Week 7 Flashcards Preview

Frans > Week 7 > Flashcards

Flashcards in Week 7 Deck (424)
Loading flashcards...
181

een internetgebruiker

l'internaute

182

de pepmiddelen

les excitants

183

hij snuit zijn neus

il se mouche

184

de koorts/grip hebben

avoir la fièvre/la grippe

185

hoesten

tousser

186

een verstopte neus

le nez bouché

187

de keel die pikt

la gorge qui pique

188

een snotneus hebben

avoir le nez qui coule

189

kleed je warm aan/bedek je goed

couvrez-vous bien

190

moeite hebben met ademen

avoir des difficultés à respirer

191

hoofdpijn hebben (twee opties)

avoir mal à la tête
avoir mal au crâne (fam)

192

een zware verkoudheid hebben (twee opties)

avoir un gros rhume
avoir la crève (fam)

193

leiden aan slaaploosheid/krampen

souffre d'insomnies
souffre de crampes

194

spijsverterings-/ademhalingsproblemen hebben

avoir des problèmes de digestion/respiration

195

zich verzwakt/koortsachtig voelen

se sentir affaibli/fièvreux

196

ik voel me zwak

je me sens faible

197

het brand

ça me brûle

198

Pak vast, mijn handen verbranden

Tiens, comme ça me brûle les mains

199

mijn ogen gaan er van branden.

ça me pique les yeux

200

ik heb een stekende pijn in mijn kuit

ça me lance dans le mollet

201

de kramp

la crampe

202

kramp in je buik hebben

avoir des crampes à l'estomac

203

het jeukt verschrikkelijk

ça me démange beaucoup

204

de krampaanval

la attaque de crampes

205

het is opgezwollen

c'est enflé

206

het is opgezwollen/opgeblazen (erger dan enflé)

c'est gonflé

207

het is geïnfecteerd

c'est infecté

208

jeuk hebben

avoir une démangeaison

209

je hebt opgezwollen ogen

tu as des yeux enflés

210

een ballon oppompen

gonfler un ballon