Week 7 Flashcards Preview

Frans > Week 7 > Flashcards

Flashcards in Week 7 Deck (424)
Loading flashcards...
121

Droomzacht

Faites de beaux rêves

122

Slim

Malin/Maligne

123

Dat kan niet waar zijn

Ça ne peut pas être vrai
C'est impossible

124

Het is moeilijk te geloven dat

J'ai du mal à croire que

125

verspillen/verknoeien

gâcher

126

zijn geld verspillen

gâcher son argent

127

zijn kansen verknoeien

gâcher ses chances

128

Door het slechte weer is het feest in het water gevallen.

Le mauvais temps a gâché la fête.

129

door een rood licht rijden

brûler un feu rouge

130

Het ruikt hier verbrand

Ça sent le brûlé

131

Je hangt me de keel uit met je gevraag!

Tu me gonfles avec tes questions !

132

een buil op zijn voorhoofd hebben

avoir une bosse au front

133

smerig

dégueulasse

134

wat hij gezegd heeft, is smerig

Ce qu'il t'a dit est dégueulasse

135

een tekst uit het hoofd kennen

connaître un texte par coeur

136

een blauwe plek

un blue

137

Hoelang is het geleden?

ça fait combien de temps?

138

krabben

griffer

139

De kat heeft hem gekrabd.

Le chat l'a griffé.

140

omgeven/omringen

s'entourer

141

de tactiek

le stratagème

142

een medicijn

un médicament

143

zijn welzijn

son bien-être

144

beperken/indijken/limiteren

endiguer

145

blind

aveugle

146

ik heb een tafel laten maken

je fais faire un table

147

krabben

griffer

148

transplanteren

greffer

149

de angst

l'angoisse

150

angstig zijn

être angoissé(e)