les18 Flashcards Preview

Latijn > les18 > Flashcards

Flashcards in les18 Deck (37):
1

acer

acris scherp, streng, hard

2

patres

senatoren, patriciërs {mv}

3

agere

doen, handelen, onderhandelen

4

celer

celeris snel

5

opus est

...is nodig {+abl.}

6

discordia

tweedracht, onenigheid

7

lex

legis wet {v}

8

crudelis

-is wreed, meedogenloos

9

iudicium

rechtbank, vonnis

10

iratus

boos, woedend

11

fabula

verhaal, fabel

12

brevis

-is kort

13

eques

equitis ruiter, ridder

14

pars

partis deel {v}

15

omnis

-is ieder, elk, geheel, alle

16

mortalis

-is sterfelijk, vergankelijk, sterveling, mens

17

duo

twee

18

ingens

ingentis reusachtig, enorm

19

civis

civis burger, medeburger

20

utilis

-is nuttig, geschikt

21

salus

salutis gezondheid, welzijn {v}

22

communis

-is gemeenschappelijk, algemeen

23

consulere

beraadslagen, overleggen, overwegen, zorgen voor (+dat.), om raad vragen (+acc.), raadplegen (+acc.) {pf: consului, consultus}

24

convenire

samenkomen, tegenkomen, ontmoeten, overeenkomen

25

legatus

gezant

26

ius

iuris recht, rechtsregel {o}

27

describere

overschrijven {pf: descripsi, descriptus}

28

quattuor

vier

29

quinque

vijf

30

post

later, daarna {bijw.}

31

prudens

-entis verstandig, wijs

32

corrigere

verbeteren, corrigeren {pf: correxi, corrrectus}

33

preficere

-io afmaken, voltooien {pf: perfeci, perfectus}

34

tabula

plank, plaat, wetstafel

35

exponere

uitstallen, uiteenzetten, te vondeling leggen, tentoonstellen

36

qua de causa

waarom, daarom

37

duodecim

twaalf