H16: Gedrag en gezondheid Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H16: Gedrag en gezondheid > Flashcards

Flashcards in H16: Gedrag en gezondheid Deck (95)
Loading flashcards...
1

Stress

Is de emotionele en lichamelijke reactie die optreedt wanneer iemand zich probeert aan te passen aan veranderingen die het normale dagelijkse leven verstoren of dreigen te verstoren en die een persoon dwingen om zich aan te passen

2

Stress

Is de emotionele en lichamelijke reactie die optreedt wanneer iemand zich probeert aan te passen aan veranderingen die het normale dagelijkse leven verstoren of dreigen te verstoren en die een persoon dwingen om zich aan te passen

3

Wanneer wordt stress een probleem?

Wanneer er te veel veranderingen na elkaar plaatsvinden, wanneer die veranderingen als bedreigend voor het welzijn ervaren worden en wanneer de persoon een gevoel van onvermogen krijgt om de dreiging aan te kunnen. Een dergelijke stressreactie lokt fysiologische veranderingen uit die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.

4

Waar bestaat de eerste bron van stress uit?

Belangrijke levensveranderingen (life events) zoals beginnen aan een veeleisende studie, verhuizen naar een andere stad, een nieuwe baan of met een overlijden geconfronteerd wordt.

Elke levensverandering veroorzaakt stress, ook als die verandering positieve gevolgen heeft.

5

Wat geldt er in het algemeen met stress?

Hoe groter de mate van verandering en aanpassing, hoe groter de stress

6

Social Readjustment Rating Scale

Dit is een schaal om de invloed van 43 belangrijke levensgebeurtenissen te meten. Deze is ontwikkeld door Holmes & Rahe (1967).
De schaal maakt gebruik van een levensveranderingsscore. Hoe meer stresserend een gebeurtenis was, hoe meer eenheden eraan toegekend werden. De maximum score van 100 werd gegeven aan de dood van de partner.

Rahe stelde vast dat personen met een score van 300 of meer in het afgelopen jaar meer kans hadden op ziekten en ongevallen.

7

Wat veroorzaakt, naast levensveranderingen, nog meer stress?

De opeenstapeling van kleine irritaties

8

Waar hangt het effect, van de grote levensveranderingen en opeenstapeling van dagelijkse irritaties, vanaf?

Het effect hang af van de individu. Als een persoon een gebeurtenis als schadelijk of bedreigend percipieert dan is dit een een stresserend gebeurtenis; maar als dezelfde gebeurtenis als irrelevant beschouwd wordt, dan lokt die weinig of geen stress uit.

9

Life Experience Survey

Een aanpassing van de Social Readjustment Rating Scale, omdat niet iedereen een stressvolle situatie als stress beschouwd.

10

Welke factoren zijn belangrijk bij het uitlokken van stress?

- Hoe centraal een gebeurtenis is binnen het leven van een persoon. Mensen functioneren in verschillende levensgebieden (familie vrienden, werk, sportclub,...), die zie niet allemaal even belangrijk vinden.

- De mate waarin men overbelast is, Dagelijkse irritaties hebben vooral een impact op drukke momenten; tijdens een rustige periode kan men ze beter aan.

- De mate van ambiguïteit (dubbelzinnigheid) van de situatie. Vooral situaties waarin het niet meteen duidelijk is hoe men moet reageren, zullen stresserend zijn.

-De mate waarin men het gevoel heeft de gebeurtenissen te kunnen controleren. Situaties waar men zelf geen controle over heeft, lokken de meeste stress uit; problemen die men denkt gemakkelijk aan te kunnen, veroorzaken heel wat minder stress

11

Welke 2 reacties lokt een stressfactor uit in het lichaam?

- Onmiddellijke shockreactie
- Aanpassing op de langere termijn

12

Waar bestaat de onmiddelijke fysiologische reactie op een stressfactor uit?

Activering van het sympathische zenuwstelsel.
Dit is het deel van het zenuwstelsel dat ons in staat stelt om actie te ondernemen, om 'te vechten of te vluchten'. De activering start doordat de hypothalamus en een kern in in de hersenstam noradrenaline beginnen af te scheiden. Als gevolg hiervan zal het bijniermerg extra noradrenaline en adrenaline in de bloedbaan loslaten waardoor het sympathische zenuwstelsel een extra stimulus krijgen. Deze activatie zorgt ervoor dat we meer glucose (en dus energie) ter beschikking hebben, dat de alertheid verhoogt, dat er meer bloed vloeit naar de spieren, dat de hartslag en de ademhaling versnellen en er een verminderde activiteit is in het spijsverteringsstelsel

13

Waarom is er een fysiologische tegenreactie op stress?

Omdat het grote energieverbruik bij een actief sympathisch zenuwstelsel maar slechts een aantal uren volgehouden worden.

14

Wat is de fysiologische tegenreactie van stress?

De tegenreactie begint in de hypothalamus. Deze stimuleert de hypofyse om het adrenacorticicotrope hormoon (ACTH) in de bloedbaan los te laten. ACTH stimuleert de bijnierschors (het buitenste deel van de bijnier) die meer corticosteroïden gaat afscheiden, waaronder cortisol. De corticosteroïden regelen de glucosvoorraad (bij door vetzuren en eiwitten in glucose om te zetten en door de lever te stimuleren om opgeslagen glucose vrij te geven) zodat energie beschikbaar blijft. Zij zorgen er ook voor dat we niet te veel water en zout verliezen. Op deze manier wordt de homeostase gehandhaafd. De tegenreactie heeft echter ook consequenties, die duidelijk worden wanneer mensen of dieren te lang aan stressfactoren blootgesteld worden. Dan treedt namelijk het algemene aanpassingssyndroom op

15

Wie ontdekte de fysiologische veranderingen ten gevolge van stress?

Hans Selye tijdens zijn onderzoek met ratten

16

Uit welke 3 stadia bestaat het algemene aanpassingssyndroom (general adaption syndrome, GAS)?

- De alarmreactie

In dit stadium wordt het sympathische zenuwstelsel geactiveerd om de noodsituatie aan te kunnen. Tegelijk begint de tegenshockreactie ter voorkoming van vitale tekorten



- De weerstandsfase

Er wordt een soort evenewicht bereikt, waarbij een verhoogde sympathische activiteit gepaard gaat met een hoger niveau aan corticosteroïden in het bloed. De corticosteroïden stimuleren de omzetting van vetten en eiwitten in suikers en herstellen de evenwichtsverstoringen die door de sympathische activiteit veroorzaakt worden. De lichaamsfuncties lijken weer op hun normale niveau te zijn, maar tegelijk vindt een erosie plaats. Het herstel van beschadigd weefsel vertraagt en de vorming van afweerstoffen vermindert. Hierdoor wordt het organisme kwetsbaar voor ziektes. Ook de seksuele interesse vermindert. Een nieuwe stressfactor op dit moment kan zware gevolgen hebben.


- De uitputtingsfase.

Uiteindelijk slagen de hormonale en de neurale processen van de tegenreactie er niet meer in om de lichaamsprocessen in balans te houden. De symptomen van de alarmreactie keren terug en het lichaam zet de laatste overlevingsreacties in. Dit resulteert onder andere in een sterk verlaagd activiteitsniveau (lethargie). De situaties kan dusdanig verslechteren dat de dood erop volgt

17

Chronisch-vermoeidheidssyndroom

Een theorie is dat het algemene aanpassingssyndroom de oorsprong is van het chronisch-vermoeidheidssyndroom.

Dit is een stoornis waarbij mensen aanhoudend vermoeid zijn en niet meer herstellen zoals gewoonlijk. Door een te stresserend leven zouden deze mensen hun reserves uitgeput hebben, waardoor een kleine negatieve gebeurtenis een veel diepgaander effect heeft dan normaal en de volledige balans uit evenwicht brengt

18

Immuniteitssysteem

Dit systeem is vooral van belang om lichaamsvreemde stoffen te weren. Het vernietigt bijv. virussen en bacteriën. Een hele reeks studies heeft aangetoond dat psychische stress het immuniteitssysteem onderdrukt en dus het risico op het lichamelijke kwalen verhoogt. Door de verminderde werking van het immuniteitssysteem zijn mensen onder stress vooral gevoelig voor infectieziekten.

19

Wat bleek uit grootschalig onderzoek naar de fysiologische gevolgen van stress?

Uit een grootschalig onderzoek in maastricht blijkt bijv dat werknemers aan wie hoge eisen gesteld worden, vaker verkouden zijn en griep krijgen dan collega's die minder eisen hoeven te voldoen (Mohren et al) Ook onzekerheid op het werk, door bijv reorganisatie, leidt tot een toename van griep en buikgriep. Tot slot hebben medewerkers in een 24h ploegendiens een grotere kans op infecties dan dagdienstmedewerkers

20

Wat is een psychologische gevolg van stress?

Blootstelling aan aanhoudende stress verhoogt de kans op negatieve emoties, zoals angst, somberheid, frustratie en woede.

21

Stemming

Is een emotionele ervaring die langer duurt dan een emotie (gaande van uren tot maanden), minder intens is en minder duidelijk gericht op een bepaalde stimulus

22

Wanneer spreken we van een stemming?

Als de emoties lang duren en niet langer op een specifieke stimulus gericht zijn.

Het effect van langdurige stress zal zich eerder uiten in een stemming dan een emotie

23

Waar heeft stress nog meer invloed op? Hoe uit zich dat?

Op het cognitieve functioneren.

Een beetje stress (opwinding) bevordert het prestatieniveau, maar een te hoog niveau vermindert de prestaties. Dan verkleint de mogelijkheid om zich te concentreren, om goed na te denken en de juiste informatie uit het geheugen te roepen.

24

Yerkes en Dodson-wet

Het verband tussen de mate van motivatie en het prestatieniveau. Dit is 1 van de oudste bevindingen in de wetenschappelijke psychologie.

Deze wet stelt dat er voor elke taak een optimaal niveau van motivatie is. Een zeer lage motivatie is niet goed voor de prestaties, maar dat geldt evenzeer voor een zeer hoge motivatie. Als de opwinding te hoog wordt, dan functioneert een persoon niet goed meer. Omdat de opwinding zowel veroorzaakt wordt door de motivaties als door de taakmoeilijkheid (een moeilijke taak lokt meer opwinding uit dan een gemakkelijke) ligt het optimale motivatieniveau bij een moeilijke taak lager dan bij een gemakkelijke taak. Een hoge prestatiemotivatie helpt vooral bij het correct uitvoeren van gemakkelijke of vervelende taken, die uit zichzelf weinig opwinding veroorzaken.

25

Welk evidentie is er voor de Yerkes-Dodson-wet

Deze kwam uit een klassieke proef van Taylor. Aan de hand van een angstvragenlijst maakte deze onderzoeker een onderscheid tussen een groep studenten die hoog scoorde op angst en een groep die laag scoorde. De studenten met een hoge score presteerden beter op gemakkelijke taken, maar slechter op moeilijke taken dan de studenten met een lage score. Stress werkt volgens hetzelfde mechanisme als angst. Het veroorzaakt opwinding en daardoor zal een hoge mate van stress vooral negatieve gevolgen hebben voor het uitvoeren van moeilijke taken. Mensen onder stress nemen minder factoren in overweging bij het nemen van een beslissing en zullen in grotere mate onderhevig zijn aan de denkfouten.

26

Wat is de wisselwerking tussen stress en cognities?

Cognities kunnen de stress verder verhogen doordat iemand veranderingen in de routine te vlug als bedreigend percipieert (ook wel catastrofaal denken genoemd). Men gaat te veel belang hechten aan mogelijke negatieve gevolgen van veranderingen, waardoor elke nieuwe gebeurtenis potentieel bedreigend is.

27

Welke kans verhoogt stress nog meer?

De kans dat mensen agressief reageren, vooral op personen uit hun gezin

28

Op welke 2 manieren kan men omgaan met stress (coping)

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen het aanpakken van de stressfactoren zelf en het onder controle houden van de gevolgen van stress

29

Het aanpakken van stress.

Door acties probeert het individu rechtstreeks zijn relatie tot de stressbezorgende gebeurtenis te veranderen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen toenadering en vermijding

30

Wat doet men bij 'toenadering' van stress?

Bij toenadering probeert men het probleem op te lossen. Dit kan men doen door een confrontatie aan te gaan ('ik ben niet van mening verander en ik heg gevochten voor wat ik nodig had'), sociale steun te zoeken ('ik hem met iemand over gesproken die mij raad kon geven') of door probleemoplossend gedrag te vertonen ('ik heb een actieplan opgesteld en houd mij daaraan')