les20 Flashcards Preview

Latijn > les20 > Flashcards

Flashcards in les20 Deck (33):
1

tuba

trompet

2

carmen

carminis lied, gedicht {o}

3

sonare

klinken, weerklinken {pf: sonui}

4

portare

dragen, brengen

5

qui, quae, quod

welk(e)?, wat voor (een)?

6

imago

imaginis beeld {v}

7

flumen

fluminis rivier, stroom {o}

8

hic, haec, hoc

deze, dit

9

adesse

aanwezig zijn, er zijn {pf: adfui}

10

ignorare

niet weten/kennen

11

non ignorare

goed weten/kennen

12

appellare

noemen

13

libertas

-atis vrijheid {v}

14

virtus

virtutis dapperheid, moed {v}

15

superare

overtreffen, overwinnen, verslaan

16

lumen

luminis licht {o}

17

decus

decoris sieraad, eer, roem {o}

18

elephantus

olifant

19

bestia

beest

20

atrox

atrocis afgrijselijk, gruwelijk, verschrikkelijk

21

corpus

corporis lichaam, lijf, lijk {o}

22

terrere

laten schrikken, bang maken

23

aurum

goud

24

argentum

zilver

25

praeda

buit

26

vincire

binden, boeien {pf: vinxi, vinctus}

27

currus

-us wagen

28

captivus

(krijgs)gevangene

29

nobilis

-is aanzienlijk, voornaam, van adel

30

at

maar

31

petere

gaan naar, aanvallen, vragen, verlangen, trachten te bereiken, streven naar, halen

32

bonum

het goede

33

bona

have en goed, goederen {o mv}