H9: Het denken Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H9: Het denken > Flashcards

Flashcards in H9: Het denken Deck (69)
Loading flashcards...
1

Denken

Dit is een cognitief proces waarbij cognitieve representaties gemanipuleerd worden om de wereld te begrijpen en problemen op te lossen.

2

Waar maakt denken gebruik van?

Verbeelding, taal en symbolen.

3

Wanneer lossen we een probleem op?

Wanneer we hindernissen moeten overwinnen om een vraag te beantwoorden of een doel te bereiken

4

Probleemruimte

In deze metafoor wordt het oplossen van een probleem vergeleken met het zoeken van een pad in een doolhof, dat leidt van de huidige begintoestand naar het doel dat men wil bereiken. Sommige paden zullen naar het juiste doel leiden, andere zullen in een impasse uitmonden of in een verkeerd doel. Weer andere laten je in cirkels rondgaan en brengen je terug bij de begintoestand. Het komt er dus op aan het juiste pad in de probleemruimte te vinden. De verschillende mogelijke paden in de probleemruimte staan voor alle mogelijke opeenvolgingen van acties die uitgevoerd kunnen worden om een probleem op te lossen

5

Algoritme

Dit is een reeks van operaties die in theorie een oplossing van het probleem garanderen. Vaak vereist dit een herhaaldelijke toepassing van relatief eenvoudige operatie. Om een algoritme te gebruiken moet men zicht hebben op de volledige probleemruimte, zodat men weet welk pad tot de juiste oplossing leidt.

6

Volledig gestructureerd probleem

Dit is een probleem waarvan de oplossing vastligt en waarvan met zekerheid bekend is dat een oplossingspad bestaat.

7

Ondergestructureerd probleem

Hier weet men niet zeker of er wel een oplossingspad bestaat en is het voor de probleemoplosser dikwijls niet duidelijk hoe de doeltoestand er precies uitziet

8

Toren van Hanoi

Het doel van dit spel is om de 3 schrijven van positie 1 naar positie 3 over te brengen. Hier mag telkens maar 1 schijf verlegd worden en mag nooit een grotere schijf op een kleinere gelegd worden.

9

Negen-stippen-probleem

Je taak is om de 9 stippen met elkaar te verbinden door 4 rechte, ononderbroken lijnen te trekken zonder je potlood van het papier te halen en ergens anders opnieuw te beginnen

10

Welke 3 beperkingen hebben algoritme?

- Ze zijn slechts van toepassing bij volledig gestructureerde problemen.

- Veel mensen (vooral novicen) hebben de neiging om zonder veel nadenken de regels van het meest voor de hand liggende algoritme te volgen zonder zich af te vragen of het algoritme van toepassing is op het voorliggende probleem

- Ze zijn vaak omslachtig en vergen veel repetitief werk

11

Heuristieken

Dit zijn informele, intuïtieve en speculatieve oplossingsstrategieeen, die mensen ontwikkelen om bepaalde problemen aan te pakken; het zijn strategieën die we leren gebruiken omdat ze meestal een oplossing opleveren voor een specifiek probleem en over het algemeen sneller werken dan het volledig doorlopen van de probleemruimte met behulp van een algoritme. In tegenstelling tot algoritmen zijn heuristieken ook van toepassing op ondergestructureerde problemen

12

Subdoelanalyse

Dit is een algemeen toepasbare heuristiek Dit is het proces waarbij een complex probleem in een reeks van kleinere, overzichtelijker vragen opgedeeld wordt

13

Middel-doelanalyse

Dit is een strategie waarbij de probleemoplosser een reeks van kleine stapjes maakt (tussendoelen stelt) en telkens nagaat wat gedaan moet worden om de afstand tot het einddoel verder te verkleinen.

Deze methoden wordt vaak gebruikt moet worden bij alledaagse problemen

14

Analogie

Dit is vooral interessant wanneer men het analoge probleem in het verleden al opgelost heeft of wanneer het analoge probleem eenvoudiger is

15

Instelling

Wanneer mensen herhaaldelijk met succes gebruik heeft gemaakt van eenzelfde heuristiek om een reeks van gelijksoortige problemen op te lossen, dan kan dit leiden tot een rigide verwachtingspatroon over de oplossing van dit soort problemen, een instelling, die de juiste oplossing van een probleem bemoeilijkt

16

Functionele gefixeerdheid

Dit is een ander type van een instelling die zich voordoet wanneer men te zeer vastzit aan het conventionele gebruik van een voorwerp

17

Wat is wellicht de enige criteria waarop experts slechter scoren dan novicen?

Functionele gefixeerdheid en een verkeerde instelling. Omdat experts een probleem altijd op een bepaalde manier opgelost hebben, zijn zij minder geneigd om naar andere, creatieve oplossingen te zoeken

18

Welk onderscheid wordt er tussen 2 problemen gemaakt, ondanks dat deze niet door iedereen aanvaard wordt?

De eerste soort is er een stap voor stap benadering van het einddoel. De persoon start aan het begintoestand en beweegt zich beetje bij beetje door de probleemruimte naar het einddoel toe.

Daartegenover staan de problemen waarbij men initieel enige vooruitgang lijkt te boeken, maar uiteindelijk in een soort moeras terechtkomt, waar men pas na grote inspanningen weer uit kan komen (of niet). Meestal gaat dit laatste gepaard met een tamelijk abrupt inzicht, wat door Wolfgang Köhler een " Aha-Erlebnis" genoemd werd.

19

Waar bestond, volgens de Gestaltpsychologen, het oplossen van problemen niet uit?

Het oplossen van problemen bestond niet uit het leggen van eenvoudige associaties (zoals de behavrioristen beweerden), maar uit het vatten van het probleem in zijn geheel

20

Wat stelde men vast bij inzichtelijk leren?

Dat inzichtelijk leren optreedt bij de problemen waar initieel een grote aantrekkingskracht bestaat om een verkeerd oplossingspad te kiezen. In termen van de probleemruimte betekent dit dat de proefpersonen een sterke neiging heeft om een pad te kiezen dat in een impasse uitmondt.

21

Incubatie-effect

Een fenomeen waarbij men plotseling een probleem kan oplossen nadat men het een tijdje aan de kant gezet heeft.

Dit is vooral effectief wanneer men een probleem volledig moet herstructureren.

22

Welke 2 tactieken bestaan er om een instelling te doorbreken?

- Incubatie
- Brainstormen

23

Brainstormen

ideeën in de wilde weg spuien, zonder evaluatie. Pas later kijkt men of sommige van deze ideeën bruikbare paden opleveren. Het genereren van ideeën kan men alleen doen of in een groep. In het geval van de groep heet het brainstormen.

Onderzoek heeft wel aangetoond dat brainstorming in een groep niet erg bevordelijk is voor de creativiteit en minder nieuwe ideeën oplevert dan wanneer de individuele leden op hun eentje ideeën genereren

24

mentale modellen
naïeve theorien

gehelen van intuïties, kennis en overtuigingen die we hebben over een bepaald onderwerp en die ons helpen om dat onderwerp te begrijpen, erover na te denken en voorspellingen te maken.

Een mentaal model is meer dan een schema, want het is een voorstelling over de werking van de dingen, over hoe de wereld in elkaar zit. In dit opzichte zou je een mentaal model kunnen opvatten als een combinatie van een schema en kennis over de procedures die binnen dit schema toegepast kunnen worden.

25

Redeneren

Redeneren is nauw verwant met probleemoplossend gedrag en heeft betrekking op het evalueren van de waarheid of de waarschijnlijkheid van verklaringen.

26

Welke 2 vormen van redeneren zijn er?

- Deductief redeneren
- Inductief redeneren

27

Decutief redeneren

Bij deductief redeneren trekt men vanuit een reeks van algemene premissen een conclusie over een specifieke gebeurtenis. Dit is het soort redeneren dat we zullen gebruiken om een gebeurtenis voor te bereiden

28

Logicisme

Een beweging, opgericht in de 20ste eeuw, die stelde dat de logica de basis vormde van rationeel menselijk denken: mensen waren enkel rationeel als ze volgens logische regels dachten.

29

Welke 3 grote vormen van deductief redeneren zijn er?

- Voorwaardelijk redeneren
- Categorische redeneren
- Lineair redeneren

30

Syllogisme

Dit is een uitspraak van 3 regels, waarvan de eerste 2 premissen (voorwaarden) zijn en de 3e een besluit