woordjes U Flashcards Preview

Frans Woordschat Selor > woordjes U > Flashcards

Flashcards in woordjes U Deck (30):
1

un rien

een heel klein beetje

2

unanimité f, l'

de eensgezindheid

3

uni

effen, glad, vlak

4

unification f, l'

de eenmaking (van Europa)

5

uniforme m, l'

het uniform

6

uniformité f, l'

de eenvormigheid, de eentonigheid

7

union f, l'

de unie

8

unique; unique

enig

9

uniquement

enkel (te huur)

10

unir

(twee personen) verenigen

11

unité f, l'

de eenheid

12

unité monétaire f, l'

de munteenheid

13

univers m, l'

het heelal

14

universel; universelle

(een) universeel (probleem)

15

université f, l'

de universiteit

16

urbain

stedelijk (de stedelijke bevolking)

17

urgence f, l'

de urgentie, de noodzaak

18

urgent

(een) dringend (geval)

19

usage m, l'

het gebruik (uitwendig gebruik)

20

usé

(een) versleten (mantel)

21

user

(zijn kleren) verslijten

22

user de

(zijn gezag) aanwenden

23

usine f, l'

de fabriek

24

ustensile m, l'

het gebruiksvoorwerp

25

usuel; usuelle

(het is) gebruikelijk (dat...)

26

utile; utile

nuttig (zijn)

27

utilisable; utilisable

(een) bruikbaar (geschenk)

28

utilisation f, l'

de aanwending (gebruik)

29

utiliser

gebruiken

30

utilité f, l'

de nuttigheid