Week 7 Flashcards Preview

Frans > Week 7 > Flashcards

Flashcards in Week 7 Deck (424)
Loading flashcards...
91

zich verslikken

avaler de travers

92

zwijgen

avaler sa langue

93

door de zure appel heen bijten

avaler la pilule

94

kauwen

mâcher

95

de namaak

le toc

96

een pijnstiller

un anti-douleur
un analgésique

97

onbewust

inconsciemment

98

geloofwaardig/logisch/aannemelijk

crédile

99

de verzadiging

la satiété

100

afvallen

perdre du poids

101

ik wil afvallen

je veux perdre du poids

102

verminderde eetlust hebben

avoir moins d'appétit

103

veel honger hebben

avoir beaucoup d'appétit

104

slikken

avaler

105

kauwen

mâcher

106

de namaak

le toc

107

een OCD (obsessieve-compulsieve stoornis)
een dwangneurose

un TOC (Trouble obsessionnel compulsif)

108

de afkorting

l'abréviation

109

Gewoon een film aan het kijken.

Juste en train de regarder un film.

110

ik ben naar een film aan het kijken.

Je suis au milieu d'un film.

111

Ja, dat zullen we nog wel zien.

Oui, c'est ce qu'on verra.

112

Oke, ik zal erover nadenken.

OK, je vais y penser/réfléchir

113

Kinderachtig/onvolwassen

puérile

114

Opvullen/overstelpen/bevredigen

Combler

115


 een tekort aanvullen

combler un manque

116

iemand overstelpen met cadeaus

combler ··· de cadeaux

117

iemands wensen vervullen

combler les désirs

118

Een vrouw behagen

Combler une femme

119

je zal de mijne worden.

tu seras à moi.

120

je zal de mijne worden.

tu seras à moi.