H13: De persoonlijkheid Flashcards Preview

Psychologie M. Brysbaert > H13: De persoonlijkheid > Flashcards

Flashcards in H13: De persoonlijkheid Deck (163)
Loading flashcards...
61

Wie wees op het belang van de manier waarom mensen tegen situaties aankijken?

Julian Rotter (1954)

Volgens hem hing het gedrag van mensen niet enkel af van de objectieve relatie tussen hun gedragingen en de daar opvolgende bekrachtigingen, maar ook van de overtuigingen die mensen hadden over die relatie

62

Hoe noemde Rotter het verschil tussen interne en externe?

Locus of control.

Mensen met een interne locus of control geloven dat de beloning of de straf die ze zullen krijgen, afhankelijk is van hun gedrag en dus controleerbaar is. Mensen met een externe locus of control zien geen verband tussen hun eigen gedrag en de gevolgen die ze ervan ondervinden.

63

Van wie kwam de belangrijkste doorbrak voor de cognitieve benadering van de persoonlijkheid?

Van Albert Bandura

64

Wat is de sociaal cognitieve theorie van Bandura?

Volgens deze theorie bestaan er constante, wederzijdse interacties tussen:
a) de omgeving
b) de cognities en de eigenschappen van een persoon
c) de gedragingen van de persoon

De gedragingen van een persoon bepalen hoe de situatie geanalyseerd zal worden en welke gedragingen gekozen zullen worden. Het gedrag verandert op zijn beurt de omgeving en de cognities

65

Welk andere persoonseigenschappen, naast overtuigingen, zullen invloed hebben op de sociale interacties?

- Geslacht
- Sociale positie
- Lichamelijke aantrekkelijkheid van de persoon

Volgens Bandura zullen mensen uiteenlopende sociale reacties uitlokken op basis van hun gedrag, hun uiterlijk en sociale positie

66

Welke 3 redenen zijn er waarom de cognities van een persoon op verschillende manieren een effect op het gedrag en de omgeving hebben

Walter Mischel

- Invloed van de codeerstrategieen: Hoe zien we dingen?;
Mensen schenken niet alleen aandacht aan uiteenlopende aspecten in de omgeving, zij geven er ook een andere interpretatie aan

- Invloed van de verwachtingen: Wat denken we
dat er zal gebeuren?;
Een persoon percipieert niet alleen een situatie; op een bepaald moment moet hij/zij ook reageren. De belangrijkste variabel hierbij is wat de persoon verwacht van de situatie. Deze verwachtingen kunnen verband houden met het gedrag, de situatie en met de zelfeffectiviteit

- Invloed van subjectieve waarden: Wat is de moeite waar om na te streven?;
De vraag of een persoon bepaalde handelingen zal vertonen, hangt niet alleen af van de perceptie van de situatie en de verwachtingen over de eigen effectiviteit, maar ook van de subjectieve waarden die de persoon nastreeft.

67

Hoe komen veel cognities tot stand?

Op basis van klassieke conditionering, operante conditionering en in het bijzonder observerend leren

Volgens Bandura zullen veel mensen in de eerste plaats leren door te observeren, zonder hierbij zelf gevolgen te ondervinden.

68

Waaruit zal therapie in 1e instantie uit bestaan?

Het veranderen van ziekmakende cognities

69

Waarom is het cognitieve paradigma, samen met de trekbenadering, toonaangevend geworden in de psychologie?

Gedeeltelijk omdat deze visie aansluit bij het vele onderzoek dat plaatsvindt over allerhande cognitieve functies. Merk alleen op dat de cognitieve benadering in haar puurste vorm dezelfde boodschap brengt als de oorspronkelijke behavioristische visie:
In essentie bestaan er geen consistente persoonlijkheidsverschillen; mensen onderscheiden zich van elkaar door hun individuele leergeschiedenis die in hun gedragingen, cognities en emoties tot uiting komt. Deze visie is uiteindelijk te eenzijdig gebleken/ Er bestaan consistente persoonlijkheidsverschillen, die niet louter ten gevolge van individugebonden leerverschillen tot stand komen

70

Wat is de 2e tak binnen de persoonlijkheidspsychologie?

Een tak die zich richt op de vraag of er consistente verschillen bestaan tussen persoonlijkheden.

Binnen dit onderzoek gaat men ervan uit dat mensen beschreven kunnen worden aan de hand ven een beperkt aantal dimensies/. De belangrijkste benadering is de trekbenadering.

71

Wat is een theorie over persoonlijkheidstypes?

De theorie over persoonlijkheidstypes gaat uit van de gedachte dat mensen in een aantal categorieën onderverdeeld kunnen worden volgens een alles-of-niets principe, afhankelijk van de vraag of ze bepaalde kenmerken wel of niet bezitten. Iemand met de definiërende kenmerken valt binnen de categorie, iemand die 1 of meerdere kenmerken ontbeert, valt buiten de categorie want categorieën sluiten elkaar uit. Iedereen binnen een categorie wordt als gelijk gezien. Gewoonlijk wordt slechts een beperkt aantal categorieën onderscheiden, die samen een typologie vormen

72

Waarom hebben theorieën over persoonlijkheidstypes een sterke intuïtieve aantrekkingskracht?

Omdat de grondgedachte ervan overeenstemt met ons dagelijks taalgebruik

73

Wat is 1 van de oudste typologien?

De typologie van Hippocrates en Galenus, artsen uit het oude Griekenland. Volgens hen konden mensen onderverdeeld worden in 4 temperamenten, afhankelijk van de verhouding tussen 4 lichaamsvochten (humores)

- Sanguinisch temperament;
iemand met veel warm bloed en was snel opgewekt.

- Cholerische temperament;
Iemand met een overvloed aan gele gal (choler) en was snel woedend

- Melancholiek;
Iemand met een overvloed aan zwarte gal (melancholer) en was snel gedeprimeerd.

- flegmatiek temperament;
Iemand met te veel slijm (flegma) en werd gekenmerkt door een koele, afstandelijke en weinig emotionele houding

74

Wie zijn Ernst Kretschmer en William Sheldon?

Onderzoekers die in de eerste helft van de 20ste eeuw beargumenteerde dat de lichaamsbouw bepalend was voor de temperament van een persoon

75

In welke 3 types, van lichaamsbouw, werden mensen ingedeeld in de typologie van Kretschmer

- Pyknisch;
kort en dik

-atletisch;
gespierd

-asthenisch;
tenger met een lang gezicht en meestal lang; soms ook leptosoom genoemd

76

Waar is de typering van Kretschmer van afgeleid?

Van een groep mensen met schizofrenie en een groep patiënten met manische-depressieve stoornis (een stoornis waarbij men perioden van gedeprimeerdheid afwisselt met perioden van sterk verhoogde activiteit

77

Pyknisch persoon

Wordt gekarakteriseerd als vriendelijk, opgewekt, humoristisch, sociaal, iemand met wie je gemakkelijk vriend wordt. Dit type komt voornamelijk voor voor bij manisch-depressieve patienten

78

Asthenische persoon

Dit was iemand die op onze weg staat als een vraagteken, soms bijtend sarcastisch en soms verlegen, teruggetrokken, sensitief, nerveus en verliefd op boeken en natuurstudies. Deze groep was vooral vertegenwoordigd bij de schizofreniepatiënten

79

Atletische type

Dit type kwam ook vaker voor bij de groep met schizofrenie, maar kreeg minder aandacht van Kretschmer, wellich omdat hij deze groep als de gezondste beschouwde.

80

Wat vond Kretschmer toen hij typologie toepaste op misdadigers?

Toen hij typologie toepaste op misdadigers, vond hij wel meer gewelddadigheid onder de atletische groep.

Asthenische personen pleegden vaker kleine diefstallen en fraude

Pyknische personen waren meer betrokken bij oplichterij

81

Waarom kwam Sheldon op het idee om mensen onder te verdelen in types die elkaar uitsluiten, en dat het beter was om iedereen te beoordelen op dezelfde reeks van eigenschappen (dat ook een kern uitmaakt van de trekbeweging)?

Omdat er met Kretschmers methode te veel grensgevallen opleverde, die Kretschmer, bij gelegenheid, dysplastisch noemde

82

Tussen wie maakte Sheldon een onderscheid?

- Endomorfie;
Rondheid, weefsel voortkomend ut het endoderm of de ingewanden

- Mesamorfie;
Gespierdheid, weefsel voortkomend uit het mesoderm of de spieren

- Ectomorfie;
Knokigheid, weefsel, voortkomend uit het ectoderm of de botten

83

Wat is de alternatieve verklaring voor het verband waar Sheldon en Kretschmer van overtuigd waren (dat er een verband is dat tussen de lichaamsbouw en persoonlijkheid biologisch bepaald zijn)

De alternatieve verklaring gaat uit van de vaststelling dat mensen een impliciete persoonlijkheidstheorie hebben, een geheel van veronderstellingen over persoonlijkheden, die gebruikt wordt om andere te classificeren en te bepalen hoe men met hen zal omgaan

84

Impliciete persoonlijkheidstheorie

Baseert zich vooral op het uiterlijk van een persoon

85

Wat is een belangrijke factor bij de aantrekkelijkheid?

De lichaamsbouw

86

Wie is Carl Jung

1 van de eerste bewonderaars en collega's van Freud, maar ontwikkelde later zijn eigen versie van de psychoanalyse. In 1 van zijn geschriften ontwikkelde hij een typologie die volgens sommige bestond uit 8 types en volgens andere uit 16. Jung had een duistere schrijfstijl.

87

Hoe kwam, volgens Hergenhahn&Olson, Jung tot 8 persoonlijkheidtypes?

Door een combinatie van 2 oriëntaties van de psyche en 4 manieren waarop een persoon informatie verwerkt.

88

Wat zijn de persoonlijheidstypes van Jung volgens Hergenhahn&Olson?

Het eerste component betreft, kan de geest volgens Jung naar binnen of naar buiten gericht zijn. Wanneer de geest op zichzelf gericht is, dan is er sprake van introversie; wanneer de geest naar de buitenwereld gericht is, dan hebben we te maken met extraversie.

De 4 informatieverwerkingsmanieren:

- Gewaarworden;
Detecteert de aanwezigheid van een voorwerp, maar geeft niet aan wat het is.

- Denken;
Geeft een naam aan het voorwerp dat waargenomen is

Intuïtief aanvoelen;
Geeft een vaag gevoel wanneer iets niet feitelijk bekend is

Voelen;
Bepaalt op basis van een goed of een slecht gevel of een voorwerp waardevol is voor de persoon

89

Meyers-Briggs Type Indicator(MBTI)

1 van de eerste persoonlijkheidstest. Deze test werd ontworpen door Isabel Myers-Briggs en haar moeder, Katherine Cook Briggs. Volgens hen maakte Jung een onderscheid tussen 16 persoonlijkheidstypes op basis van 4 dichtotomieen

90

Wat zijn volgens Myers&Briggs de 4 dichotomieen mbt Jungs typologie?

- Extravert vs Introvert
- Denken vs voelen
- Intuïtie vs waarnemen
Oordelen vs percipiëren