week 12 Flashcards Preview

Frans > week 12 > Flashcards

Flashcards in week 12 Deck (48)
1

een gezellige sfeer

une atmosphère conviviale

2

gezellig/gastronomisch

conviviale

3

buitensluiten/verstoten/opzij geschoven

mettre au placard

4

een vreedzaam/vriendschappelijke scheiding

un divorce à l'amiable

5

voor het geval/just in case

au cas où

6

failliet zijn (uitdrukking met sleutel)

mettre la clé sous la porte

7

een kakkerlak (twee mogelijkheden)

une blatte/un cafard

8

bijstaan/steunen

épauler

9

de kleine deserties bij koffie

des mignardises

10

een verrukking

un ravissement

11

overgelukkige zijn

être ravi

12

beginnen met koken

se mettre aux fourneaux

13

niets op aan te merken/ rien à dire de plus

rien à redire

14

een goede kok

un bon cuistot

15

adjectief --> mist zout/ afkruiding

fade

16

een boxershort

un caleçon

17

blijken

s'avérer

18

druk zijn/super druk

être débordé

19

ik zal er geen voet meer binnen zetten

je n'y remettrai plus les pieds

20

nooit vertoond/gloednieuw

inédite

21

in het donker

dans l'obscurité

22

verzot zijn

c'était à tomber par terre

23

dat is rotzooi/smerig spul

c'est de la piquette

24

niet bijzonder

c'est pas transcendant

25

huisgemaakt

fait-maison

26

het was verbazingwekkend/wauw

j'ai été bluffé

27

het is geweldig/heerlijk

c'est succulent

28

de chef heeft me overdonderd

le chef m'a épaté(e)

29

ongelooflijk, ik kan het niet geloven

je n'en reviens pas

30

boven mijn verwachtingen

c'était au-delà de mes attentes

31

te wensen overlaten

laisser à désir

32

gehaast zijn

être bâclé(e)

33

een gehaast werk

un travail bâclé

34

de keuken was gehaast

la cuisine était bâclée

35

dat deed me twijfelen

ça me laisse dubitatif(ve)

36

een bevlieging/opwelling (van de media)

un engouement (médiatique)

37

uit de lucht gevallen zijn (negatief)

être tombé(e) de haut

38

zich op iets verheugen

se faire une fête de + inf

39

goed gekruid zijn (vb een salade)

être bien assaisonnée

40

smaakloos

insipide

41

de steak is taai als een schoenzool

le steak est dur comme la semelle

42

het heeft veel smaak/ het is kruidig

c'est bien relevée

43

de knapperige frietjes

les frites croustillantes

44

het is uitstekend

c'est fameux

45

walgelijk/vies (iets te straf/teveel suiker)

écoeurant

46

een zachte witte wijn

un vin blanc moelleux

47

de wijn in een karaf

des vins en pichet

48

een karaf wijn

un pichet de vin