H 7-8-9 Flashcards Preview

thematische woordenschat > H 7-8-9 > Flashcards

Flashcards in H 7-8-9 Deck (225)
Loading flashcards...
1

afhankelijk zijn van

dipendere da

2

jongetje/meisje; kindje

il bimbo/a

3

verwennen; bederven

viziare

4

op elkaar lijken

assomigliarsi

5

als twee druppels water op elkaar lijken

assomigliarsi come due gocce d'acqua

6

gelijkenis; overeenkomst

la somiglianza

7

hecht, verbonden

unito/a

8

neefjes en nichtjes (van broer en zus)

i nipoti

9

schoonbroer/ zus

il cognato/a

10

oud, bejaard

anziano/a

11

schoonzoon

il genero

12

schoondochter

la nuora

13

overgrootvader/moeder

il bisnonno/a

14

opzoeken, op bezoek gaan

andare a trovare

15

de voorouder

l'antenato/a

16

ouder jonger

maggiore , minore

17

paar, stel

la coppia

18

samenwonend stel

la coppia di fatto

19

de verloving

il fidanzamento

20

de wederhelft

la dolce metà

21

bruidegom/ bruid

lo sposo/ la sposa

22

het trouwfeest

lo sposalizio

23

trouwerij, bruiloft

le nozze

24

opvoeden

educare

25

(een of andere) vent

il tizio

26

doe ze de hartelijke groeten van mij

salutali tanto da parte mia

27

moeite doen, de moeite nemen

disturbarsi

28

niet langer storen

togliere il disturbo

29

verdriet, spijt

il dispiacere

30

hartelijke groeten

cordiali saluti