les21 Flashcards Preview

Latijn > les21 > Flashcards

Flashcards in les21 Deck (35):
1

tristis

is, treurig; droevig

2

flere

huilen flevi, fletus

3

tantum

slechts; alleen

4

unde

vanwaar?; waarvandaan?

5

habitare

wonen; bewonen

6

inde

vandaar; daarvandaan

7

pirata

zeerover; piraat

8

nauta

zeeman; matroos

9

proelium

gevecht; strijd

10

committere

tot stand brengen commisi, commissus

11

proelium committere

een gevecht aangaan; een gevecht beginnen

12

necare

doden; ombrengen

13

emere

kopen emi, emptus

14

durus

hard; hardvochtig

15

interdum

soms; af en toe

16

coercere

in bedwang houden; bestraffen; straffen

17

caedere

neerslaan; slaan; doden

18

iubere

bevelen; opdragen; +inf, laten iussi, iussus

19

crinis

crinis m haar

20

disponere

verdelen; ordenen disposui, dispositus

21

perterrere

hevig laten schrikken; erg bang maken

22

effugere

ontvluchten; vluchten; ontsnappen effugi

23

vehemens

vehementis, hevig; heftig; sterk

24

vehementer

bijw, zeer; hevig; heftig

25

clemens

clementis, mild; toegeeflijk; vriendelijk; aardig

26

umquam

ooit

27

consulere in

+acc, optreden tegen; behandelen

28

ceterum

overigens; verder

29

mores

m mv karakter; leefwijze; gedrag; levenswandel

30

turpis

is, schandelijk; smadelijk

31

nuper

onlangs; kortgeleden

32

ardus

traag; langzaam; laat

33

fortis

is, dapper

34

defendere

afweren; verdedigen; beschermen

35

in

+abl, in; op; bij