les9 Flashcards Preview

Latijn > les9 > Flashcards

Flashcards in les9 Deck (31):
1

ubique

overal

2

quaerere

pf quaesivi = zoeken, vragen

3

modo ... modo ...

nu eens ... dan weer ...

4

apud

+acc. = bij

5

faber

handwerker

6

ante

+acc. = voor

7

pretium

prijs

8

scire

weten, kennen

9

vox

vocis, v = stem

10

gaudium

vreugde, plezier

11

tum

dan, vervolgens, toen

12

vadere

gaan, lopen

13

cito,

bijw = snel

14

officium

taak, plicht

15

bene

bijw = goed

16

explere,

pf explevi = vervullen, uitvoeren

17

statim

meteen, onmiddelijk

18

adeo

zo erg, zozeer

19

deserere

pf deserui = verlaten, in de steek laten

20

cum,

voegwoord = toen

21

quo?

waarheen?

22

firmus

sterk, stevig

23

tenere

houden, vasthouden

24

abducere

pf abduxi = wegvoeren, ontvoeren

25

evadere,

pf evasi = ontkomen, ontsnappen

26

votum

gebed

27

carcer

carceris, mannelijk = kerker, gevangenis

28

claudere

claudere, pf clausi = sluiten, opsluiten

29

post

na

30

nonnulli

m mv = enige, enkele

31

discedere

pf discessi = weggaan