Week5 Flashcards Preview

Frans > Week5 > Flashcards

Flashcards in Week5 Deck (219)
Loading flashcards...
1

de ontvluchting/ontsnapping/het lek

une fuite

2

ontsnappen (uit de gevangenis)

s'évader

3

ontsnappen/vluchten (uit angst)

fuir

4

toegewijd

dévoué

5

beïnvloed zijn door (een toegewijd moeder)

être sous influence d'une mère dévouée

6

de kroon

la couronne

7

ontsnappen

s'échapper

8

verpletterend/drukkend

accablant(e)

9

een drukkende hitte

une chaleur accablante

10

verpletterende bewijzen

des preuves accablantes

11

door hel gaan

aller à l'échafaud

12

eergisteren

avant hier

13

overmorgen

après demain

14

trouwens/overigens

d'ailleurs

15

Bovendien/voorts

par ailleurs

16

plannen

planifier

17

vingerafdrukken

les empreintes digitales

18

een pistool

un pistolet

19

een geweer

un fusil

20

een machinegeweer

une mitrailleuse

21

een raket

un missile

22

een moordwapen

une arme au crime

23

een motief

un mobile

24

aangeschoten (enkel voor een vrouw)

pompette

25

eerlijk/oprecht/ eerlijk gezegd

franchement

26

hij zegt wat hij denkt

il parle franchement

27

net zo/even

tout aussi

28

hij is net zo brilliant als jij

il est tout aussi brillant que vous

29

het toppunt

le comble

30

het is het toppunt van arrogantie

c'est le comble de l'arrogance