Day2Day Woorden - Around the house.. Flashcards Preview

Nederlands Woorden > Day2Day Woorden - Around the house.. > Flashcards

Flashcards in Day2Day Woorden - Around the house.. Deck (36)
Loading flashcards...
1

loodgieter

plumber

2

locksmith

slotenmaker

3

flashlight

zaklamp

4

plint

baseboard

5

screwdriver

schroevedraaier

6

aanrecht

countertop

7

piepschuim

styrofoam

8

kromtrekken

to warp

9

bouten en moeren

nuts and bolts

10

moersleutel inbussleutel

wrench allen key

11

houtskool

charcoal

12

karton

cardboard

13

vergrendelen (v)

to lock

14

to slide he slid sliding doors

glijden hij gleed schuifdeuren

15

inschakelen uitschakelen ingeschakeld

switch on / enabled switch off switched on

16

iron (n - appliance) iron (n - element) to iron (v)

strijkijzer ijzer strijken / ik streek / ik heb gestreken

17

de afwas

the dishes

18

spanningsomzetter / stroomomvormer

power converter

19

meetlint

measuring tape

20

rake (n) rake (v)

de hark harken (harkte / geharkt)

21

slijtage

wear & tear

22

to tighten

aandraaien / vastdraaien 

23

tillen opheffen

lifting can also be used - i.e.

24

graven groef / gegraven

to dig dug

25

to wipe wiped

vegen gevaagd

26

to shave

he shaved

she has shaved

a razor

a shaver

scissors

scheren

hij schoor zich

ze heeft zich geschoren

een scheermes

een scheerapparaat

schaar

27

handdoek doek doekje

towel tea towel? dishcloth

28

to stir stirred

roeren geroerd

29

oprijlaan

driveway

30

mals

tender / juicy