H13: De persoonlijkheid Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H13: De persoonlijkheid > Flashcards

Flashcards in H13: De persoonlijkheid Deck (163)
Loading flashcards...
1

Persoonlijkheid

Is de verzameling van kenmerken die het gedrag, de gedachten en de gevoelens van een individu bepalen. Deze verzameling van kenmerken is stabiel in de tijd en in uiteenlopende situaties. Een deel van deze kenmerken is algemeen menselijk, een deel komt alleen voor bij bepaalde groepen en een deel is specifiek voor het individu. Iedereen heeft een unieke constellatie van kenmerken en heeft daarom een eigen persoonlijkheid

2

Persoonlijkheidspsychologie

De studie van de persoonlijkheidskenmerken

3

Wat merkte Singer & Kolligan terecht op?

Dat we ons kunnen afvragen waarom er niemand meer les geeft over cognitieve psychologie, sociale-,ontwikkelings- of abnormale psychologie door zich uitsluitend te baseren op de visies van een aantal beroemde figuren en waarom men dit in de persoonlijkheidspsychologie nog wel doet

4

Welke factoren komen er naar boven bij de redenering van Singer en Killigan?

- Ten eerste zijn algemene theorieën over de persoonlijkheid grote en uitgebreide theorieën die coherent mensenbeeld vervat zijn.
Dergelijke grootse ondernemeningen passen beter bij een filosofische benadering dan bij een natuurwetenschappelijke benadering waarin elke uitspraak empirisch getoetst moet worden.

- Ten 2e is tijdens de 20ste eeuw een verschuiving opgetreden van theorieën over wat mensen gemeenschappelijk hebben naar theorieën over mensen van elkaar verschillen. Deze overgang ging samen met het toenemende individualisme in de westerse samenleving

- Ten 3e is men nog altijd geïnteresseerd in de oorspronkelijke inzichten van de grondleggers omdat ze een grote invloed gehad hebben op de manier waarop men mentale stoornissen behandelden

5

Als je naar de verschillende visies van de persoonlijkheidstheorieën kijkt, op welke 4 fundamentele punten verschillen ze?

- Het 1e verschil dat de theorie vooral moet gaan over wat mensen met elkaar gemeenschappelijk hebben of over wat hen van elkaar onderscheidt.

- 2 twistpunt is de vraag in hoeverre huidige gedragingen, gedachten en gevoelens gestuurd worden door ervaringen in het verleden. Moet een therapie zich concentreren op het huidige functioneren of op zaken die zich lang geleden afgespeeld hebben?

- 3e vraag is in hoeverre gedragingen bepaald worden door stabiele kenmerken van de persoon die de gedragingen vertoont, of door de omstandigheden waarin de persoon zich bevindt. Moet een behandeling zich richten op het veranderen van de persoon of van de omstandigheden, of op beide (en indien ja hoe)?

- Een 4e vraag ten slotte betreft de mate waarin stabiele verschillen tussen personen, als die bestaan, het gevolg zijn van biologische factoren dan wel verworven werden op basis van een leerproces. Indien het eerste geval is, zal men geneigd zijn om persoonlijkheidsveranderingen door geneesmiddelen te bewerkstelligen; in het laatste geval zal men meer geloven in het leren van een betere aanpak.

6

Psychoanalyse

is zowel een persoonlijkheidstheorie als een vorm van psychotherapie

7

De persoonlijkheidstheorie van psychoanalyse

Dit betreft zowel de ontwikkeling van de normale als gestoorde persoonlijkheid.

8

Wat zijn de centrale begrippen in de psychoanalytische theorie?

Onbewuste conflicten en psychoseksuele ontwikkeling

9

Wie is de grondlegger van de psychoanalyse?

Sigmund Freud, als arts ontdekte hij dat achter veel klachten van patiënten emotionele conflicten schuilgingen

10

Wat was de grondgedachten van Freud?

Dat individuen zich meestal niet bewust zijn van de echte redenen van hun gedrag.

11

Tot welke 3 niveaus van mentale activiteiten kwam Freud?

- Het bewuste
- Het voorbewuste
- Het onbewuste

12

Bewuste

Datgene waar we opdat moment zelf aan denken

13

Voorbewuste

Bevat de kennis en de herinneringen waar we niet aan denken, maar wel gemakkelijk in het bewuste gehaald kunnen worden (behalve wanneer ze geblokkeerd worden door krachten uit het onbewuste)

14

Onbewuste

Is het deel van de geest dat niet zonder meer toegankelijk is voor de mens

15

Waar was Freud van overtuigd en waarom?

Hij was er van overtuigd dat de belangrijkste krachten van het psychische leven in het onbewuste schuilgaan. In het onbewuste zitten de verborgen seksuele en agressieve driften, die een biologische oorsprong hebben. Deze driften worden omgezet in psychische energie. Daarnaast bevat het onbewuste ook gedachten die zo angstaanjagend zijn dat ze uit het voorbewuste geweerd werden. Freud noemde die gedachten verdrongen ideeën. We hebben geen toegang tot het onbewuste, maar kunnen er zicht op krijgen door oog te hebben voor de waarneembare gevolgen.

16

Tussen welke 2 grote driften maakte Freud onderscheid?

- Eros:
De algemene levensdrift die ervoor zorgt dat we eten, drinken, liefhebben, vitaal zijn en prestaties leveren

- Thantos:
De doodsdrift, gericht op vernietiging of beschadiging. Deze drift ligt ten grondslag van agressie, zelfverwonding, verslaving en het opzoeken van levensgevaarlijke situaties

17

Wat is de oorsprong van het bewuste en het voorbewuste?

Omdat het erkennen van onze driften door onze opvoeders en de verdere omgeving niet op prijs gesteld wordt zullen er conflicten ontstaan tussen de onbewuste driften en de samenleving en ook binnen het individu.. Om deze conflicten op te lossen, zal een deel van het onbewuste zich losmaken en realiteitszin ontwikkelen.

18

Hoe maakte Freud onderscheid tussen de interacties van het bewuste en onbewuste?

Es;
volledig onbewust

Ich;
Zowel in het bewuste. voorbewuste en het onbewuste

Uber-Ich;
Idem aan Ich

of in het latijns
id
superergo
ego

19

Es

Het es is de instantie waar alles ontstaat. Volgens Freud is het Es aanwezig vanaf de geboorte en is het volledig onbewust. Impulsen uit het Es zijn gericht op onmiddellijke bevrediging. Het Es eist een onmiddellijke voldoening van zijn behoeften (voedsel,seksualiteit, etc)

20

Ich

Omdat het Es op zich niet kan overleven, want het heeft geen oog voor de beperkingen van de realiteit. Door de frustraties die het al vlug ondervindt, groeit uit het Es het Ich om te helpen aan de behoeften van Es te voldoen. Het Ich zorgt voor de waarneming, het redeneren, het leren en alle andere activiteiten die nodig zijn om op een doeltreffende manier met de realiteit om te gaan.

21

Uber-Ich

Omdat de ontwikkeling van het Ich het mogelijk maakt voor het Es te overleven, maar het niet genoeg is om in een sociale groep te functioneren (het Es is alleen gericht op bevrediging van de eigen behoefte zonder rekening met iets te houden, als het Ich zich alleen maar daar rekening mee zou houden dan zou de persoon een kille, berekende persoon worden die volledig gericht is op het eigen gewin.)

Om het tegen gaan van de sociale tekortkomingen, onstaat er tegelijk met het Ich het Uber-Ich. Het Uber-ich is het deel van de geest dat zich bezighoudt met het onderscheiden tussen "goed" en "fout". Het Uber-Ich bestaat uit 2 delen: Het Ich-ideaal en het geweten.

Het Ich-ideaal;
streeft naar perfectie en hanteert zeer hoge (soms onmogelijke) normen

Het geweten;
overlaadt om ons met schuld wanneer we we iets verkeerds gedaan hebben, of denken gedaan te hebben.

Terwijl het Es aandringt op vrije expressie van impulsen, treedt het het Uber-ich op als zedenmeester. Daardoor moet het Ich niet alleen onderhandelen tussen het Es en de realiteit, maar ook tussen het Es en het Uber-ich en tussen het Uber-ich en de realiteit.

Omdat het Uber-ich vroeg in het leven gevormd wordt aan de hand van de geboden en verboden van de ouders, zijn de normen ervan tamelijk primitief

22

Waarom zijn het Es, het Ich en het Uber-Ich voortdurend met elkaar in conflict?

Volgens Freud zijn het Es, het Ich en het Uber-Ich voortdurend met elkaar in conflict. Omdat het Es onmiddellijke voldoening eist, zijn conflicten met de buitenwereld onvermijdelijk. Bovendien verwerpt het Uber-Ich de eisen van het Es, zodat een continu gevecht plaatsvind in de psyche. Het Ich speelt hierbij de moeilijke rol van bemiddelaar

23

Wanneer wordt de persoonlijkheid van een individu gevormd?

Tijdens de eerste levensjaren. Hier maakt de individu een aantal psychoseksuele ontwikkelingfasen door.

24

Hoe ontstaan persoonlijkheidsstoornissen volgens Freud?

In elke fase van de ontwikkeling richt het kind zich speciaal op de lichaamszone die op dat moment de sterkste sensatie produceert. Indien het hierbij gefrustreerd raakt, dan zal de persoon een fixatie in die fase vertonen, een overdreven gerichtheid op het lichaamsgebied dat in fase aan bod komt en op de symbolische activiteiten die ermee gepaard gaan. Bij te ernstige frustratie kan zelfs een regressie naar de vorige fase voorkomen. Hieruit volgen dan persoonlijkheidsstoornissen

25

Wat zijn de eerste contacten van een individu met de buitenwereld?

De eerste contacten verlopen via de mond en dit is dan ook eerste erogene zone

26

Orale fase

Dit omvat de eerste 18 levensmaanden. Het is een passieve en naar buiten toe rustige periode waarin we ons niet hoeven in te spannen en gewoon kunnen genieten van de goede dingen die ons te beurt vallen. Als dit passieve genieten overdreven wordt, dan kan het leiden tot een orale persoonlijkheid, een persoon die afhankelijk is, conformistisch en goedgelovig. Eten speelt een belangrijke rol in het leven van die persoon. Anderen zijn gemakkelijk te verleiden tot orale activiteiten zoals roken, nagelbijten of overdreven praten, vooral wanneer ze in de war zijn

27

Anale fase

Tussen 1 en 2 jaar beginnen de ouders met de zindelijkheidstraining van hun kind. Zelfs als het kind een sterke neiging voelt om naar de wc te gaan, moet het dikwijls even wachten tot er een geschikte gelegenheid is om deze activiteit uit te voeren. In tegenstelling tot de passieve, aangename aspecten van de orale fase moet tijdens anale fase een actieve en soms pijnlijke controle over het lichaam uitgeoefend worden. Dit gaat gepaard met frustratie. Conflicten in deze periode kunnen leiden tot 2 types van anale persoonlijkheid.

1: Netheid en een strak tijdsschema centraal;
zij hechten een overdreven belang aan orde en netheid en hebben voor alles een vaste plaats.

2: Rebelleren tegen de ouders;
dan wordt het individu koppig en uitdagen.

Tijdens de anale fase ontwikkelt het kind voorts een sterke afhankelijkheid ten opzichte van moeder en wordt zeer angstig bij haar afwezigheid. Om deze angst te bedaren, internaliseert het kind de moeder als symbool van perfectie. Dit beeld word het Ich-ideaal

28

Fallische fase

Dit wordt rond de leeftijd van 4 bereikt. Freud geloofde dat het kind op die leeftijd masturbatie ontdekt en plezier beleeft aan het wrijven over de penis of de clitoris. Hier gaan de ontwikkelingstrajecten van jongens en meisjes uit elkaar.

29

Oedipuscomplex

Bij jongens wordt de primitieve seksuele drang op de moeder gericht. Zij zijn jaloers op hun vader en rivaliseren met hem voor de liefde van de moeder. Tegelijk vrezen ze dat de vader de seksuele verlangens en jaloezie zal ontdekken en hen zal straffen door hen te castreren. Dit resulteert in castratieangst.

Oedipuscomplex verwijst naar de Griekse tragedie over koning Oedipus, die zijn vader doodde en zijn moeder huwde.

Jongens zullen hun castratieangst overwinnen door hun wens om de moeder te bezitten op te geven en zich met hun vader te identificeren. Hieruit ontstaat het geweten, het verbiedende deel van het Uber-ich.

Wanneer een conflicht niet goed opgelost raakt, dan ontstaat een persoonlijkheid, een koude promiscue persoon die vrouwen (of mannen) alleen gebruikt ter bevrediging van lust

30

Elektracomplex

Omdat Freud toegaf dat de vrouwelijke ontwikkelingen een groter mysterie vormde voor hem maakt hij de volgende suggestie:

Het eerste seksuele object van meisjes is ook hun moeder. Op een bepaald moment ontdekken ze echter dat zij inferieur zijn aan mannen, omdat mannen een penis hebben en meisjes alleen maar een clitoris. Hieruit ontstaan penisnijd en vijandige gevoelens tegenover de moeder, omdat zij hun deze minderwaardige anatomie gegeven heeft. Omdat er geen castratieangst is, veronderstelde Freud dat het geweten bij de vrouw minder sterk ontwikkeld was dan bij de man. Om het conflict op te lossen, zullen meisjes hun verlangen naar de moeder verwerpen en eerst een liefde voor de vader ontwikkelen om zijn penis te "delen". Daarna zullen meisjes overtuigd geraken dat het krijgen van een kind een goed substituut is voor het hebben van een penis.

Elektracomplex verwijst naar een Griekse tragedie waarin een vrouw de dood van haar moeder beraamt.

Een meisje dat het Elektracomplex niet goed opgelost krijgt, zal ze zich als een man gedragen. Zij zal mannen uitdagen en met hen flirten, maar in feite is zij een castrerende vrouw die niet echt geïnteresseerd is in seks