanneer is een membraanpotentiaal negatief?
als de binnenkant van de cel negatiever is dan het milieu aan de buitenkant van de cel
wat is een andere naam voor evenwichtspotentiaal?
Nerstpotentiaal. is de potentiaal waarbij er geen nettostroom van het betreffende ion tussen de binnenkant en de buitenkant van de cel meer is. een ion dat niet door het membraan wordt gelaten, draagt niet bij aan het potentiaal verschil.
hoe werkt de Na/K pomp?
- de K is hoog intracellulair, de natrium hoog extracellulair
- de Na/K pomp pomt actief Na de cel uit. met 1 ATP kunnen 3 Na eruit en 2 K erin. hierdoor gaat er netto een positieve lading uit de cel.
- de belangrijkste functie van deze pomp is zorgen voor een asymmetrische verdeling van de ionen
hoe wordt de bijdrage van het ion aan de membraanpotentiaal bepaald?
door de permeabiliteit dus hoe makkelijker het kan passeren hoe groter de bijdrage
wat is een ander woord voor positief en negatief geladen ionen?
positief = kationen
negatief = anionen
wat is depolarisatie?
als door het opengaan van enkele kanalen kationen worden doorgelaten bij het binden van een neurotransmitter zal de membraanpotentiaal een klein beetje positiever worden.
wat is de excitatoire postsynaptische potentiaal (EPSP)?
de potentiaalverandering die het gevolg is van het openen van deze ligandgestuurde kationkanalen
waardoor dooft een signaal over de neuronen niet uit met de afstand?
- niet omdat de membraan potentiaal lokaal positiever wordt want dit neemt met de afstand af
- wel door de spanningsafhankelijke natriumkanalen die open gaan. als de membraanpotentiaal boven de drempelwaarde uitkomt, neemt het aantal natirumkanalen dat openstaat enorm toe en komt er dus meer natrium in de cel. deze positieve feedback leidt tot een grote respons
welke 2 mechanismen zijn er waardoor niet alle natriumkanalen opengaan?
- natrium inactivatie
- aanwezigheid van spanningsafhankelijke kaliumkanalen (openen en sluiten later): hierdoor krijg je nahyperpolarisatie.
waardoor zorgt het openen van natriumkanalen voor een depolarisatie en van kalium voor hyperpolarisatie?
omdat bij openen van Na er een positieve lading de cel instroomt en bij het openen van K er juist een positieve lading uit de cel stroomt
wat is hyperpolarisatie?
verminderd prikkelbaarheid van de cellen doordat het verschil tussen de rustpotentiaal en de drempelwaarde is verhoogd
wanneer spreken we van een hyper en hypokaliëmie?
- hyper is meer dan 5mM
- hypo is minder dan 3,5 mM
door welke factoren kan de geleidingssnelheid van een signaal beïnvloed worden?
- versterking via de natriumkanalen door het bereiken van een drempel
- de diameter van het axon (kan groter worden)
- een betere isolatie (myeline door Schwanncellen)
tussen de myeline wordt het versterkt door de knopen van Ranvier
wat is een kanalopathieën?
ziektes die het gevolg zijn van een mutatie in een ionkanaal
wat is een gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval?
een insult dat gepaard gaat met bewustzijnsverlies en tonische contracties van alle spieren die gevolgd worden door clonische trekkingen
wat is een absence?
een kortdurende epileptische aanval die met bewustzijnsdaling en relatief weinig motorische verschijnselen gepaard gaat. deze aandoening komt vooral voor op jonge leeftijd
wat zijn koortsaanvallen?
gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen met hoge koorts. de temp moet boven de 38,5 zijn in het begin van de ziekte. vergeet hierbij niet te checken op een meningitis
wat is een gain-of-function mutatie?
hierbij is er een shift in de activatie in de hyperpolariserende richting. in deze cellen kunnen makkelijker actiepotentialen ontstaan. door verhoogde neuronale prikkelbaarheid is er dus een verhoogde kans op abnormaal vuurgedrag en epileptische aanvallen
wat is een langzamere inactivatie mutatie?
- langere inactivatie leidt tot een hogere natriuminstroom en dus een verhoogde prikkelbaarheid
- er is een vertraagde inactivatie tijdens de actiepotentiaal, uiteindelijk zal dus een kleiner deel van de natriumkanalen geïnactiveerd zijn
- een groter deel van de Na kanalen is hierdoor weer beschikbaar tijdens de refractaire periode, die hierdoor korter wordt
- het abnormale vuurgedrag verhoogt de kans op epileptische aanvallen, aangezien de cellen sneller kunnen vuren
wat is een verminderde prikkelbaarheid (loss-of-function)?
- natriumkanaal komt hoofdzakelijk tot expressie in remmende interneuronen
- natriumkanalen kunnen ervoor zorgen dat de eindplaatpotentiaal een actiepotentiaal wordt. dit zorgt ervoor dat calcium intracellulair afgegeven kan worden en er contractie kan ontstaan
wat doen anti-epileptica?
verschuiven de spanningsafhankelijkheid in depolariserende richting en verlagen dus de neuronale prikkelbaarheid, in tegenovergestelde richting van wat de natriumkanaalmutatie doet.
waardoor kan een GABA-A receptor mutatie leiden tot epilepsie?
is een kanalopathieën. dit ionkanaal is ligandgestuurdd. het endogene ligand is de neurotransmitter GABA. deze mutatie leidt tot een afname van de GABA-conductantie. juist het verlies van GABA-inhibitie kan leiden tot epilepsie
hoe leidt een mutatie in het kaliumkanaal tot epilepsie?
door de mutatie werken de kanalen minder goed en daardoor is er een vertraagde repolarisatie en dus een verhoogde prikkelbaarheid.