Week 7 Flashcards Preview

Frans > Week 7 > Flashcards

Flashcards in Week 7 Deck (424)
Loading flashcards...
391

opgenomen in het ziekenhuis

être hospitalisé

392

een gaatje (in de tand)

une carrie

393

een zilveren/gouden kroon laten zetten op een tand

mettre une couronne en argent/or usur une dent

394

een tand uittrekken/wegnemen

arracher/enlever une dent

395

een siroop

un sirop

396

een hoestpastille

une pastille contre la toux

397

een antibiotica

un antibiotique

398

een anti-inflammatoir/een ontstekingsremmende

un anti-inflammatoire

399

anti-depressiva

un antidépresseur

400

oogdruppels

un collyre

401

een crème

une pommade

402

een aspirine

un comprimé d'aspirine

403

een capsule/een pil

une gélule/un cachet

404

een zetpil

un suppositoire

405

een tape

du sparadrap

406

een condoom

un préservatif

407

een (injectie)spuit

une seringue

408

een pleister

un pansement

409

verpakking (van een pleister)

un sachet

410

de watten

de l'ouate
du coton

411

de alcohol van 90graden

de l'alcool à 90degrés

412

een ontstekingsremmende zalf

une pommade anti-inflammatoire

413

het gaat om, er is sprake van

Il s'agit de

414

Zich schuldig voelen dat

Culpabiliser de
Se sentir coupable

415

Het Schuld gevoel

La culpabilité

416

Zich zelf de schuld geven

Se culpabiliser

417

Op stang jagen/kwaad maken

Emmerder

418

Ze doet dit enkel om me kwaad te maken.

Elle fait ça pour m'emmerder.

419

de kinderen

des mômes

420

In diepe slaap gedompeld zijn

être plongé dans le sommeil