woordjes C Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > woordjes C > Flashcards

Flashcards in woordjes C Deck (800)
Loading flashcards...
1

ça; (pron. dem.)

dit, dat, het

2

ça coûte

dat kost (12 euro)

3

ça suffit

dat volstaat

4

cabane, la

de hut

5

cabine, la

de cabine, het hokje

6

cabine de bain, la

het kleedhokje (bij het zwembad)

7

cabine téléphonique, la

de telefooncel

8

caché

(een) verborgen (schat)

9

cache-cache, le

verstoppertje

10

cacher

verstoppen

11

cachet, le

de stempel (werktuig)

12

cacheter

(een brief) verzegelen

13

cachette, la

de schuilplaats (om zich te verstoppen)

14

cadeau, le; les cadeaux

het geschenk

15

cadet, le

de jongere broer

16

cadet; cadette

jongste (de jongste zus)

17

cadran, le

de wijzerplaat

18

cadre, le

het kaderlid

19

caduc; caduque

bouwvallig, verouderd (een bouwvallig huis)

20

café, le

de koffie, het café

21

cafétéria, la

de cafetaria

22

cafetière, la

de koffiepot

23

cage, la

de kooi, de schacht (van een lift)

24

cageot, le

het kistje

25

cahier, le

het schrift

26

caillou, le; les cailloux

de kei (op de weg)

27

Caire, Le

Caïro

28

caisse, la

de kassa

29

caisse d'épargne, la

de spaarkas

30

caissier, le

de kassier