B1 - B2 - Onregelmatige Werkwoorden Flashcards Preview

Nederlands Woorden > B1 - B2 - Onregelmatige Werkwoorden > Flashcards

Flashcards in B1 - B2 - Onregelmatige Werkwoorden Deck (25)
Loading flashcards...
1

iets bedragen

bedroeg / bedragen (total / totaled)

2

sluipen

sloop / geslopen (sneak / sneaked)

prep: "uit" - De dief sloop het huis uit

3

krimpen

kromp / gekrompen (shrink / shrunk)

4

gieten

goot / gegoten (pour / poured)

5

verzoeken

verzocht / verzocht (sought / requested)

6

meten

mat / gemeten (measure / measured)

7

opwinden

wond op / opgewonden (excite / wind up // excited / wound up)

8

spuiten

spoot / gespoten (spray / sprayed)

9

onderhouden

onderhield / onderhouden (maintain / maintained)

10

zwerven

zwierf / gezworven (roam / roamed)

11

opslaan

sloeg op / opgeslagen

12

verheffen

verhief / verheven

uplift / elevate
uplifted..

13

verwerven

verwierf
verworven

acquire / acquired

14

ondernemen

ondernam
ondernomen

15

fluiten

floot
gefloten

16

ontbreken

ontbrak
ontbroken

17

ruiken

rook
geroken

18

afwijken

week af / afgeweken

19

gedragen

gedroeg / gedragen

20

onthouden

onthield / onthouden

21

ontslaan

ontsloeg / ontslagen

22

opbergen

borg op / opgeborgen

23

toestaan

stond toe / toegestaan

24

verkopen

verkocht / verkocht

25

vervangen

verving / vervangen