H10: Motivatie en emotie Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H10: Motivatie en emotie > Flashcards

Flashcards in H10: Motivatie en emotie Deck (144)
Loading flashcards...
76

Welke 2 verschillende reacties van kinderen die geconfronteerd worden met een moeilijke taak wordt door Diener en Dweck beschreven?

- Sommige kinderen begonnen al snel een gevoel van hulpeloosheid te vertonen, schreven de mislukking toe aan hun eigen tekorten en geven het op

- Andere kinderen bleven relatief opgewekt en probeerden allerlei strategieën uit terwijl ze zichzelf moed inspraken.

Deze kinderen presteerden hetzelfde op een taak dat onder hun niveau lag

77

Wanneer interpreteren mensen mislukkingen als een egodoel en wanneer als men de mislukking interpreteert aan een veranderbare eigenschap in het algemeen volgens Elliot en Dweck

Als mensen mislukking volgens egodoelen zullen interpreteren als ze ervan overtuigd zijn dat de mislukking te wijten is aan iets dat niet te veranderen is (bij een vaststaande persoonlijkheidstrek). Wanneer mensen daarentegen geloven dat de mislukking te wijten is aan een veranderbare eigenschap, dan zullen ze die gemakkelijker volgens een taakdoel interpreteren

78

Wat is een ander reden voor overdreven faalangst?

De perceptie van een mislukking. Sommige mensen hebben angst voor activiteiten waar ze niet mee vertrouwd zijn, omdat ze een catastrofale visie hebben over de gevolgen van een mogelijke mislukking

Andere mensen hebben teveel angst dat iets als een mislukking gezien zal worden en blijven te lang met een activiteit bezig. Hun perfectionisme verhindert hen om iets af te werken

79

Wat zijn emoties?

Dit is moeilijker te definiëren dan je op het eerste gezicht verwacht. Onderzoekers onderscheiden op zijn minst 3 aspecten in de emotie:

- Een evaluatie van de stimulus (cognitieve beoordeling)

- Een respons (in de vorm van een fysiologische opwinding, een gezichtsuitdrukking en bepaalde gedragingen)

- Een subjectieve ervaring

Op basis hiervan omschrijven we emotie als een reactie op een stimulus die bestaat uit een fysiologische opwinding en gepaard gaat met een evaluatie van de stimulus, een gezichtsuitdrukking en een subjectieve ervaring

80

Waarom zijn emoties heftiger dan denkprocessen?

Dit komt omdat ze gepaard gaan met lichamelijke veranderingen

81

Wat beargumenteerde Darwin in zijn 2e boek, "The expression of the emotions in man and animals"

Dat de expressie van emoties door stand gekomen was op basis van de evolutieprincipes die hij in "The origin" beschreven had. Om deze stelling te staven, gebruikte hij 2 bewijs gronden.

- Er is een duidelijke overeenkomst tussen de emotionele uitdrukkingen bij mensen en dieren.

- Alle mensen gebruiken dezelfde emotionele expressie.

82

Wat zijn volgens Darwin de overlevingsvoordelen van de soorten emoties die men kan uitdrukken?

- soortgenoten waarschuwen bij dreigend gevaar dmv angstig gezicht

- statushiërarchie opbouwen op basis van woede en angst

83

Waarom werden de argumenten van Darwin in de eerste helft van de 20e ter discussie gesteld?
Er zijn 2 redenen

- Opkomst van het behaviorisme. Volgens deze visie werd alle gedrag verworven op basis van leren en was er dus geen plaats voor aangeboren eigenschappen (tabulus rasa)

- Maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. The origine of species had namelijk geleid tot het 'sociaal-darwinisme', een visie die stelde dat het niet nodig was om de maatschappij te veranderen, om de arbeidsomstandigheden te verbeteren of om gelijke kansen in het onderwijs te creëren. De genetische sterke zou toch overleven.

Dit gaf o.a. aanleiding tot de opkomst van eugenetica, de overtuiging dat men een beter ras kon genereren dmv selectieve voortplanting en de uitsluiting van inferieure individuen

84

Hoe raakte Paul Roman betrokken bij de problematiek rond emotionele uitdrukkingen?

Hij vroeg zich af of gezichtsuitdrukkingen van patiënten gebruikt worden om de klinische vooruitgangen te boeken.

85

Welk ander evidentie heeft men gevonden dat emoties aangeboren zijn?

Ook blinde kinderen lachen als ze zich goed voelen, ondanks het feit dat ze deze uitdrukking nog nooit bij iemand anders geobserveerd hebben

86

Primaire emoties

De 6 emoties die door de meerderheid van de mensen herkent worden (Ekman)

-droefheid
- blijheid
- angst
- woede
- verrassing
- combinatie van walging/minachting (soms zijn mensen in staat deze emotie te herkennen en soms niet)

87

Wat is de duidelijkste evidentie van een universele gezichtsuitdrukking?

Blijheid. Dit wordt overal door een glimlach tot uiting gebracht

88

Welke 2 soorten glimlachen bestaan er? (Duchenne)

- authentieke glimlach, treedt op bij echte vreugde

- gespeelde glimlach, treedt op in veelheid van andere situaties

89

Hoe zie je het verschil tussen een authentieke en een niet authentieke glimlach?

Het verschil situeert zich rond de ogen. Bij rrn authentieke glimlach trekt de circulaire oogspier samen zodat men de indruk heeft dat de ogen mee lachen (door het aanspannen van de oogleden ziet het oog er ronder uit) bij een gespeelde glimlach is dat niet het geval

90

Culturele uitingsregels

Regels over welke emotie mag tonen in bepaalde situaties

Door de culturele uitingsregels kunnen individuen uit verschillende culturen elkaar verkeerd begrijpen ondanks dat de communicatie zelf gebaseerd is op universele gezichtsuitdrukkingen

91

Wie hebben er moeite met het herkennen van emoties?

Ouderen, schizofrenen, autisten, mensen met depressie en mensen met ziekte van Alzheimer. (Kohler)

92

Hypothese over de gezichtsfeedback

Deze hypothese stelt dat de emotionele ervaring van een persoon versterkt of verzwakt wordt door de bijbehorende spieractiviteit in het gezicht. Als je glimlacht zul je je alleen al daardoor beter voelen, als je verdrietig kijkt, dan zul je je ook echt verdrietiger gaan voelen

De hypothese over de gezichtsfeedback gaat over versterken van emoties op basis van onze gezichtsuitdrukkingen

Volgens de redenatie van VanSwearingen et al. is de hypothese over de gezichtsfeedback slecht nieuws voor patiënten bij wie een verlamming aan de mondspieren het glimlachen onmogelijk maakt

93

Wat redeneerde Wild et al over de hypothese van gezichtsfeedback?

Dat de hypothese ook kon inhouden dat mensen zich blijer gaan voelen als ze een reeks foto' s moeten beoordelen van gezichten die allemaal glimlachen, en dat ze zich slechter zouden gaan voelen als ze een reeks foto's moeten beoordelen van gezichten die droevig kijken. De onderliggende gedachte van deze redenering was dat mensen even de gezichtsuitdrukking imiteren van een persoon die ze zien (spiegelneuronen)

De resultaten bevestigden de voorspelling van Wild et al.

94

Wanneer is het sympathische zenuwstelsel actief?

Tijdens sterke emoties en stresssituaties

activatie in het sympathische zenuwstelsel leidt tot een verhoogde hartslag, een verhoogde bloeddruk, hartkloppingen, inhibitie van de speekselklieren (vandaar droge mond) en zweetsecretie (klamme handen)

95

wanneer is het parasympathische zenuwstelsel actief?

Tijdens ontspanning en rust

96

Wat is het principe achter de leugendetector?

Het registreren van de verhoogde activiteiten. Hiervoor volstaat het om de hartslag, bloeddruk of de huidgeleiding in de handpalm (deze geeft de maten van de zweetsecretie) te meten.

97

Wat werkt beter dan de leugendetector?

De "guilty knowledge test"

Men kan een verdachte confronteren met een reeks van dia's, waarop verschillende moordwapens te zien zijn (1 per dia) Telkens moet de persoon aangeven of hij/zij het voorwerp herkent. Als de verdachte de moord niet gepleegd heeft zou, dan zal die op bij alle stimuli dezelfde reacte vertonen. Alleen iemand die weet heeft van het moordwapen, zal verschillend reageren op de relevante stimulus, omdat deze stimulus een herkennigsrespons uitlokt

Uit een overzicht van 30 studies bleek dat gem. genomen 75% van de schuldigen ontmaskerd wordt door deze techniek tegenover 7% valse positieven bij onschuldigen (Ben-Shakhar&Elaad)

98

Is opwinding noodzakelijk om een emotie te kunnen voelen? Kunnen we blij, droevig, of kwaad zijn als onze hersenen informatie meer ontvangen over de staat van ons lichaam?

Uit data analyse blijkt dat patiënten de verwachte hersenactiviteit ten gevolge van een emotie (angst) nog wel vertoonden, maar in mindere mate en ook niet meer onder alle omstandigheden.


Hoewel fysiologische opwinding bijdraagt tot de intensiteit van emoties, blijkt uit de bovenstaande bevindingen dat ze toch niet noodzakelijk is. Bovendien lijkt ze niet gedifferentieerd genoeg te zijn om de precieze emotie te signaleren

99

Galvische huidreactie

De verandering in de elektrische geleiding van de huid ten gevolge van sympathische activiteit

100

Wat was 1 van de allereerste theorie binnen de psychologie over hoe emoties tot stand komen?

Deze theorie stelde expliciet dat emoties tot stond komen zonder tussenkomst van de rede (de cognities) Deze theorie werd aan het einde van de 19e eeuw onafhankelijk ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog William James en de Deense fysioloog Carl Lange.

101

James-Lange-theorie

Deze theorie over emotie stelde dat stimuli uit de omgeving automatisch een lichamelijke reactie uitlokken die naderhand door onze hersenen als een emotie ervaren wordt.

Deze theorie veronderstelt dat er geen emotie kan optreden zonder lichamelijke opwinding

102

Waarom werk de James-Lange-theorie aangevallen?

1 van de argumenten was dat de reacties van het lichaam niet snel genoeg zijn en ook niet gediffertieerd genoeg om te weten of we van een stimulus moeten weglopen of er juist naar toe moeten gaan.
Veranderingen in het sympathische zenuwstelsel treden dikwijls slechts na 1 a 2 seconden op. De vertraging is in strijd met de basissequentie van de James-Lange-theorie. Verder bleek dat, toen mensen ingespoten werken met adrenaline, de meerderheid zei dat ze alleen maar lichamelijke symptomen ervoeren, zoals bevingen en hartkloppingen, maar geen emoties.
Lichamelijke opwinding alleen lijkt dus niet voldoende te zijn om een emotie te beleven

103

Cannon-Bard-theorie

Volgens deze theorie stimuleert een emotie-opwekkende situatie gelijktijdig het sympathische zenuwstelsel, dat zorgt voor de lichamelijke opwinding, en de hersenen, die zorgen voor de emotionele beleving

104

Theorie van de cognitieve beoordeling (cognitive appraisal)

Volgens de theorie is de eerste stap in een emotionele sequentie de cognitieve beoordeling van de situatie. Alleen wanneer dit gebeurd is, kan fysiologische opwinding voorkomen
De beoordeling is nodig om te beslissen of de gepercipieerde gebeurtenis gevolgen kan hebben voor het persoonlijke welzijn, en zo ja welke.
De bekendste voorstander van deze visie was Richard Lazarus

105

Wat kan een emotionele respons onderdrukken?

Rationalisatie