Woordjes O Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > Woordjes O > Flashcards

Flashcards in Woordjes O Deck (150)
Loading flashcards...
1

obéir; obéi

gehoorzamen, gehoorzaamd

2

obéissance f, l'

de gehoorzaamheid

3

obéissant

gehoorzaam (zijn)

4

objectif, m, l’

het doel, de doelstelling

5

objectif; objective

objectief (zijn)

6

objection f, l'

het bezwaar

7

objet m, l'

het voorwerp

8

obligation f, l'

de verplichting

9

obligatoire; obligatoire

verplicht (een verplichte rijrichting)

10

obligé

verplicht, noodzakelijk, onvermijdelijk

11

obligeance f, l'

de welwillendheid

12

obliger

verplichten

13

oblique; oblique

schuin (een schuine lijn)

14

oblitérer

(een postzegel) afstempelen

15

obscur

duister (een duistere plek)

16

obscurité f, l'

de duisternis

17

obséder; obséde

obsederen, geobsedeerd

18

observateur m, l'

de waarnemer (toeschouwer)

19

observer; observé

observeren, geobserveerd

20

observer

(de wet) naleven

21

obstacle m, l'

de hindernis

22

obstination f, l'

de koppigheid

23

obtempérer

gevolg geven (aan een verordening)

24

obtenir

verkrijgen

25

obtenu

bereikt (het bereikte resultaat)

26

occasion f, l'

de gelegenheid, de kans

27

occasionner

(een vertraging) teweegbrengen

28

occident m, l'

het westen

29

occidental; occidentale; occidentaux

(een) westers (land)

30

occlure

afsluiten