H12: Intelligentie Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H12: Intelligentie > Flashcards

Flashcards in H12: Intelligentie Deck (87)
Loading flashcards...
1

Welke 3 componenten word er vermeld door zowel leken als onderzoekers?

- Analytische intelligentie
- Praktische intelligentie
- Sociale en emotionele intelligentie

2

Analytische intelligentie

Het abstract redeneren en de vaardigheid om met iets om te gaan dat nog niet eerder gebeurd is (bij nieuwe informatie analyseren). Dit component is vooral nodig om goed te presteren op school.

Het is ook de intelligentievorm waar de theorie van Piaget over ging.

3

Praktische intelligentie

De competentie in het alledaagse, vertrouwde situatie, bijv de mate waarin een persoon goede oplossingen heeft voor gewone dagelijkse problemen op het werk en thuis.

4

Sociale en emotionele intelligentie

Hoe goed kan een persoon omgaan met andere mensen in uiteenlopende sociale situaties

5

Tussen welke 3 visies kan men onderscheid maken over de analytische, praktische en sociaal en emotionele intelligentie?

Volgens de eerste visie bestaat intelligentie uit een 'aangeboren potentieel tot intelligent gedrag'. Dit is een visie die gehanteerd wordt wanneer men van iemand zegt dat hij "intelligent" is, ondanks het feit dat hij net voor al zijn examens gezakt is. Zo'n uitspraak impliceert dat er wel voldoende aangeboren potentieel in de persoon zit, maar dat die in de praktijk niet tot uiting komt.


Volgens de 2e visie over intelligentie is iemand alleen intelligent als dit ook 'effectief in het gedrag tot uiting komt'. Binnen deze visie staat intelligentie niet los van de inspanningen die een persoon geleverd heeft om de aanleg tot uiting te brengen. Een extreme versie van deze visie stelt dat iedereen met dezelfde aanleg begint en dat verschillen in intelligentie volledig verklaard kan worden door verschillen in de leeromgeving.


Een derde visie ten slotte stelt dat iemand slechts intelligent is wanneer hij/zij 'goed op een test presteert'. Deze visie komt heel duidelijk tot uiting op school. Iemand die voor psycholoog of loodgieter studeert' wordt slechts als 'intelligent genoeg' beschouwd wanneer die op alle examens en proeven van bekwaamheid een voldoende hoge score behaalt. Toegepast op analytische intelligentie betekent dit gewoonlijk dat iemand slechts intelligent is wanneer hij/zij een hoge score behaalt op een intelligentietest

6

Hoe kan volgens Resing en Drenth analytische intelligentie omschreven worden?

Als een conglomeraat (samenklontering) van verstandelijke vermogens, processen en vaardigheden, die ervoor zorgen dat men abstract, logisch en consistent kan redeneren, relaties kan ontdekken, problemen oplossen en regels kan ontdekken in schijnbaar ongeordend matriaal

7

Aan wie word de eerste poging om intelligentie te meten gewoonlijk toegeschreven?

Sir Francis Galton, een neef van Charles Darwin

8

Wie ontwierpen de eerste emperische onderbouwde intelligentie test?

Alfred Binet en Theophile Simon. De eerste versie was in 1905 beschikbaar

9

Mentale leeftijd (ML)

Dit verwijst naar het soort vragen dat het kind kon oplossen. Als een 6-jarige vragen kon beantwoorden zoals een 8-jarige, dan was de mentale leeftijd van het kind 8 jaar

10

Intelligentiequotiënt of de IQ-score

Een maat die werd voorgesteld door de Duitse psycholoog, Wilhelm Stern. Deze score werd berekend met de formule (waarbij CL staat voor chronologische leeftijd);

IQ= ML/CLx100

De verhouding ML op CL werd met 100 vermenigvuldigd om geen cijfers na de komma te hebben

11

Stanford-Binet-test

Een aanpassing aan de Binet-Simon test(1916) zodat deze beter zou passen bij de amerikaanse cultuur

Deze test werd herzien in 1937,1960,1985 en 2003

12

Wie ontworp een intelligentie test voor volwassenen?

David Wechsler. Hij begon hier in 1940 mee omdat er geen duidelijk differentiëring toeliet tussen volwassenen en kinderen.

Hij groepeerde zijn test niet langer per leeftijdscategorie maar per taak. Binnen elke subtest bood hij items aan met een oplopende moeilijkheidsgraad. Hij gebruikte ook een grotere aantal items die geen beroep deden op talenkennis, zodat hij een onderscheid kon maken tussen verbale en nonverbale intelligentie

13

Welke tests horen in het programma van Wechslertests?

WAIS: Wechsler Adult Intelligence Scale
WICS: Wechsler Intelligence Scale for Children
voor kinderen van 6 tot 17 jaar
WPPSI: Wechsler Preschool and Primary Scale of Intelligence voor kinderen van 2 jaar en 6 maanden tot 7 jaar en 3 maanden

14

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de Wechslertests en de oorspronkelijke Stanford-Binet-test?

- De opgaven werden niet langer geordend per leeftijd maar per taak

- Bij elk taak waren er gemakkelijke en moeilijke items. zodat een aparte score per taak berekend kon worden

- De scores op de verschillende taken werden samengevoegd tot een verbaal IQ, een performantie-IQ (gebaseerd op taken die weinig een beroep doen op taal) en een totaal IQ

- Het IQ werd op een andere manier berekend

De benadering van Wechsler is uiteindelijk de betere gebleken, want bijna alle andere intelligentietests hebben ze overgenomen (incl. de Stanford-Binet-test in de recentste editie)

15

Raven Progressive Matrices test

Een ander zeer bekende intelligentietest waarvan 4 varianten bestaan met oplopende moeilijkheidsgraad.

16

Waarom is de Raven Progressive Matrices test intressant?

Omdat hij volledig uit niet-verbaal materiaal bestaat en in korte tijd groepsgewijs kan worden afgenomen.

De test bestaat uit 60 opgaven van een verschillende moeilijkheidsgraad. Per opgave krijgen de proefpersonen een figuur te zien waarvan een deel ontbreekt. Het ontbrekende deel moeten ze aanduiden in een reeks van alternatieven

17

SON-R

Snijders-Oomen Niet-verbale Intelligentietest-Revisie.
Van deze niet-verbale test bestaan 2 versies, 1 voor kleine kinderen (2,5-7 jaar) en 1 voor oudere kinderen (5,5-17 jaar)

Het interessante aan deze test is dat hij oorspronkelijk voor dove kinderen gemaakt werd en dus, evenals de Raven Progressive Matrices test, gebruikt kan worden bij proefpersonen die het Nederlands minder goed beheren. Deze test bestaat uit 2 subtests

18

Welke tests zijn er nog meer voor volwassenen?

De Groninger Intelligentie Test (GIT)
Kaufman-test

19

Waar worden tests in Nederland beoordeeld?

Door de 'Commissie Testaangelegenheden Nederland' (COTAN), een officiële commissie die periodiek een boek uitgeeft met haar bevindingen

20

Wat is een andere naam voor analytische intelligentie test?

Psychometrische benadering.

Psychometrie verwijst naar de ontwikkeling van objectieve meetinstrumenten of tests voor psychische kwaliteiten zoals intelligentie en persoonlijkheid

21

Aan welke 3 vereisten moeten goede psychometrische test voldoen als we de redeneringen van Binet-Simon gebruiken?

- Een goede normsteekproef
- Een hoge betrouwbaarheid
- Voldoende validiteit

22

Normsteekproef

De vergelijkingsgroep
men vereist dat de normsteekproef representatief is voor de populatie

23

Populatie

Een statisch begrip en verwijst naar de volledige groep waaruit een steekproef getrokken kan worden

24

Normaalverdeling

Een klokvormige curve die de verdeling van heel wat menselijke eigenschappen en vaardigheiden beschrijft

25

Betrouwbaarheid

De consistentie van de scores. Dit wordt uitgedrukt in een correlatiecoëfficiënt

Bij een goede test verwachten we dat de betrouwbaarheid dicht bij +1,00 ligt

26

Hoe kan de betrouwbaarheid van de IQ test berekend worden?

- De test 2maal aanbieden met een tussentijd van enkele weken en de correlaties berekenen tussen de scores die de personen bij de eerste test afname behaalden, en de scores die ze bij de 2e testafname behaalden. Dit heet de
Test-hertestbetrouwbaarheid

- De correlatie bereken tussen de ene helft van de items en de andere helft van de items. Als alle items hetzelfde meten, dan moet iemand die hoog/laag scoort op de ene helft van de items, ook hoog/laag score op de andere helft van de items. Dit heet de
Gesplitste-testbetrouwbaarheid

- Gebruik maken van 2 gelijkwaardige tests en de correlatie berekenen tussen de scores op beide tests. Dit is de
Paralleltestbetrouwbaarheid

In de praktijk gebruiken veel onderzoeker alle 3 de manieren om de betrouwbaarheid van hun test na te gaan

27

Welke 2 aanvullende aanmerkingen moeten er gemaakt worden ivm de betrouwbaarheid

Ten eerste wordt de betrouwbaarheidswaarde van een test gevonden met testleiders die opgeleid werden om de test op een gestandaardiseerde manier af te nemen. Dit betekent dat alle proefleiders bij elke proefpersoon op dezelfde manier reageren. Als een minder ervaren persoon een test afneemt, dan kunnen de interventies van de testleider het resultaat beinvloeden en komt de betrouwbaarheid van de IQ-score in gedrang (zodat de persoon eventueel een sterk verschillende score kan krijgen bij een andere testleider). Een goede betrouwbaarheid veronderstelt standaardisatie bij de testafname en objectiviteit bij het scoren van de resultaten.

Een tweede opmerking is dat zelfs bij een betrouwbaarheid van 0,95 er steeds een onzekerheidsmarge bestaat van minstens 5 IQpunten bestaat rond de verkregen score. Als iemand een score van 95 op een test behaalt is het beter om de score niet als een vaststaand getal te beschouwen, maar als een aanwijzing dat de score ergens tussen de 90 en 100 ligt

28

Validiteit

Dit is een ander belangrijk kenmerk van een goede intelligentie test.

De test moet meten wat het beweert te meten

29

Begripsvaliditeit

De accuraatheid waarmee een test de psychologische processen meet die binnen een theorie gespecificeerd worden

30

Inhoudsvaliditeit

De mate waarin de gestelde vragen representatief zijn voor het kennisdomein dat men wil meten. Inhoudsvaliditeit is ook van belang bij examen