H2: De biologie van het gedrag Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H2: De biologie van het gedrag > Flashcards

Flashcards in H2: De biologie van het gedrag Deck (97)
Loading flashcards...
1

Neuronen

Zenuwcel met de voornaamste functie om te communiceren met andere neuronen.

2

Foetale alcoholsyndroom

Een stoornis die ten wijten is aan alcohol dat vanuit de bloedsomloop van de modern terecht komt in de bloedsomloop van de foetus

3

Welke 3 types neuronen zijn er?

Sensorische neuronen
Motor neuronen
interneuronen

4

Sensorische neuronen

Ontvangen informatie van het lichaamsweefsel en de waarnemingsorganen en sturen deze informatie naar de hersenen of de ruggenmerg. Zij zorgen ervoor dat de hersenen informatie ontvangen van de buitenwereld en het lichaam

5

Motorneuronen

Vervoeren signalen vanuit de hersenen en het ruggenmerg naar de spieren, organen en klieren van het lichaam. Zij staan in voor de uitvoering van de "bevelen" die vanuit de hersenen komen

6

Interneuronen

Dragen informatie over tussen neuronen. In het eenvoudigste geval ontvangt een sensorisch neuron informatie uit de omgeving en draagt die over aan een in ter neuron, dat op zijn beurt het signaal doorstuurt naar een motor neuron dat een reactie door seint

7

Uit welke 3 grote delen bestaat een neuron

Cellichaam
Dendrieten
Axon

8

Cellichaam

Het cel lichaam van een neuron bevat structuren die ook in andere lichaamscellen aangetroffen worden, zoals

9

Wat doen dendrieten

Dendrieten vormen een netwerk van smalle vezels, lijkend op takken van een boom, die vanuit het cellichaam komen ( dendron is het Griekse word voor boom) zij ontvangen signalen van andere cellen

10

Wat zijn Axon

Is een langer, dunne vezel die eveneens vanuit het cellichaam komt en zich aan het einde splitst in een waaier van uiteinde. De axonen van verschillende cellen groeperen zich en vormen een zenuw

11

Rustpotentiaal

Wanneer een neuron geen signalen ontvang of verstuurt, dan is het in een rust toestand. Deze rusttoestand is in werkelijkheid een actief onderhouden situatie waarbij de binnenkant van de celmembraan negatiever geladen is dan de buitenkant

12

Actiepotentiaal

Het signaal dat informatie overdraagt in het zenuwstelsel. De actiepotentiaal loopt vanuit de axonheuvel naar alle uiteinden van het taxon die uitwaaiert in verschillende rijen met elk een eigen uiteinden

13

Excitatorische signalen

Sommige stimuli leiden ertoe dat het potentiaalverschil tussen de binnen en buitenkant van de cel verminderd

14

Inhibitorische signalen

Stimuli die er toe leiden dat het potentiaalverschil iets groter wordt

15

Membraan permeabiliteit

Doorlaatbaarheid van de membraan voor ionen

16

Refractaire periode

Na de doortocht van een actiepotentiaal kan een gedurende tijd geen nieuwe actiepotentiaal uitgelokt worden. Dit duurt 1 a 2 ms

17

Welke 2 mechanismes worden gebruikt om de informatie over de stimilusintensiteit via de zenuwbaan over te brengen

1: het aantal neuronen dat vuurt
2: de snelheid dat de neuronen vuren

18

Welke 2 factoren bepalen de geleidingssnelheid

De diameter van de axon en de aanwezigheid van de myelineschede

19

Meylineschede

Dit is een dun vetlaagje dat rond het axon ligt en op een regelmatige afstand een inkeping vertoont. Deze inkeping wordt de knoop van ranvier genoemd. Bij gemyelaniseerde axonen reist de actiepontiaal niet door de segmenten bedekt myeline, maar springt van knoop tot knoop waardoor de snelheid van het signaal drastisch toeneemt

En andere functie van de myelineschede is de isolatie van het axon, waardoor een signaal dat door het axon reist, naburige neuronen niet beïnvloedt

20

Synaps

De plaats waar een zenuwimpuls van het ene neuron aan het andere doorgegeven wordt


De ruimte tussen de 2 neuronen heet de synaptische spleet

21

Neurotransmitter

De chemische stof die vrijkomt in de synaptische spleet

22

Neurotransmissie

Het proces van communicatie dmv neurotransmitters

23

Door welke 3 manieren wordt de neurotransmitter gedeactiveerd

1. Doordat het ontvangende neuron hem opneemt
2. Doordat het verzendende neuron hem weer absorbeert
3. Doordat hij in de synaptische spleet afgebroken wordt door enzymen die daar aanwezig zijn

24

Dopamine

Is betrokken bij 3 grote communicatieroutes in de hersenen. Elke route start in de middenhersenen (het mesencefalon)

De eerste route is verantwoordelijk voor de bewegingscontrole

De 2e route gaat van de midden hersenen naar de frontale lob en speelt een rol bij het denkproces, in het bijzonder bij de planning van de denkprocessen en het doelgericht handelen

Tot slot is dopamine, samen met noradrenaline en serotonine, betrokken in een route die zorgt voor het regelen van emoties en motivaties.
Binnen deze route speelt dopamine ook een rol bij het gevoel van tevredenheid na het krijgen van een beloning. Men neemt aan dat dit deel betrokken is bij verslavingen

25

Endorfine

"De morfine van binnenin"

Deze hebben een sterk pijnreducerende effect

26

Zenuwstelsel

Het geheel aan neuronen in een lichaam

27

Centrale zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg

28

Ruggenmerg

Is een smalle buis die zich over de hele lengte van de rug uitstrekt.

De ruggenmerg wordt omgeven door hersenvocht, dit opgesloten in de ruggengraat en de schedel

In het ruggenmerg worden eenvoudige reflexen gecontroleerd

29

Perifere zenuwstelsel

Dit bestaat uit alles wat buiten de hersenen en ruggenmerg valt. Dit bestaat voornamelijk uit sensorische neuronen die informatie uit het lichaam naar de brengen, en motorneuronen, die informatie van het centraal zenuwstelsel naar de verschillende structuren in het lichaam overbrengen

30

Welke 2 delen bestaat het perifiere zenuwstelsel

Somatische zenuwstelsel
Autonome zenuwstelsel