Caminos | Unidad 10A Flashcards Preview

Spaans - Caminos > Caminos | Unidad 10A > Flashcards

Flashcards in Caminos | Unidad 10A Deck (31):
1

dansen

bailar

2

schilderen

pintar

3

domino spelen

jugar al dominó

4

kaarten

jugar a las cartas

5

een instrument (be)spelen

tocar un instrumento

6

tijdschrift

la revista

7

voetbalwedstrijd

el partido de fútbol

8

Wat zijn ze aan het doen?

Qué están haciendo? (inf: hacer)

9

zet

ponga (inf: poner)

10

bijbehorend, bijpassend

correspondiente

11

eerste verdieping links

1° izda. (izquierda)

12

tweede verdieping rechts

2° dcha. (derecha)

13

een minuut (lang)

durante un minuto

14

sluit

cierre (inf: cerrar)

15

zich herinneren

recordar

16

opmerken

notar

17

tegenwoordig deelwoord

el gerundio

18

saxofoon

el saxofón

19

bespreken, discussiëren

discutir

20

liefdesbrief

la carta de amor

21

eerste verdieping

el primero

22

tweede verdieping

el segundo

23

derde verdieping

el tercero

24

vierde verdieping

el cuarto

25

vijfde verdieping

el quinto

26

eerste verdieping rechts

el primer piso de la derecha
= el primero derecha

27

fout, onjuist

falso /-a

28

corrigeer

corrija (inf: corregir)

29

maar

sino

30

zoek

busquen (inf: buscar)

31

limonade

la limonade