Week 7 Flashcards Preview

Frans > Week 7 > Flashcards

Flashcards in Week 7 Deck (424)
Loading flashcards...
241

teveel pijn hebben

avoir trop de peine

242

de behandeling volgen

suivre ce traitement

243

een recept (wat je afgeeft in de apotheek)

une ordonnance

244

een geneeskundige verklaring (afwezigheid voor school/sport)

un certificat médical

245

een arbeidsverzuim (document van dokter dat je niet kan werken)

un arrêt de travail

246

naar spoedgevallen gaan

aller aux urgences

247

verzachten

atténuer (la force)

248

zeuren

râler

249

zachte heelmeester, stinkende wonden (je pest iemand omdat je om haar geeft)

qui aime bien, châtie bien

250

opwindend

excitant(e)

251

de doping

le dopage

252

doping gebruiken

se doper

253

de valsspelerij

la tricherie

254

ertoe brengen om iets te doen

amener à faire quelque chose

255

de beproeving/tentamen

l'épreuve

256

Oké, laten we maar bestellen.

OK, on n'a qu'à commander.

257

Oké, dus laten we Claudia gewoon bellen en...

OK, on n'a qu'à appeler Claudia et...

258

concurreren

rivaliser

259

afschrikkend

dissuasif

260

gebrek aan bewijs

faute de preuve

261

een implantaat

un implant

262

het me het strot uit als/ het irriteert me

ça m'exaspère

263

verheugen/lachen uit leedvermaak

jubiler

264

slank/dun

mince

265

het doet me plezier

ça me fait plaisir

266

het begint irritant te worden/ik word er gek van

ça m'agacé

267

gekwetst zijn (heel vaak gebruikt)

être vexé(e)

268

het is onbegrijpelijk/ondenkbaar

c'est inconcevable

269

de eigenwaarde/zelfrespect

l'amour-propre(m.)

270

fierheid

amour propre