les19 Flashcards Preview

Latijn > les19 > Flashcards

Flashcards in les19 Deck (37):
1

totus

geheel, heel

2

exercitus

-us leger

3

socius

deelgenoot, partner, bondgenoot

4

et ... et

zowel ... als

5

quaestor

-oris schatmeester

6

tribunus militum

krijgstribuun, officier

7

praeterea

bovendien

8

senatus

-us senaat

9

pugna

gevecht, strijd, slag

10

mille

1000 {milia, milium, mv}

11

pedes

peditis infanterist

12

animus

geest, gedachten, ziel, hart, moed

13

clades

cladis nederlaag {v}

14

numquam

nooit

15

intra

binnen {+acc.}

16

tumultus

-us tumult, opschudding, onrust, verwarring

17

magistratus

-us magistraat, ambt

18

praetor

-oris pretor

19

curia

curia, senaatsgebouw

20

certus

zeker ,betrouwbaar

21

pro certo habere

voor zeker houden

22

impetus

-us aanval

23

discrimen

-inis onderscheid, gevaar, gevaarlijke situatie {o}

24

constantia

vastberadenheid

25

confirmare

bevestigen, versterken, bemoedigen

26

augere

vermeerderen, vergroten {pf: auxi, auctus}

27

multitudo

-inis menigte, massa {v}

28

superesse

over zijn, overleven

29

tollere

opheffen, aanheffen, wegnemen {pf: sustuli, sublatus}

30

arcere

afweren, afhouden

31

matrona

(getrouwde) vrouw

32

publicum

het openbare leven 'de staat'

33

silentium

stilte, rust

34

custos

custodis bewaker

35

cogere

bijeenbrengen, verzamelen, dwingen {coegi, coactus}

36

salus

salutis gezondheid, welzijn, redding {v}

37

salvus

behouden, intact