Lekce 8 odlucitelne predpony Flashcards Preview

Dutch courses > Lekce 8 odlucitelne predpony > Flashcards

Flashcards in Lekce 8 odlucitelne predpony Deck (40):
1

Helemaal

vůbec/ úplně

2

helemaal niet

vůbec ne

3

niet helemaal

ne úplně

4

Ik begrijp het helemaal niet.

Vůbec to nechápu.

5

Ik begrijp het niet helemaal.

Chápu to celkem, ale ne úplně.

6

Al

7

nog niet

ještě ne

8

Nog

ještě

9

niet meer

už ne

10

Eva is hier nog maar Dana niet meer.

Eva tu ještě je, ale Dana už ne.

11

afmaken
af/maken
ik maak af
wij maken af
Ik maak vandaag mijn werk niet af.

dodělat

12

Instappen
in/stappen
ik stap in
wij stappen in
Ik stap op het station in.

nastoupit

13

Afspreken
af/spreken
ik spreek af
wij spreken af
Ik spreek met hem iets af.

domluvit

14

doorwerken
Ik werk vandaag tot laat door.
X
Ik moet vandaag tot laat doorwerken.

pokračovat v práci

15

klaar zijn

být hotový

16

Ik heb veel geld nodig.

Potřebuju hodně peněz.

17

Vandaag maak ik in Wassenaar schoon.

Dnes uklízím ve Wassenaaru.

18

Aflopen

skončit

19

Afspreken

domluvit

20

Doorgeven

vyřídit

21

Uitkiezen

vybrat si

22

Schoonmaken

uklízet

23

Nodig hebben

potřebovat

24

Afzeggen

odříct, zrušit

25

Doorlopen

jít dál, projít

26

Doorrijden

projet

27

Afrekenen

vyrovnat se

28

Ophalen

vyzvednout

29

Aankomen

dojet

30

Uitleggen

vysvětlit

31

Aanbellen

zazvonit

32

Afslaan

zahnout, odbočit

33

Doorlopen

pokračovat, jít dál

34

Oversteken

přejít

35

Ingaan

vejít

36

Instappen

nastoupit

37

Uitstappen

vystoupit

38

Overstappen

přestoupit

39

Aanbellen

zazvonit

40

Ophalen

vyzvednout