H 22 Verbale communicatie Flashcards Preview

thematische woordenschat > H 22 Verbale communicatie > Flashcards

Flashcards in H 22 Verbale communicatie Deck (202)
Loading flashcards...
151

Dat moest er nog bijkomen! Stel je voor!

Ci mancherebbe altro!

152

opvangen, toevallig horen

cogliere al volo

153

de gelegenheid/kans grijpen

cogliere la palla al balzo

154

vol raken/ treffen

cogliere in pieno

155

aanrichten, uithalen, uitvoeren

combinare qc

156

het is beter, het komt uit

conviene

157

Toe! Vooruit!

dai!

158

opvallen

dare nell'occhio

159

belang hechten aan

dare importanza a

160

in vorm zijn, bekwaam zijn

essere in gamba

161

op zwart zaad zitten, blut zijn

essere al verde

162

op stelten zetten

fare un quarantotto

163

het beste hopen, afkloppen; bedriegen;

fare le corna

164

een goed / slecht figuur slaan

fare bella figura brutta figura

165

doen alsof

fare finta di

166

schoon schip maken; alles opeten

fare piazza pulita

167

Afblijven! Handen thuis!

Giù le mani!

168

laten zitten, het opgeven

lasciar perdere

169

in de soep laten lopen, laten floppen

mandare all'aria

170

naar de pomp laten lopen

mandare a quel paese

171

bedriegen

mettere le corna

172

je neus ergens insteken

mettere il naso

173

veel geblaat maar weinig wol

molto fumo e poco arrosto

174

Driemaal is scheepsrecht

non c'è due senza tre

175

Doet u geen moeite!

non si disturbi!

176

verlangen iets te doen

non vedere l'ora di fare qc

177

iemand beetnemen

prendere in giro qu

178

gouden bergen beloven

promettere mari e monti

179

krokodillentranen vergieten

piangere lacrime di coccodrillo

180

met lege handen staan

restare a bocca asciutta